Groots portret van Oppenheim

Kunstkanaal Amsterdam en Rotterdam, zondag 9 november. 'Imago Meret Oppenheim'

“Mijn moeder wenste drie kinderen. Een aardige - dat is mijn broer -, een intelligente - dat is mijn zus - en een mooie - dat ben ik.” Vier jaar nadat ze als negentienjarig meisje vanuit Bazel neerstreek op het terras van café Le Dome in Parijs, werd ze niet alleen wegens haar uiterlijk wereldberoemd, zoals gefotografeerd door Man Ray, maar ook door slechts één kunstwerk: Dejeuner en fourure; een kop, schotel en lepel bekleed met konijnenbont.

Haar object was al in hetzelfde jaar dat het werd gemaakt, 1936, de eyecatcher op de tentoonstelling Fantastic Art, Dada en Surrealisme in het Museum of Modern Art in New York en behoort tot de vaste ikonen van de twintigste eeuw.

Meret Oppenheim (1913-1984) kon goed tekenen. Ze ging voortijdig van school af en reisde haar vriendin Irene Zurkinden achterna naar Parijs. Daar kwam ze tijdens een ontmoeting met Picasso op haar lumineuze idee. Toen ze vertelde dat ze een halsketting wilde maken van bont zei Pablo “Je kunt alles wel bekleden met bont.” Oppenheim zag haar thee koud worden en het idee was geboren.

Haar moeder schreef en illustreerde kinderboeken, haar vader, arts, correspondeerde met de psychiater Jung, haar tante tekende en danste en was korte tijd getrouwd met de schrijver Hermann Hesse. Een geschikte achtergrond om terecht te komen in het Parijse milieu van de surrealisten.

Haar indrukwekkende levensverhaal wordt in de 90 minuten durende, en veelvuldig bekroonde film, 'Imago Meret Oppenheim' uit 1987 in de ik-vorm verteld door de actrice Glenda Jackson. De makers, Pamela Robertson-Pearce en Anselm Spoerri, hebben met steun van Oppenheim acht jaar aan de film gewerkt. Halverwege overleed Oppenheim. Jackson zelf blijft buiten beeld. Zij leest brieffragmenten voor, gedichten van Oppenheim, haar dromen en vertelt over daaraan verwante objecten en tekeningen en de twijfels die zij heeft over haar plaats in de kunst als vrouw. We zien zowel familiealbumfoto's als beroemde opnamen uit haar Parijse jaren. Uit de film komt Oppenheim naar voren als een sterke vrouw vol twijfels aan zichzelf.

Haar lange tijd onopgemerkte en omvangrijke oeuvre, experimenteel en vol invloeden van Max Ernst, komt uitgebreid in beeld.

De oplettende kijker zal het opvallen dat de film zonder steun van muziek in elkaar is gezet. De verklaring komt heel subtiel aan de orde als in beeld een tekening van een oor verschijnt. We horen de typische Parijse metrotoon die waarschuwt als de deuren sluiten, gevolgd door het geluid van een zacht optrekkende trein. Het oor tekende ze tijdens een van haar bezoeken aan Giacometti terwijl die aan het werk was. Het was een zwijgend samenzijn, herinnert ze zich. Jaren later zou ze haar zuster schrijven dat muziek haar stoort in haar denkproces. Bij beelden over haar jeugd en werk horen we geluiden van vogeltjes en kerkklokken die verwijzen naar haar gelukkige jeugd in de Zwitserse Jura.

Pas nadat ze in 1967 een grote overzichtstentoonstelling in Stockholm kreeg, kwam ze weer in de belangstelling van de kunstwereld. Het waren vooral feministische kunstbeschouwers die oog voor haar hadden. Oppenheim voelde zich voor een dilemma geplaatst toen ze werd gevraagd mee te doen aan een expositie in Los Angeles met uitsluitend kunst voor vrouwen. Kunst heeft geen geslacht, schreef ze haar zus, maar is zowel vrouwelijk als mannelijk. “Niet zeuren maar werken. Niemand geeft je vrijheid. Je moet het nemen”, luidde haar advies. Oppenheims werk is tot en met 23 november te zien in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem.