Koerd wil snel naar Nederland

In het zuiden van Italië kwam zondag een schip aan met honderden Koerden uit Noord-Irak. Zo snel mogelijk willen de vluchtelingen doorreizen naar Noord-Europa, 'naar Holland'.

ROCA DI MELENDUGNO, 7 NOV. Het waarschuwingsbord voor files maakt de rust in Roca di Melendugno nog onwerkelijker. De prachtige blauwgroene zee oogt verleidelijk en de lage gelige rotsen schitteren fel in de zon, maar niemand kijkt naar dit natuurschoon.

Voor de ramen van de witgeschilderde huizen zitten luiken en het enige verkeer op de kustweg zijn wat politieauto's. Ondanks de desolate straatjes, waar verweerde vlaggetjes doelloos wapperen in de wind, is deze badplaats in de hak van de Italiaanse laars voor honderden Koerdische vluchtelingen de poort naar het paradijs. Zondag zijn ze aangekomen, met achthonderd tegelijk. Nu zitten ze tijdelijk in een zomerseminarie, de Oase Madonna di Roca. Maar ze willen zo snel mogelijk weer weg, naar andere Europese landen, profiterend van de mazen in de Italiaanse vreemdelingenwet.

“Holland, Holland”, roept een man die met een groepje vluchtelingen over het muurtje rondom het zomerverblijf hangt. Hij wijst op de gedrongen vrouw met witte hoofddoek die naast hem staat, en dan weer op zichzelf. Daarna gaat zijn hand omhoog, met alle vingers. “Children. Five. Holland.” Verder gaat zijn talenkennis niet.

Shwani, een verweerde vijftiger in een zwartleren jack, komt helpen. Waarom de man naar Nederland wil? “Het is een goed land”, tolkt Shwani in gebroken Engels. “Hij weet dat, want hij heeft vrienden daar.”

Wanneer de man die naar Nederland wil heeft verteld dat hij uit Irak komt, stokt het gesprek. Hij moet mee met de bus. Naar het politiebureau, waar ze hem een uitwijzingsbevel zullen geven. Hij krijgt dan vijftien dagen de tijd om het land te verlaten. In de tussentijd mag hij in principe gaan en staan waar hij wil. Waarschijnlijk zal hij net als de meeste anderen doen: onderduiken of die twee weken benutten om te proberen de grens over te komen.

“Italië kan hun niet veel bieden, want het land heeft zijn eigen problemen, vooral in het zuiden met zijn enorme werkloosheid”, vertelt een medewerker van de plaatselijke bisschop die helpt bij de opvang.

Pagina 5: 'Iedere nacht komen hier 150 mensen'

“Dit zijn arme mensen. Ze willen een plaats vinden waar ze mogen blijven. Ze hebben contacten in Frankrijk, Duitsland, Finland, Canada. Daar zit familie, vrienden. Het is de wereld van het zuiden die naar de wereld in het noorden komt, en die in deze regio een uitstekend kanaal heeft gevonden.”

Sommige Koerden op het muurtje naast Shwani halen hun schouders op als ik vraag waar ze naar toe willen. Alles is goed, als het maar Europa is. Anderen vertellen via Shwani over broers in Frankrijk, ooms in Duitsland. Shwani zelf is een van de weinigen die in Italië wil blijven. “Ik zal de politie mijn situatie uitleggen”, zegt hij. “Ik wil graag werken. Ik ben mecaniciën, en als ze me Italiaans laten leren, zal ik hier gaan werken. Doorreizen naar een ander land? Waarom zou ik? Italië heeft een democratische regering.”

Schengen is een woord dat deze groep Koerden niet kent. Italië maakt sinds twaalf dagen deel uit van de groep landen waarbinnen zonder grenscontroles gereisd kan worden. Maar tot eind maart geldt deze mogelijkheid alleen nog voor het vliegverkeer. Een enkeling heeft daar misschien geld voor. Sommige Koerden hebben de politie verteld dat zij de duizenden guldens die Turkse misdaadbendes voor de reis naar Italië vragen, hebben betaald met een credit card. Maar de meesten zullen proberen de trein te pakken. Sommigen hadden bij aankomst zelfs al een treinkaartje op zak. Dinsdag zijn op het station in Menton 25 Koerden opgepakt, gisteren werden er 35 uit de trein Rome-Nice gehaald.

Shwani vertelt dat hij geluk heeft gehad. Hij heeft “maar tweeduizend dollar” betaald. Voor zichzelf, zijn vrouw en zijn drie kinderen. “Dat was een goede prijs. Anderen hebben wel twintigduizend dollar betaald voor de hele familie.” Ook Shwani vertelt dat hij uit het noorden van Irak komt, maar hoe de reis precies is gegaan, kan hij niet vertellen. Een deel te voet, daarna vrachtwagens en bussen en toen de boot vanaf de Turkse kust, zes dagen lang, met per dag een half brood en wat kaas om in leven te blijven. De exacte route kent hij niet. “Ik ken alleen mijn eigen land”, zegt hij. “Op de boot werden we onder het dek gebracht en ging het luik dicht.”

Uit een van de ramen houdt een man een baby omhoog. Hij lacht breeduit. Hij lijkt trots op zijn kind en opgelucht dat ze de reis hebben overleefd. De misdaadbendes die deze reizen organiseren, moedigen mensen aan vrouwen en kinderen mee te nemen. Dat maakt het humanitair gezien moeilijker om hen terug te sturen.

De uitgestrekte rotskusten van Apulië zijn al jarenlang het toneel van illegale immigratie. Duizenden Albanezen hebben deze route gevolgd om Italië binnen te komen. Maar de Koerden vormen een extra probleem. Ze kunnen met meer kans van slagen politiek asiel aanvragen. De meeste Koerden lijken dat niet te weten of niet te willen, tenminste, niet in Italië. Maar ook zij kunnen niet zomaar worden teruggestuurd.

“Dit is ernstiger dan de Albanezen, want er is geen Koerdische regering om mee te onderhandelen”, zei premier Romano Prodi gisteren. Met Albanië en met een aantal andere Oost-Europese landen heeft Italië al akkoorden gesloten die het mogelijk maken dat illegale immigranten onmiddellijk worden teruggestuurd, zonder de wachttijd van vijftien dagen. Met Turkije, Marokko, Tunesië, Malta en Egypte zijn dergelijke akkoorden volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken in Rome vrijwel rond. Maar met landen als Irak en Iran zijn nog geen afspraken gemaakt. De vluchtelingen, die na vijftien dagen illegaal worden, moeten zelf maar weten hoe ze dat oplossen.

Het kabinet heeft het parlement opgeroepen om haast te maken met de nieuwe vreemdelingenwet. Dit zou het mogelijk maken mensen die worden uitgewezen, vijftien dagen vast te houden in een opvangkamp, zodat ze niet kunnen onderduiken.

Piero Fassino, de staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, heeft boos kritiek verworpen dat de Italiaanse zuidkust zo lek als een vergiet is. “Italië heeft vorig jaar 55.000 mensen teruggestuurd”, zei hij maandag. “Hoe zou dat mogelijk zijn geweest als de controle niet goed was?”

De vissers in de haven van Roca hebben andere verhalen. “Iedere nacht komen hier 150 tot 200 mensen aan als de zee rustig is”, vertelt Maurizio Mele. “Dit is al vijf jaar aan de gang. De politie is 24 uur per dag in de weer. Maar de zee is groot. Ze pakken een paar boten, maar de rest glipt er tussendoor.”

    • Marc Leijendekker