Leo Verhart vertelt over Nederlands oudste tekening

Is het nou een schaamlapje of een tent? Daar gaat het zo'n beetje om bij de voorstelling op de steen met de oudste tekening van Nederland, vindt de prehistoricus Leo Verhart, die hem gevonden heeft. Hij werkt bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden waar de steen nu bewaard wordt.

Na lang piekeren en vergelijken met andere oude tekeningen is Verhart er uit. “De meeste tekeningen die de kinderen van de steen hebben gemaakt zijn zeer wetenschappelijk”, zegt hij. “Want de meeste kinderen hebben een tent getekend. Ik denk ook dat het een tent is.”

Maar waarom? Waarom is het geen zeilboot, of een slak? Waarom is het driehoekje dat op de gebroken steen staat geen oor van een poes of een Egyptisch masker? Kinderen hebben dat er allemaal in gezien, en nog veel meer. Al waren er inderdaad erg veel tenten bij.

Veel van de tekeningen kunnen in werkelijkheid helemaal niet. Zeilboten waren er 12.000 jaar geleden nog niet, toen de steen in Limburg bekrast werd. Poezen waren er al wel, maar die waren nog lang geen huisdieren, dus je zag ze amper. En Egyptische maskers moesten nog uitgevonden worden. En ja, een slak was er al wel. Maar die is het dus niet.

Verhart heeft diep nagedacht. “Het kan natuurlijk van alles zijn, zeker zolang we niet de tweede helft vinden. Maar ik zie drie belangrijke mogelijkheden. Het kan een erotische tekening zijn. Het kan een geheimzinnig symbool zijn, dat we waarschijnlijk nooit zullen begrijpen. En het kan een realistische afbeelding zijn van iets dat we ook nu nog herkennen.”

Als het een erotische tekening zou zijn zou het driehoekje een soort schaamhaar van vrouwen moeten voorstellen. Maar dan zijn die dwarsstreepjes wel een beetje raar. Zou het dan een schaamlapje kunnen zijn? Op de een na oudste tekening van Nederland - 9.000 jaar oud, met als bijnaam 'de venus van Geldrop' - staat een vrouw afgebeeld met een lapje voor haar edele delen dat wel een beetje op ons driehoekje lijkt. Maar op onze steen staat helemaal geen vrouw. Sommige inzenders, zoals Alexia Mauroudis en Sheila Twal, hebben er op de ontbrekende helft een vrouw van gemaakt. Maar Alexia schrijft erbij dat de tekenaar de tekening volgens haar niet af heeft kunnen maken. Want op de bekende helft zijn in de verste verte geen lichaamsdelen te bekennen. En dat is toch wel een beetje raar. Haar mooie tekening lijkt trouwens sterk op de Venus van Geldrop. Zou ze er een plaatje van hebben gezien?

Een los afgebeelde schaamlap lijkt Verhart onwaarschijnlijk. Want als erotisch symbool is dat een beetje vergezocht. “Dan zou het wel een vreemde pinup worden. En er zijn nooit vergelijkbare afbeeldingen gevonden, wel driehoeken die waarschijnlijk de schaamstreek voorstellen. Maar die hebben niet van die streepjes.”

De tweede mogelijkheid is dat de driehoek een een abstract symbool is van iets dat we totaal niet kennen, een god, de stam, een ster, of wat dan ook. Met zo'n gedachte schieten we niet veel op, aldus Verhart. Want er zijn helemaal geen vergelijkbare tekeningen van abstracte driehoekjes gevonden. Zolang je geen vergelijkingsmateriaal hebt, kun je deze mogelijkheid maar beter tot het allerlaatst bewaren. Want het zegt eigenlijk helemaal niks.

“Het allermooiste is dus als het een tent is”, zegt Verhart opgetogen. “Afbeeldingen van behuizingen bestaan er niet zoveel, en we graven verder alleen maar steentjes op.” Dat is ook interessant, maar zo'n tent zie je toch echt voor je. De rare dwarsstreepjes passen ook goed in de theorie van de tent. Want wat voor tent kan het zijn geweest, een met dierenvellen? Of van lappenstof? Verhart heeft een plaatje gevonden van een oude indianentent, uit Amerika. Een heel ander gebied en een heel andere tijd, maar hij lijkt wel op het driehoekje op steen. De tent is gemaakt van stokken, bedekt met berkenbast! Die stroken bast worden aan elkaar genaaid of gebonden en zo ontstaat dat rare streepjespatroon.

Je mag zo'n foto van een indianentent wel als inspiratiebron nemen, vindt Verhart. Want die indianen waren ook rondtrekkende jagers. En in Duitsland en Denemarken zijn uit maar iets latere tijden dan onze steen veel berkenbasten lappen gevonden, bewaard gebleven in moerassen. De bast werd vaak als vloerbedekking of ligmatje gebruikt. Bast was handig spul: je kon het overal vinden en wie een beetje handig was met een vuurstenen mes kreeg het zo los.

En het allermooiste is dat de stenen waartussen de steen met de tekening is gevonden, zo bij elkaar liggen dat daar heel goed een tent heeft kunnen staan. Dus de mensen die de steen hebben betekend hadden dus waarschijnlijk wel tenten. Waarbinnen ze daar hebben geslapen en gewerkt aan hun stenenwerktuigen. En dus een tekening gemaakt. Misschien dat de tent er een week heeft gestaan, schat Verhart. En dan gooiden ze hem waarschijnlijk weg. Want stokken en bast kon je overal vinden, dus wat zou je sjouwen?

Hoewel archeologen altijd erg voorzichtig zijn (want ze moeten uit heel weinig gegevens een verhaal zien te maken), is Verhart er vast van overtuigd dat er een tent op de steen staan. “Het enige probleem is dat het bijna te mooi is om waar te zijn. Een tekening van een tent, gemaakt in de tent zelf!” En dus nu maar wachten tot de andere helft van de steen wordt gevonden. Misschien staat daar wel toch een zeilboot op. Of een dansend mannetje.