De versterving der DDR; Een fataal maar wijs misverstand

Hans-Hermann Hertle: Der Fall der Mauer. Die unbeabsichtigte Selbstauflösung des SED-Staates. Westdeutscher Verlag, 587 blz. ƒ 87,40 Hans-Hermann Hertle: Chronik des Mauerfalls. Die dramatischen Ereignisse um den 9. November 1989. Ch. Links Verlag, 338 blz. ƒ 37,80

Goethe zou het waarschijnlijk niet begrepen hebben. Volgens de Duitse schrijver bestond politiek uit een wirwar van vergissingen en geweld. Maar een van de belangrijkste omwentelingen in zijn land, de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989, ging weliswaar met een paar flinke vergissingen maar niet met geweld gepaard.

Hoe kwam het tot deze revolutie, die de inleiding was tot het verdwijnen van de DDR en de eenwording van de Duitse natie? Het antwoord op die vraag lag niet in Berlijn, maar in Moskou. Al bijna twintig jaar eerder, in juli 1970, hield Sovjet-partijleider Leonid Brezjnev zijn gesprekspartner Erich Honecker, toen nog tweede man van de DDR, de volgende les voor: 'Erich, ik zeg het je heel open, vergeet het niet: de DDR kan zonder ons, een sterke en machtige Sovjet-Unie, niet bestaan. Zonder ons is er geen DDR.'

Twee jaar eerder had de Sovjet-Unie, zich beroepend op de 'Brezjnev-doctrine', met een militaire interventie het communistische stelsel in Tsjechoslowakije op de been gehouden. Brezjnev en Honecker wisten dat in de DDR niet alleen dit systeem afhankelijk was van Moskous steun, maar ook het voortbestaan van de Oost-Duitse staat zelf. De DDR, in 1949 door de Sovjet-Unie in het leven geroepen, was op niets anders gegrondvest dan op het door Moskou in het zadel geholpen regime en liep groot gevaar te verdwijnen zodra dit bewind de beschermende hand van de machtige broederstaat zou moeten missen.

De revolutie van 1989 kwam zo onverwacht omdat niemand had durven vermoeden dat Gorbatsjov deze politieke les zou negeren. Waarom liet hij de leiding van de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED) aan haar lot over? Waarschijnlijk vooral omdat hij een grove taxatiefout maakte door te veronderstellen dat Honecker c.s. zichzelf wel konden redden.

Olieprijs

Deze vergissing werd echter in hoge mate afgedwongen door benarde omstandigheden, zo beklemtoont Hans-Hermann Hertle in zijn even leesbare als grondige studie over het einde van de DDR. Tegen zijn Der Fall der Mauer, dat is gebaseerd op onderzoek in de SED-archieven en interviews met een aantal hoofdrolspelers, is slechts één fundamenteel bezwaar in te brengen. De schrijver heeft de neiging zijn eigen onderwerp te overschatten door de politieke en economische malaise in de DDR een te prominente plaats te geven in de rangorde van problemen waarmee Gorbatsjov bij zijn aantreden in 1985 werd geconfronteerd. De Sovjet-Unie had zelf te kampen met een al twintig jaar voortdurende economische stagnatie, die lange tijd gecamoufleerd kon worden door hoge olieopbrengsten. De prijs van die grondstof begon na 1980 te dalen, juist in een periode dat de Amerikaanse president Reagan nieuwe initiatieven nam om de bewapeningswedloop op te voeren. Aan deze voor de Sovjet-Unie bedreigende ontwikkeling besteedt Hertle slecht één alinea.

Niet bekend

DDR-leider Honecker sloeg de aanmoedigingen uit Moskou om het systeem te hervormen in de wind met het argument dat het met zijn land goed ging. Hertle rekent echter af met de lang gekoesterde reputatie van de DDR als economisch paradepaard van het Oostblok. Zo werden de leningen die sinds de ondertekening van de Ostverträge begin jaren '70 van de Bondsrepubliek naar de DDR vloeiden, voor een belangrijk deel niet productief maar consumptief besteed. Alleen met een truc - toegezegde leningen werden korte tijd bij buitenlandse banken gedeponeerd - wist de DDR de suggestie te wekken een kredietwaardige welvaartstaat te zijn.

Begin jaren '80 waren de schulden echter zo hoog opgelopen dat een betalingscrisis dreigde. De reddende hand werd uitgestoken door de conservatieve CSU-leider Franz-Josef Strauss, die in 1983 het initiatief nam om de regering in Oost-Berlijn met een krediet van één miljard DM uit de ergste moeilijkheden te helpen. Niettemin dreigde de DDR in de loop van de jaren tachtig evenzeer een financieel blok aan het Sovjet-been te worden als de andere satellietstaten. Het prominente Politbureaulid Günter Mittag, zo vertelt Hertle, waarschuwde zijn naaste kameraden in 1988 dat de staatsfinanciën op 'umkippen' stonden.

