Isaiah Berlin (1909-1997); IJveraar voor het pluralisme

Isaiah Berlin, die woensdagavond op 88-jarige leeftijd overleed, was een man die in een turbulente eeuw koos voor een 'life of the mind'. Hij werd geboren op 6 juni 1909 te Riga in Letland. Zijn ouders behoorden tot de joodse, liberale bourgeoisie die meende dat er na de eerste Russische revolutie meer bewegingsvrijheid en meer ontplooiingsmogelijkheden zouden komen. Dat deze verwachting niet uit zou komen werd duidelijk na de Oktober Revolutie. Het geweld dat Berlin in die tijd om zich heen zag is hem zijn leven lang bijgebleven en heeft zijn denkbeelden beïnvloed.

Met zijn ouders emigreerde hij in 1919 naar Engeland. In zijn nieuwe vaderland bleek hij een goede leerling. Hij won een beurs om aan de universiteit van Oxford klassieke talen te studeren. De rest van zijn leven bleef hij, met een onderbreking in de Tweede Wereldoorlog, aan die universiteit verbonden.

Na zijn studie werd hij docent filosofie. Aanvankelijk beoefende hij de analytische wijsbegeerte die zich toelegt op het bestuderen van taalgebruik en het analyseren van begrippen. In de jaren dertig werd hem echter gevraagd een boek te schrijven over Marx. Door het onderzoek dat voor dit boek nodig was, werd zijn belangstelling voor politieke theorieën gewekt.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Berlin opgeroepen om op de Britse ambassade te Washington te werken. De berichten die hij vandaar naar 10 Downing Street zond behoorden tot de favoriete lectuur van Churchill met wie hij later bevriend raakte. Tijdens zijn verblijf in de Verenigde Staten raakte hij op de Harvard Universiteit in gesprek met een hoogleraar logica die hem vroeg wat hij deed. 'Taalfilosofie' antwoordde Berlin, waarop de hoogleraar hem meedeelde dat op dat gebied geen vooruitgang te boeken viel, maar hooguit meer inzicht verkregen kon worden. Dit vooruitzicht benauwde Berlin en hij besloot de filosofie te verlaten en zich te wijden aan de ideeën-geschiedenis.

Aan het einde van de oorlog werd hij naar Moskou gezonden. Daar zocht hij contact met Boris Pasternak en tijdens een bezoek aan Leningrad ook met de dichteres Anna Achmatova. Vooral die laatste ontmoeting is een ingrijpende gebeurtenis in zijn leven geweest. Zijn verslag van die ontmoeting laat zich lezen als een liefdesbekentenis.

Na de oorlog keerde hij terug naar Oxford. Zijn essays uit deze periode zijn klassiekers geworden, zoals dat over Tolstojs opvatting van de geschiedenis, De egel en de vos en Historische onvermijdelijkheid. In 1958 aanvaardde hij het ambt van hoogleraar in de sociale en politieke theorie met de rede Twee begrippen van vrijheid, waarin hij negatieve vrijheid, bewegingsvrijheid, onderscheidde van positieve vrijheid, ontplooiingsmogelijkheden. In een rechtvaardige samenleving zijn deze twee vrijheden in evenwicht; in een dictatuur niet. In een leefbare samenleving bestaat vrijheid van meningsuiting en derhalve een pluralisme van denkbeelden. Berlin verdedigde een dergelijk pluralisme, zonder te willen vervallen in een relativisme.

Om die reden kwam hij in conflict met communisten, die immers de opvatting huldigen dat er maar één ideale samenlevingsvorm bestaat waarin sociale gebeurtenissen zich wetmatig voltrekken. Berlin verwierp de idee van een ideale samenleving, want een samenleving gehoorzaamt niet aan noodzakelijke wetten. De kennis die nodig is om de geschiedenis van een volk te begrijpen en een samenleving in te richten is niet wetmatig, maar doet een beroep op het inlevingsvermogen.

Berlins inspiratiebron was Alexander Herzen, wiens stijl en eerlijkheid hij bewonderde. Met Herzen deelde hij ook het gevoel dat het vanzelfsprekend was dat hij tot het establishment behoorde. Berlin werd na zijn hoogleraarschap president van een college in Oxford, een positie die in Engeland hoger wordt gewaardeerd dan een hoogleraarschap. Bovendien werd hij voorzitter van de Britse Academie. In 1971 kreeg hij de hoogste Engelse onderscheiding: hij werd benoemd als één van de 24 leden van de Order of Merit. In 1983 ontving hij de Erasmus-prijs.

Toch bleef Berlin zich ook Russisch en joods voelen, hetgeen de dichter Josef Brodski onmiddellijk opmerkte toen hij essays van Berlin las. De taal is Engels, de stijl Russisch en de verdediging van rationele standpunten is in Berlins werk vaak een zaak van het hart.

    • Menno Lievers