Kwaliteit wijn lijdt onder chemicaliën

WAGENINGEN, 7 NOV. Overmatige inzet van kunstmest en bestrijdingsmiddelen door wijnboeren leidt tot steeds slechtere wijn. Het gebruik van die chemische middelen levert een enorme toename van de productie op, maar goede wijn komt van een 'gestresste' wijnstok die op een arme bodem staat.

Dat zei professor dr. ir. R.L.M. Pierik (tuinbouwplantenteelt) gisteren in zijn afscheidsrede. Volgens de Wageningse hoogleraar heeft de buitensporige chemische bemesting en ziektebestrijding een vernietigend effect op het biologische leven in de grond. “De bodem van zeer veel wijngaarden in West-Europa is in de bovenlaag biologisch volledig dood, zoals dat het geval is bij woestijngrond. Men beseft nog steeds niet dat dit fnuikend is voor een bioproduct als wijn”, aldus Pierik.

De scheidend hoogleraar waarschuwt bovendien tegen massale aanplant van 'superkloon wijnstokken', waardoor wijnbouwers in de nieuwe aanplant verzekerd zijn van virus-vrij plantmateriaal. “Deze techniek draagt grote gevaren in zich, omdat zij tot vlakkere en uniformere wijn kan leiden. Bovendien wordt daarmee geriskeerd dat de biologische diversiteit van de druif verloren gaat, waardoor een nieuwe variant van een ziekte catastrofale gevolgen kan hebben.”

De wijnbouw leunt zwaar op chemische bestrijdingsmiddelen, zo concludeert Pierik. Biologische wijnbouw maakt in Frankrijk slechts kleine vorderingen. “Optimisten verwachten dat in Frankrijk pas in het jaar 2010 een aandeel van vijf procent voor biowijn wordt bereikt. Het is duidelijk dat het scheppen van een economische niche voor biowijn lastig is. De beroemde Grand Cru châteaux houden zich volledig afzijdig van biologische wijnbouw. Zij willen geen enkel risico met ziekten lopen, omdat zij gigantisch hebben geïnvesteerd in hun bedrijven.” Pierik signaleert een tendens in de wijnbouw om jonge wijnen zo snel mogelijk te verkopen, omdat daarmee de opslagkosten worden beperkt.