Kritiek op rechters is normale zaak

De cartoon van Frits Müller bij het artikel van Herman Wigbold in NRC Handelsblad van 4 november toont een op een wolk gezeten rechter in engelengedaante. De inhoud van het artikel zou beter weergegeven zijn met een afbeelding van de bestuurders Lammers en Vonhoff - met aureolen boven het hoofd en omgeven door duivelse rechters.

Misschien zou Wigbold als criticus van rechterlijke uitspraken het volgende voor ogen kunnen houden.

In iedere procedure gaat het om een partij die zich op een afspraak of een wettelijk voorschrift beroept ten opzichte van een wederpartij die vindt dat de afspraak niet is gemaakt, of althans niet meer geldt, en dat het voorschrift in ieder geval in deze zaak niet van toepassing is. De rechter kan niet anders doen dan kiezen. Die keuze wordt niet ingegeven door gedrevenheid, maar is gebaseerd op een analyse van wet- en regelgeving. Die keuze kan onjuist blijken. Maar dat soms een beslissing bestuurders onwelgevallig is, betekent nog niet dat er dus fout is gekozen.

Wat mij dwars zit is de opmerking van Wigbold dat het uiten van kritiek op rechters gelijk staat aan het vloeken in de kerk.

Wigbold weet dat zittingen openbaar zijn. Als er geen journalisten in de zaal zijn, zijn er wel partijen en kan er publiek zijn. Degene die het niet eens is met de wijze waarop een zaak op de zitting wordt behandeld heeft vrije toegang tot de media en geen rechter zal hem iets in de weg leggen. Uitspraken zijn evenzeer openbaar.

Daarbij komt dat de partij die het niet met een uitspraak eens is, daartegen in hoger beroep kan gaan. Misschien zou Wigbold eens kennis kunnen nemen van de kritiek die in een memorie van grieven of in een cassatiememorie over de aangevallen beslissing wordt uitgestort.

Ook de beslissingen van onze hoogste rechters plegen door de vakpers op de snijtafel te worden gelegd en worden als daar reden toe wordt gezien ook elders kritisch besproken.

Niets in Nederland is zo makkelijk als het uiten van kritiek op rechterlijke uitspraken en wat mij betreft behoort dat ook zo te blijven. Ronduit ergerlijk vind ik de uithaal naar de “[...] rechters - vooral plaatsvervangende rechters - (die) hun nevenfuncties geheim houden.”

Zoals eerder door mijn Arnhemse ambtgenoot Van Dijk in NRC Handelsblad is uiteengezet wordt van alle rechters en van alle daadwerkelijk ingeschakelde rechters-plaatsvervanger een openbaar register met nevenfuncties bijgehouden. Van geheim gehouden (neven)functies is nimmer sprake geweest.