De korte verhalen van Bernard Malamud; Elk ongeluk is het grootste ongeluk

De verhalen van de Amerikaanse schrijver Bernard Malamud zijn een viering van het leven, zelfs al is dat leven - van kruideniers, kantoorklerken, huwelijksmakelaars, werkloze kunstschilders - allesbehalve zonnig. “De ellende van mensen hoeft er niet voor te zorgen dat de grootsheid van dit leven volledig onzichtbaar wordt.”

Bernard Malamud - The Complete Stories, Farrar, Straus & Giroux Prijs ƒ 82,25 Lori Schiller and Amanda Bennett - The Quiet Room, a journey out of the torment of madness, Warner Books Prijs ƒ 29,25

Het schrijven van een kort verhaal is als een affaire met een minnares. Er is geen tijd voor te veel bijfiguren en nevenintriges. Het einde komt snel en onverwachts, hoewel niet altijd pijnloos. Zelfs als het verhaal vier keer wordt herschreven. In een perfecte wereld had je nog van alles willen vragen, zeggen en toelichten, maar aangezien je weet dat dit geen perfecte wereld is doe je er verder het zwijgen toe.

Het schrijven van een roman is meer als een huwelijk of een langdurige verhouding. Na de euforie komt de gewenning, en als je denkt dat je klaar bent kan je vaak weer opnieuw beginnen. Soms komt het einde helemaal niet, en laat de schrijver zijn roman gewoon in de steek, zoals de man die sigaretten ging kopen en nooit meer terugkwam.

Hij schrijft een laatste zin, en stuurt de roman de wereld in, in de hoop zichzelf zo te verlossen van de monsters die hij heeft geschapen en die op de meest onmogelijke tijden tegen hem beginnen te praten. (Ik houd ervan om over personages als echte mensen te spreken, en over echte mensen als personages.) De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud (1914-l986) heeft korte verhalen en romans geschreven. Sommige van zijn romans zijn erg goed, maar een paar van zijn verhalen zijn uitzonderlijk.

Op de vraag wat een typisch Malamud-personage is, antwoordde Malamud: “A Malamud character is someone who fears his fate, is caught up in it, yet manages to outrun it. He's the subject and object of laughter and pity.”

Of ze nu Carl Schneider heten of Fidelman of Mitka of Feld of Sobel, ze vrezen niet alleen hun lot, ze vrezen het leven zelf, dat ze niet of maar half begrijpen (wie begrijpt het leven, en vooral, wie begrijpt zijn eigen leven?) en waar het ongeluk van vijf kanten tegelijk op ze af kan komen. In de vorm van een zoon die de zee inloopt, of een huwelijksmakelaar die een negentienjarige schoonheid aan de man brengt die later een horrelvoet blijkt te hebben, en zelfs als er hier en daar een engel in Malamuds verhalen opduikt blijkt die engel al net zo grillig en onkenbaar te zijn als de mensen zelf.

Het bijzondere van Malamuds verhalen zit niet in de vorm of de stijl. De vorm is conventioneel. Hij begint bij het begin, werkt dan naar het midden toe, en eindigt bij het einde. Iets waarvoor men hem alleen maar kan prijzen. Maar uniek is het niet. Van flash-backs en flash-forwards houdt Malamud niet erg, Malamud houdt helemaal niet van al te opzichtige kunstgrepen.

De meeste van zijn verhalen zijn geschreven in de derde persoon. De verteller is terughoudend, je zou bijna zeggen verlegen, en anders dan bijvoorbeeld Nabokov is hij er niet op uit te laten zien hoeveel hij weet, hoe geestig hij wel niet is, en dat hij eigenlijk ver boven zijn personages staat. Malamud doorziet de ironie van het lot van zijn personages, maar hij beseft dat je de ironie van je lot kunt doorzien, maar dat dat nog niet hoeft te betekenen dat je eraan ontkomt. Het lot van de personages is het lot van de verteller. Malamud zelf heeft gezegd dat in een verhaal personages belangrijker zijn dan plot. En dat is ook zo. Wat heb je aan een fantastisch ingenieus plot als de personages niet tot leven zijn gekomen.

Gezouten tomaat

Het zijn om te beginnen de personages die Malamuds verhalen zo bijzonder maken. Laten we ze van nu af maar mensen noemen, want dat verdienen ze.

Het verhaal The cost of Living begint met de thuiskomst van Sam Tomashevsky. Zijn vrouw zit aan tafel en eet brood en een gezouten tomaat. Aan het gezicht van haar man ziet ze dat er iets verschrikkelijks is gebeurd. Maar Sam zegt nog niets, pas na een paar seconden kreunt hij, mijn God, en laat zich vallen in een stoel. Zijn vrouw staat in paniek op en schudt aan zijn schouder. Spreek in godsnaam, zegt ze.

