Kunst en filosofie

Ecce...en Nietzsche. Trusttheater, Kloveniersburgwal 50, Amsterdam. Di t/m za 12-20u. Catalogus. Reushering in Sacrality. Galerie Ferdinand van Dieten - d'Eendt, Spuistraat 270, Amsterdam. Do t/m za 12-18u, zo 14-18u. T/m 16 nov. Jeroen Joosen, Zelfportret, geen gezicht. Centrum Beeldende Kunst/Villa Alckmaer, Westersingel 83, Rotterdam. Wo t/m zo 12-17u. T/m 16 nov.

Tentoonstellingen gebaseerd op de ideeën van filosofen zijn in ons land schaars. Volgens de samenstellers van de expositie Ecce...en Nietzsche komt dit omdat dit soort tentoonstellingen niet eenvoudig te maken zijn. In hoeverre moet je de galeriebezoeker lastigvallen met abstracte theorieën?

Studenten van de Universiteit van Amsterdam zijn de uitdaging aangegaan en hebben in opdracht van het Trusttheater een tentoonstelling georganiseerd rond het gedachtengoed van Friedrich Nietzsche. Na het doorworstelen van zijn geschrift Die Geburt der Tragödie (1872) kwamen zij tot drie begrippen die de kern van de tentoonstelling moesten vormen: de schijn, het masker en het lichaam. Omdat er in Nederland weinig kunstenaars zijn die zich concreet met Nietzsche bezighouden, gingen de studenten op zoek naar kunstenaars wier werk raakvlakken had met een of meerdere van deze begrippen.

De gladde cyber-achtige figuren van Micha Klein bijvoorbeeld bewegen zich in de wereld van de schijn, een virtuele wereld die de kunstenaar uit zijn computer tovert. In deze schijnwereld is iedereen jong, mooi en cool. Klein hanteert de gladde beeldtaal van de reclame: de modellen zijn door bewerking met de paintbox ontdaan van individuele kenmerken en worden door de kunstenaar nog mooier gemaakt dan ze in werkelijkheid zijn.

Ook Barbara Visser begeeft zich met haar optreden in de Litouwse soap-serie Gimines in een schijnwereld. Visser speelt in de serie zichzelf: een Amsterdamse kunstenares die in Litouwen geïnterviewd wordt tijdens de opening van haar tentoonstelling. Voor de kunstenares was het verblijf in Litouwen werkelijkheid, terwijl de Litouwse televisiekijker hoogstwaarschijnlijk dacht dat Visser een actrice was en dus figurant in een fictieve wereld.

Een sterk schilderij van Thomas Schmidt getiteld Nightshift toont een serveerster in een vrijwel verlaten restaurant. Slechts één klant drinkt nog een kop koffie. Je voelt haast de spanning tussen de twee figuren in het schilderij, dat een eigentijds antwoord is op Edward Hoppers bekende doek Nighthawks. Ook dit is een beeld uit een schijnwereld: Schmidt selecteert zijn voorstellingen uit films en probeert zo beelden te creëren die voor iedereen herkenbaar zijn.

Alhoewel de keuze van de kunstenaars vrij willekeurig lijkt - vrijwel iedereen werkt tegenwoordig immers met thema's als 'het lichaam' of 'fictie en werkelijkheid' - zit de tentoonstelling goed in elkaar. Zaalteksten geven duidelijke uitleg over het onderwerp en voor diegenen die minder ingevoerd zijn in het denken van Nietzsche zijn zijn belangrijkste standpunten nog eens in de catalogus samengevat.

Het tegenovergestelde is het geval bij de tentoonstelling Reushering in sacrality in Galerie d'Eendt. Daar wordt de bezoeker nagenoeg aan zijn lot overgelaten temidden van kunstwerken die op het eerste gezicht niets met elkaar van doen hebben. Galeriehouder Ferdinand van Dieten is van mening dat er in Nederland te weinig op een filosofische manier over kunst gereflecteerd wordt. Daarom organiseert hij ieder jaar een reflexieve tentoonstelling in de reeks 'Bespiegelingen'. Dit jaar kregen de filosofen Henk Slager en Hubert Dethier de kans de ruimtes van de galerie te vullen.

