Huren mogen maximaal 6,5 procent stijgen

DEN HAAG, 7 NOV. De huren mogen in 1998 met ten hoogste 6,5 procent stijgen. Dit maximum werd ook gehanteerd voor de huren in 1996 en 1997. De daadwerkelijk huurstijging was in 1996 gemiddeld 4 procent en dit jaar 3,5 procent.

De Tweede Kamer gaf gisteren tijdens het debat met staatssecretaris Tommel (Volkshuisvesting) over het huurprijsbeleid geen enkele steun aan het voorstel van de PvdA om de huurverhoging komend jaar aan een “maximum van 5 of 5,5 procent” te binden. Tommel en Kamer wensten vast te houden aan de afspraken die over de jaarlijkse verhoging van de huren met de wooncorporaties zijn gemaakt. Deze afspraken lopen tot en met 1999.

Uit het overzicht dat Tommel de Kamer gaf blijkt dat de gemiddelde huurverhoging sinds 1994 voortdurend is gedaald. Dit geldt zowel voor de sociale woningbouw, die door de woningcorporaties wordt beheerd, als voor de huurwoningen die door beleggers, zoals pensioenfondsen, of particuliere eigenaren worden verhuurd. Voor de sociale woningbouw was de verhoging in 1994 5 procent, in 1997 was dit 3,5 procent; voor de door beleggers verhuurde woningen zijn die percentages 5,2 en 3. De particuliere eigenaren hanteerden in 1994 een gemiddelde huurverhoging van 4,8 procent tegen 3,6 procent dit jaar.

Tommel gaat onderzoeken welke groep particuliere verhuurders de wet overschrijdt door de huur met meer dan 6,5 procent te verhogen zonder dat daar verbetering van de woning tegenover staat. Op een enkele uitzondering na is dit niet toegestaan. Hoeveel verhuurders dit doen, is niet precies bekend. Wel staat vast dat 17 procent van de huren in deze sector dit jaar met 6 procent of meer zijn verhoogd, zo blijkt uit het overzicht van Tommel. Het gaat daarbij uiteindelijk om een relatief klein aantal woningen. Het grootste deel (ruim 2,3 miljoen woningen) van de in totaal drie miljoen huurwoningen wordt beheerd door corporaties, beleggers verhuren zo'n 300.000 woningen en particulieren bijna 400.000 woningen.

D66 vermoedt dat particuliere verhuurders die hun huren verhogen met het maximaal toegestane percentage (of meer) vooral geïnteresseerd zijn in het rendement op hun belegging. Tommel sluit dat niet uit, maar wees er op dat de huren van woningen van particuliere eigenaren of beleggers in het algemeen lager zijn dan die van de door de corporaties verhuurde woningen. Bovendien blijkt bij ruim 20 procent van de woningen van particuliere eigenaren de huur dit jaar met minder dan 1 procent te zijn verhoogd.

De Kamer vreest dat aan de daling van de daadwerkelijke jaarlijkse huurstijging in 1998 een eind komt. Dit zou dan deels het gevolg zijn van de verhoging van de onroerende-zaakbelasting door de gemeenten en die, zo meent de Kamer, “uiteindelijk toch door de bewoner via de huur wordt betaald”. De Kamer wil dat de verhuurders aangeven welk deel van de geheven huur bestemd is voor de vergoeding van de onroerende-zaakbelasting. “Door dit zichtbaar te maken wordt de druk op de gemeenten groter om de gemeentelijke belastingen te matigen”, zo meenden de woordvoerders van CDA, D66 en VVD.