Hiernaast, fluistert Sam.

Wat gebeurt er hiernaast, vraagt ze.

Er komt een winkel, zegt hij.

Wat voor winkel, schreeuwt ze.

En Sam zegt, een kruidenierswinkel komt hiernaast.

Dan schrijft Malamud: “She bit her knuckle and sank down moaning. It could not have been worse.”

Dit is typisch Malamud. Niet alleen schrijft hij graag en veel over eigenaars van kruidenierswinkels, kantoorklerken, huwelijksmakelaars, kunstschilders zonder werk, maar ook de rampen die de mensen in zijn verhalen overkomen zijn nooit veel groter dan de ramp die Tomashevsky overkomt: dat naast zijn kruidenierszaak een andere kruidenierszaak wordt geopend. Malamuds vader had een kruidenierswinkel, maar zelf zei hij dat autobiografische details voor hem ongekookte sliertjes spaghetti waren. En dat hij niet begreep dat iemand die wilde eten, laat staan erover praten.

De kracht van Malamud is dat hij beseft dat elk ongeluk het grootste ongeluk is en dat het geen zin heeft een ongeluk met een ander ongeluk te vergelijken en op die manier te relativeren. Ja, dat dat laatste misschien wel amoreel is.

Malamud heeft zich veelvuldig uitgelaten over de relatie tussen moraliteit en literatuur. En in het begin van zijn carrière heeft hij zelfs gezegd dat literatuur de mensheid misschien van zijn ondergang kan redden. Dat heeft hij op latere leeftijd niet meer herhaald. Maar toen een interviewer hem vroeg: “Wat betekent schrijven voor u?” antwoordde hij, “zoveel, dat ik er niet over kan spreken.”

Malamud heeft Charles Chaplin vaak genoemd als zijn eerste en belangrijkste inspiratiebron. En het is waar dat de Tomashevsky's van Malamud en het personage dat Chaplin tot en met Modern Times speelde iets met elkaar gemeen hebben. Allebei leven ze in een vijandige en voor hen onbegrijpelijke wereld. Allebei vechten ze tegen hun lot, hoe somber het er ook voor hen uitziet. En allebei worden ze bedreigd door een gebrek aan geld en een gebrek aan liefde. Vaak een combinatie van die twee. Want Malamud begreep dat liefde en geld op velerlei manieren met elkaar verbonden zijn.

De verhalenbundel die nu is verschenen is compleet en samengesteld door zijn vriend en redacteur Robert Giroux. In 1983 stelde Malamud zelf een verhalenbundel samen waarin veel minder verhalen staan, en die eigenlijk ook beter is. In het voorwoord voor die laatste bundel schreef hij: “Literature, since it values man by describing him, tends towards morality in the same way that Robert Frost's poem is a 'monumentary stay against confusion.' Art celebrates life and gives us our measure.”

Wat hij bedoelt, denk ik, is dit: wij waarderen personages in verhalen en romans niet alleen om hoe mooi en goed ze beschreven zijn, maar ook om wat ze doen en nalaten te doen in die verhalen. Wij identificeren ons makkelijker met het goede en het mooie, dan met het slechte en het lelijke. Als iedere schrijver die de moeite is om serieus te nemen, dwingt Malamud zijn lezers zich te identificeren met de half-goeden, en de half-mooien. Kortom, met echte mensen.

Schoenmaker

In het verhaal The first seven years werkt een emigrant als hulp voor een schoenmaker, in de hoop zo met de dochter van de schoenmaker te mogen trouwen. De laatste woorden van het verhaal zijn '(he is) pounding leather for his love'. Veel van de mensen in Malamuds verhalen leven voor iets dat nooit zal komen, of dat niet bestaat, of dat ze definitief zijn misgelopen. Al weten ze zelf niet waar en wanneer precies.

Toch blijven ze leven - en hoe - in de hoop dat ze ooit dat zullen bereiken waarvoor ze leven, zoals een gelovige kan bidden in de hoop op antwoord van de immer zwijgende God. Het leven zelf lijkt in Malamuds verhalen een religieuze oefening te zijn geworden, en daarmee bedoel ik niet iets ascetisch', integendeel.

