IJswafel

In Ierland kon je de echte Superman-krantjes kopen, echt geïmporteerd uit Amerika, ze waren in Engeland niet te krijgen. Weken voor de vakantie spaarden we ons zakgeld voor Superman. Het hoefde niet gewisseld te worden: de Ierse pond was toen gelijk aan de Engelse; in Ierland waren ze allebei geldig, in Engeland alleen de Engelse. Ierse munten waren even groot maar met een harp erop inplaats van een Koningin, en de krant heette daar niet The Times maar The Irish Times.

Bij mijn grootmoeder aten we bij het ontbijt Iers spek, veel lekkerder dan Engels. Dat zei ze ook, iedere keer dat ze het bakte: 'Ierse bacon, heerlijk!' De Ierse worstjes waren nog lekkerder, die waren gemaakt van alleen maar vlees, zei ze, en niet 70% brood zoals Engelse worstjes.

Een Engelse vriend ging eens met ons mee naar Ierland. Hij vond Superman maar niets en was ook niet zo gek op worst en spek. Wat hij wel leuk vond was rondsnuffelen in de ruïne, een groot vervallen huis op weg naar zee, waar we absoluut niet in mochten. Deuren en ramen waren er niet meer, de plafonds waren ingestort, de trap was gewoon weg (gestolen, zei mijn grootmoeder - hoe steel je een trap?) en overal lagen grote hopen pleister en stenen. Er waren veel bijgebouwen, stallen, een voorraadschuur en een washok, en daarin hadden we ons clubhuis. Daar heb ik voor de eerste keer gerookt, een sigaret gepikt van mijn grootvader.

Soms gingen we naar het dorp om ijswafels te kopen; die waren gemaakt uit volle room en dus veel lekkerder dan Engels ijs. De Ierse ijswafel was niet kant en klaar: de kruidenier sneed van een groot blok roomijs een dikke plak af en deed het tussen twee wafels.

Het moest voorzichtig gegeten worden, en meteen. Als je er te hard in beet kwam het ijs er aan de andere kant uit. Maar het waren de lekkerste ijsjes van de wereld.

    • Sarah Hart