Politieke prijs

De geste van Strauss was geen gebaar van politieke liefdadigheid geweest. Voor de financiële bijstand uit Bonn betaalde het Oost-Duitse regime een politiek riskante prijs. Met de bouw van de Berlijnse muur was in augustus 1961 een einde gemaakt aan de stroom van meer dan drie miljoen vluchtelingen die in de jaren vijftig hun afkeer van het bewind kenbaar hadden gemaakt door naar de Bondsrepubliek te trekken. In de jaren zeventig en tachtig vielen er echter steeds meer gaten in deze Abgrenzung. De regering in Bonn betaalde 3,5 miljard DM in ruil voor afspraken over een versoepeling van het reisverkeer, familiehereniging en voor het vrijkopen van politieke gevangenen. Dat bedrag kwam dus nog eens bovenop de verschafte kredieten, maar de DDR-leiding moest in ruil voor de financiële hulp toestaan dat de communistische staat aan een sluipende ondermijning werd blootgesteld.

De positie van het bewind dreigde nog moeilijker te worden toen in de eerste helft van 1989 de alleenheerschappij van de communistische partij in de broederstaten Hongarije en Polen met stilzwijgende toestemming van Moskou op losse schroeven werd gezet. De regering in Boedapest deed op 2 mei de voor Oost-Berlijn alarmerende aankondiging op termijn het IJzeren Gordijn te willen openen. Nadat premier Nemeth in augustus van kanselier Kohl de toezegging had gekregen voor een aanvullend krediet van 500 miljoen DM, stemde Hongarije begin september in met een vrij verkeer van personen naar Oostenrijk en kregen DDR-burgers de mogelijkheid via dat land naar de Bondsrepubliek te vluchten.

De staatsleiding van de DDR begreep onmiddellijk de portee van dit besluit: gecontroleerd reisverkeer naar het Westen mocht dan een - risicovolle - bron van inkomsten zijn, de ervaring van de jaren vijftig had geleerd dat vrij reisverkeer het gevaar opriep van een leegloop die het voortbestaan van de DDR bedreigde. Ook omdat Moskou passief bleef, verdrong in Oost-Berlijn de paniek de politiek.

In reactie op de demonstraties die nu overal in de DDR uitbraken, werd eind september de Nationale Volksarmee (NVA) gemobiliseerd. Deze militaire eenheden kregen op 4 oktober, toen in Dresden hevige rellen uitbraken, machinegeweren en scherpe munitie uitgereikt. Het regime leek bereid om, naar het voorbeeld dat de Chinese partijleiding in juni 1989 had gegeven met de bloedige interventie op het Plein van Hemelse Vrede, de demonstraties met militair geweld neer te slaan. Twee dagen later kregen de soldaten echter alweer opdracht hun vuurwapens in te ruilen voor gummiknuppels.

Waarom deinsde men terug? Volgens Hertle was het zelfvertrouwen van de NVA-leiding, die het initiatief nam tot deze ommezwaai, geknakt door de massaliteit van de protesten, maar meer nog door het voortdurende gebrek aan steun uit Moskou. Anders dan de Chinese partij had de SED nooit geleerd zelfstandig te handelen: men durfde niet op eigen gezag toe te slaan. Hoe gering de bereidheid van het Kremlin was een gewelddadige ingreep ook maar in overweging te nemen, bleek toen Gorbatsjov op 9 oktober in Oost-Berlijn arriveerde om het veertigjarige bestaan van de DDR mee te vieren. In een zitting van het SED-politbureau drukte hij de kameraden op het hart dat er geen andere keus was dan Moskou te volgen in een politiek van hervormingen.

Honecker bleef dwarsliggen en stelde een week later in het politbureau voor een pantserregiment naar Leipzig te sturen om de rust in die stad te herstellen. Egon Krenz wierp zich op als woordvoerder van een meerderheid die tot de conclusie kwam dat de bejaarde partijleider moest verdwijnen. Maar ook ditmaal durfde men pas te handelen na toestemming uit Moskou. Op 16 oktober gaf Gorbatsjov zijn fiat aan het vertrek van Honecker, in een telefoongesprek dat hij beëindigde met de bange vraag: 'Redden jullie het nog?'