Het tweetal benaderde verschillende Vlaamse en Nederlandse kunstenaars, onder wie Jan Fabre, Daan van Golden, Anne-Mie van Kerckhoven en Joseph Semah, en legde hen de volgende vraag voor: 'Is het aan de kunst om te demonstreren dat door het primaire geweld van de betekenisgeving elke vorm van sacrale beleving en oorspronkelijke omgang met de dingen bewust wordt buitengesloten?' Een dergelijke ingewikkelde vraag - die in feite een stelling is, want wie met nee antwoordt ondermijnt het nut van de tentoonstelling - roept cryptische antwoorden op. Zo toont de video Interview van Tiong Ang beelden van een man met het Down-syndroom. De man is bezig met de repetitie van een dansgezelschap, maar laat zich steeds afleiden door geluiden om hem heen. Telkens opnieuw lijkt hij zich te concentreren, maar draait dan plotseling weer zijn hoofd om. Hetzelfde gebeurt in de geluidsopname van Anne Veronica Janssens. Een Franstalig kindje probeert keer op keer een liedje te zingen, maar moet zijn poging steeds staken omdat hij in de lach schiet. Beide kunstenaars refereren aan het oorspronkelijke, spontane gedrag van het kind en lijken daarin de meest sacrale vorm van beleving te hebben gevonden.

Een tekstvel dat dient om uitleg te geven bij de verschillende kunstwerken, schept door de vele omslachtige formuleringen alleen maar verwarring. De eigen (eventueel sacrale) beleving van de bezoeker bij het zien van de kunstwerken wordt om zeep geholpen door de eenduidige en soms zelfs onbegrijpelijke uitleg van Slager en Dethier. Het is de vraag of dit soort pretentieuze filosofen-onderonsjes plaats moeten hebben in een galerie en niet gewoon in een rokerige kroeg gevoerd kunnen worden.

Dat ook een kunstenaar een filosoof in een notendop kan zijn, bewijst de tentoonstelling Zelfportret, geen gezicht van Jeroen Joosen in het Centrum Beeldende Kunst in Rotterdam. Joosen onderzoekt in zijn werk op een haast wetenschappelijke manier de beste vorm waarin hij zichzelf kan portretteren. Het traditionele zelfportret is volgens hem niet toegerust om de menselijke identiteit te verbeelden. De kunstenaar ontdoet foto's van zichzelf eerst van het hoofd, en soms ook van handen en voeten om ze vervolgens uit te knippen en te verwerken in tekeningen. De houdingen van de lichamen zijn verwrongen, opgekruld in foetushouding, kruipend over de vloer of opgesloten in kleine ruimtes. In een videofilmpje, geprojecteerd op een opengeslagen blanco boek is te zien hoe de kunstenaar keer op keer probeert op te staan, maar telkens weer in elkaar zakt alsof zijn benen zijn gewicht niet kunnen dragen.

De samenstellers van de tentoonstelling, Anke Bangma en Arno van Roosmalen reconstrueerden de eindexamenpresentatie van Joosen waarmee hij in 1995 de Drempelprijs van de Rotterdamse Kunststichting won. Kort daarna kwam Joosen om het leven bij een treinongeluk. In Voorstel voor een laboratorium is te zien hoe de kunstenaar foto's van zijn naakte lichaam verknipte tot vrijwel onidentificeerbare deeltjes en deze in een wetenschappelijke opstelling, in petrischaaltjes bewaarde.

De conceptboeken waarin Joosen al zijn ideeën documenteerde, zowel in tekst als in beeld, vormen de kern van de tentoonstelling. Joosen gaat uit van het idee dat de mens alleen staat en gedoemd is te leven in een eigen wereld. Tegelijkertijd streeft de mens er voortdurend naar een brug te slaan naar de anderen. In een videoregistratie van een performance is te zien hoe Joosen deze pijnlijke ervaring van het menszijn verbeeldt door zich met een lange slurf te verbinden met een tweede persoon. De beide mannen naderen elkaar nooit en blijven eindeloos in cirkels om elkaar heendraaien.

    • Sandra Smallenburg