Intieme muziek van Webern door Nieuw Ensemble

Concert: Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard. Werken van Anton Webern. Gehoord: 6/11 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Herhaling: 8/11 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending op Radio 4 NPS op nader te bepalen tijdstip.

Het geheel aan Anton Webern gewijde programma van het Nieuw Ensemble is een kunststukje op zich. Naar analogie van Weberns voorkeur voor alle mogelijke spiegelvormen zijn de grootst bezette stukken als een spiegel geprogrammeerd, met de Fünf Stücke für Orchester opus 10 en Drei Lieder für Gesang und Orchester opus post. in het midden en het Konzert opus 24 en de Symphonie opus 27 aan begin en eind. Daartussen spiegelen de vier overige composities elkaar in twee paren van eerst een instrumentaal stuk (opus 9 en 27) en daarna een vocaal (opus 15 en 17).

Webern had een hekel aan het openbaar maken van zijn Kunststückerln. 'Luister liever, mein Kinderl', zei hij. Het nieuwe in zijn composities hield hij zelfs voor zijn leraar Arnold Schönberg verborgen. Alvorens Schönberg de principes van het twaalftoonssysteem aan zijn leerlingen ontvouwde, werkte Webern al systematisch met reeksen, zoals blijkt uit de schetsen voor het vierde lied van opus 15.

Geen oeuvre is zo in zichzelf besloten en zo naar zichzelf verwijzend als dat van Webern, dat wat betreft geheimzinnigheid culmineert in het pensato: een noot zó teder en zacht dat hij eenvoudigweg niet meer klinkt, alleen nog maar in gedachten kan bestaan.

De solitaire Webern was gelukkig, hoog in de bergen, in strikte eenzaamheid opgaand in een mystieke beleving met de natuur. Dáár putte hij zijn inspiratie voor zijn uitzonderlijk geconcentreerde muziekstukken en zijn al even geconcentreerde gedichten.

Het eerste deel van het Konzert op. 24 werd na de Tweede Wereldoorlog beschouwd als het archetype van de totale permutatie - en daarmee een model voor de serialiteit. Veelzeggend is dat Webern eerst sprak van een Orchesterstück, vervolgens van een Piano Concerto en tenslotte - in een kleine bezetting - van een Divertimento.

Ik ken dan ook geen tweede werk dat de eigenschappen speels diverterend en scherpzinnig labyrintisch zo overtuigend verenigt. Het eerste deel swingt niet minder dan Stravinsky of Milhaud. In Weberns instrumentale composities schuilen nogal wat scherzo-achtige delen.

Tijdens het componeren van deel twee van opus 27, prachtig licht gespeeld door pianist John Snijders, dacht hij zelfs aan Bachs Badinerie. De liederen zijn overwegend ernstig en de Canadese sopraan Valdine Anderson draagt al die grote sprongen met groot gemak voor. Wanneer het ensemble haar de ruimte geeft, komt haar stem iets aan présence tekort.

In het lied O sanftes Glühn der Berge raakt haar voordracht een gevoelige snaar in de hier vereiste bovennatuurlijke warmte.

Het is op Weberns eigen tekst een evocatie van zijn overleden moeder, getransfigureerd tot de Heilige Moeder, in een hypnotiserend visioen. Intimiteit beheerst dit concert, dat Weberns orkestmuziek nu eens vanuit de ensemblecultuur benadert. Echte pianissimi werden verkend, tot aan het onhoorbare toe, als een zucht die in het niets oplost en waarbij alleen nog maar het middenrif natrilt.

    • Ernst Vermeulen