Op 1 november reisde de nieuwe partijchef Krenz naar het Kremlin voor nadere instructies. We mogen Hertle dankbaar zijn dat hij het protocol van het gesprek met Gorbatsjov als bijlage integraal heeft afgedrukt, want het is een even verhelderend als surrealistisch document. Het geeft inzicht in de hulpeloosheid en verwarring die zich inmiddels van deze hoofdrolspelers had meester gemaakt. Hier zaten niet twee mannen aan tafel die geschiedenis maakten, maar die zich overrompeld wisten door een ontwikkeling die door Gorbatsjov onbedoeld in werking was gezet en niet meer kon worden gestopt zonder zijn eigen hervormingspolitiek om zeep te helpen.

Krenz begon Gorbatsjov uiteen te zetten hoe dramatisch tot zijn eigen verbazing de financiële problemen van de DDR waren. De Sovjet-leider antwoordde begrip te hebben voor de positie van Krenz: zelf had hij in 1985 bij zijn aantreden als partijleider geen enkel inzicht gehad in de nationale begroting en na enig onderzoek was hem gebleken dat een betrouwbaar boekhoudkundig overzicht van de staatsfinanciën zelfs niet bestond.

Vervolgens begon Krenz te polsen in hoeverre Gorbatsjov het gebruik van geweld zou goedkeuren als de Berlijnse muur het doelwit van de volkswoede zou worden. Het zal altijd de niet genoeg te prijzen verdienste van deze Sovjet-leider blijven dat hij op dit punt geen krimp gaf. Hij herhaalde dat het gebruik van wapens een heilloos middel was en drukte zijn gesprekspartner op het hart 'een dialoog met de samenleving' te zoeken. Krenz sneed daarop de kern van de problemen aan door de vraag te stellen of Gorbatsjovs pleidooi voor een 'ontideologisering' van de internationale verhoudingen niet tot gevolg had dat de verdediging van het socialisme werd opgegeven. Het voor de Oost-Duitse leider deprimerende antwoord luidde dat de tijd rijp begon te worden om eens goed over het antwoord op deze vraag na te denken.

Zijn Russische gesprekspartner beklemtoonde dat de samenleving 'geconsolideerd' kon worden door de 'volkmassa's' meer bij de politiek te betrekken dan voorheen was gebeurd. Dat kon volgens Gorbatsjov alleen door het ware leninistische socialisme, 'dat wil zeggen het humane en democratische socialisme', nieuw leven in te blazen. Deze visie op Lenin, de man die de partijdictatuur had uitgevonden, moet Krenz als een onrustbarende nieuwigheid in de oren hebben geklonken. Hij kan evenmin zijn gerustgesteld door de verzekering van Gorbatsjov dat de DDR geen gevaar liep omdat Mitterrand en Thatcher met de Sovjet-leider van mening waren dat er twee Duitse staten moesten blijven bestaan, een opvatting waar de Verenigde Staten het 'in wezen' mee eens waren. Het was de Sovjet-leider kennelijk ontgaan dat president Bush zich sinds het voorjaar van 1989 al tweemaal openlijk voor de Duitse eenwording had uitgesproken.

Illusionist

Dit pleidooi van Gorbatsjov voor een vrijheidslievend communisme roept de vraag op of hij een ideologisch geïnspireerde illusionist was die meende dat er een 'derde weg' bestond tussen een communistische dictatuur en een democratisch meerpartijenstelsel. Die mogelijkheid had hij inderdaad ook in zijn twee jaar eerder verschenen boek Perestrojka verdedigd. Maar geloofde hij daar nog steeds in toen twee jaar later de communistische partijen in Oost-Europa één voor één verpulverd werden door een nieuwe vrijheid die zich na decennia van onderdrukking en terreur tegen hen keerde? Of wist hij inmiddels beter, maar zag hij geen andere mogelijkheid meer dan zich vast te bijten in de vergissing die aan zijn hervormingspolitiek ten grondslag lag? Het valt Hertle nauwelijks kwalijk te nemen dat hij deze essentiële vraag niet stelt, want hoe zou men er een antwoord op kunnen geven? Misschien wist Gorbatsjov in deze fase zelf al niet meer of hij nog in zijn eigen politiek geloofde of alleen nog maar voorwendde dat hij dit deed.

Men kan zich voorstellen in welke gemoedsgesteldheid Krenz na dit gesprek terugreisde naar Oost-Berlijn. Drie dagen later gebeurde wat de SED-leiding het meeste vreesde, toen een grote menigte in Oost-Berlijn de straat opging. Tegelijkertijd bereikten de partij steeds meer berichten over ongehoorzaamheid in de rangen van de NVA. De gewapende arm van het staatsapparaat was niet meer te vertrouwen: de klassieke voorbode van een revolutionaire situatie.

Hertle beschrijft beeldend hoe gedesillusioneerde leden van het politbureau tijdens de demonstratie in Oost-Berlijn voor de ramen van het hoofdkwartier van Centraal Comité peinzend de introductie tot hun eigen ondergang gadesloegen. Het was inmiddels onontkoombaar om met de afkondiging van een versoepelde uitreisregeling een laatste poging te ondernemen de aanzwellende ontevredenheid in te dammen. Met veel werkelijkheidszin verzuchtte Krenz tijdens de beraadslagingen in het politbureau: wat we ook doen, het zal toch wel verkeerd uitpakken. In een sfeer van chaos en defaitisme werden er besluiten genomen waarvan de precieze inhoud niemand helemaal duidelijk werd.

Op 9 november kreeg politbureaulid Günter Schabowski, verantwoordelijk voor contacten met de pers maar, wegens drukke werkzaamheden elders, niet bij de vergadering aanwezig, van Krenz een tekst aangereikt met een nieuwe regeling over de mogelijkheid de zieltogende republiek te verlaten. Zonder de tekst vooraf te hebben gelezen, spoedde hij zich naar een persconferentie waar journalisten voor het eerst in de geschiedenis van de DDR in vrijheid vragen mochten stellen. 'Voorzover ik weet, is er door het politbureau een beslissing genomen', zo begon Schabowski zijn toelichting op de aankondiging dat DDR-burgers voortaan zonder voorafgaande toestemming naar een ander land konden reizen. Hem was niet verteld dat volgens de nieuwe regeling aan de grens nog een aantal formaliteiten zou moeten worden vervuld.

Op de vraag van een journalist wanneer dit besluit van kracht werd, antwoordde Schabowski: onmiddellijk. De stormloop op de Muur die volgde, was voor de verblufte grenswachten aanleiding de poorten open te zetten. Hertle neemt vele bladzijden om de vergissing van Schabowski breed uit te meten, maar het is de vraag of diens faux pas meer dan de status van een historische voetnoot toekomt. De volksbeweging in de DDR had inmiddels een omvang gekregen die, gelet op het gebrek aan daadkracht van de SED-leiding, hoe dan ook binnen afzienbare tijd een fatale uitwerking op de gehate afgrendeling moest hebben.

Sjevardnadze

De dag na de persconferentie van Schabowski werd Krenz opgebeld door de woedende ambassadeur van de Sovjet-Unie, die de ontredderde partijleider bestookte met het legalistische verwijt dat de DDR alleen de grensovergangen met de Bondsrepubliek had mogen openen: die met West-Berlijn vielen onder het bezettingsgezag van de Sovjet-Unie. Minister van Buitenlandse Zaken Sjevardnadze, die onmiddellijk begreep dat er niets meer viel terug te draaien, reageerde met de laconieke opmerking dat de Sovjet-Unie moeilijk bezwaar kon maken tegen een besluit dat door haar Duitse vrienden kennelijk als het beste werd beschouwd. Gorbatsjov maakte duidelijk geschrokken te zijn, maar liet verder op karakteristieke wijze weten dat er nu niets anders viel te doen dan zich aan te passen aan de nieuwe situatie.

Hij was zeker niet de enige die nog veel tijd nodig had om te beseffen dat deze aanpassing ook een aanvaarding van de Duitse eenwording zou moeten inhouden. Op de massale demonstraties die uiting gaven aan het verlangen naar hereniging ('Wir sind ein Volk') volgden op 18 maart 1990 vrije verkiezingen waarin een grote meerderheid van de DDR-bevolking deze wens bevestigde. Dankzij de houding van de Amerikaanse regering was er niet alleen nationaal, maar ook internationaal voldoende steun voor een hereniging, die op 3 oktober van hetzelfde jaar een feit werd.

Dit slotakkoord betekende het einde van een ontwikkeling die in Moskou was begonnen. Met de perestrojka had Gorbatsjov niet de geambieerde impulsen gegeven aan de vestiging van een nieuw communisme met een democratisch gezicht, dat op eigen kracht in zowel de Sovjet-Unie als de satellietstaten het vertrouwen van de bevolking zou kunnen winnen. Integendeel, door de Brezjnev-doctrine op te geven en de alleenheerschappij van de partij los te laten, maakte hij de weg vrij voor een golf van kritiek op de sinds decennia gehate dictatuur.

Het gevolg was een vredelievende omwenteling die een aardverschuiving in de Europese machtsverhoudingen aanrichtte. Het was een revolutie die berustte op een vergissing, maar een vergissing die in hoge mate door de omstandigheden was opgelegd en die, in strijd met de traditie van het bolsjevisme, niet met grove machtsmiddelen werd gecorrigeerd. Die balans maakt Gorbatsjov tot de architect van een voor zijn imperium fataal misverstand. Maar ook tot de wijze heerser die waarschijnlijk inzag dat het niet meer op dezelfde manier door kon gaan en die vasthield aan de overtuiging dat met geweld niets meer was te redden.