Je vraagt je af waarom de Tomashevsky's zich zo vastklampen aan het leven, terwijl ze in veel gevallen dood waarschijnlijk beter af zouden zijn. Je vraagt je eigenlijk af waarom wij ons zo vastklampen aan het leven, terwijl de dood toch een aantal voordelen te bieden heeft die zelfs het allerbeste leven nooit kan bieden. En het antwoord dat dat iets dierlijks is, een drift waarvoor wij maar ten dele verantwoordelijk zijn, is me te weinig.

De keuze voor het leven van Malamuds personages is niet alleen een daad van verzet, tegen de concurrerende supermarkt, de uitgevers die het manuscript twintig keer terugsturen, kortom tegen iedereen en alles dat hen bedreigt, het is ook een ritueel, een eredienst voor iets wat hier maar naamloos moet blijven.

Zo begrijp ik waarom Eva Kalish in haar kruidenierswinkel (in het verhaal Take pity) tegen beter weten in blijft wachten op klanten. Haar familie verhongert half, zodat ze genoodzaakt is haar eigen voorraden op te eten, zonder geld te hebben nieuwe voorraden in te kopen. En ook is ze te trots om hulp van haar buurman te accepteren. Bijna al Malamuds personages zijn te trots om hulp te aanvaarden en te erkennen dat ze een winkel hebben die niet meer levensvatbaar is.

Zo begrijp ik ook de assistent van de schoenmaker, die terwijl hij zolen repareert, meent dat hij bezig is de vrouw van zijn leven te verkrijgen ('pounding leather for his love').

En zo begrijp ik ook dat Malamuds werk, dat deze rituelen steeds weer beschrijft, inderdaad een viering is van het leven, en bewijst dat de ellende van mensen er niet voor hoeft te zorgen dat de grootsheid van dit leven volledig onzichtbaar wordt.

In een interview zei Malamud: “The more I experience life, the more I become aware of illusion as primary experience.” Deze observatie zegt niet alleen veel over Malamud en zijn werk, maar ook veel over ons. Als hij gelijk heeft, en ik denk dat hij dat heeft.

Wat betekent het dat illusie onze eerste en belangrijkste ervaring is?

Wij nemen niet alleen waar, maar interpreteren ook onze waarnemingen. Zonder die interpretatie zouden onze waarnemingen vrij zinloos zijn. Veel (niet alle) interpretatie is arbitrair. Om een simpel voorbeeld te geven, wat wij aanzien voor een knipoog kan een zenuwtrek zijn. Dit lijkt een onschuldig voorbeeld, maar een wereld van verwachtingen kan worden gebouwd op zo'n misverstand. Zoals de assistent van de schoenmaker een wereld van hoop bouwt op één opmerking van zijn baas. Een wereld van hoop is een eufemisme. Zijn leven. Als illusies onze belangrijkste ervaring zijn betekent dat ook de onherroepelijke eenzaamheid van ons, van de mens. Want hoe deel je illusies? Hoe deel je een wereld die gebouwd is op een misverstand? Een knipoog die een zenuwtrek was. Een opmerking van de schoenmaker die geheel verkeerd begrepen is. (Over de verraderlijkheid van woorden hoef ik het niet meer te hebben.)

Schizofreen

In het boek The Quiet Room beschrijft Lori Schiller (samen met Amanda Bennett) haar leven als schizofreen.

Dat wat haar opjaagt, dat wat haar ziek maakt en haar scheidt van andere mensen zijn stemmen in haar hoofd. Stemmen die niemand anders hoort, en die niemand anders kan horen.

Woorden.

Ergens in het boek beschrijft ze een jeugdherinnering. Zo goed en levendig dat een professionele schrijver er jaloers op kan zijn. De herinnering eindigt met deze zin: “But there is one big problem with this memory. It isn't true. It never happened.”

Wat moet je doen met herinneringen die niet waar zijn? Als illusies al vrijwel ondeelbaar zijn, dan geldt dat helemaal voor herinneringen die niet waar zijn.

Toch is er een plaats waar je herinneringen die niet waar zijn met anderen kunt delen: literatuur, romans, verhalen, gedichten, toneelstukken. Er is een plaats waar je (in het gunstigste geval) zelfs beloond wordt voor herinneringen die niet waar zijn. In ieder geval niet gestraft of uitgestoten. Of Malamud last had van herinneringen die niet waar zijn, weet ik niet. Volgens mij heeft iedere schrijver daar last van. In ieder geval besefte hij dat illusie onze eerste en belangrijkste ervaring is. En van illusie naar herinneringen die nooit echt gebeurd zijn, is een minder grote stap dan men denkt. Malamuds broer was overigens schizofreen, maar dat zijn autobiografische details die we verder maar zullen laten rusten.

Malamuds mooiste verhaal is The Magic Barrel. Het gaat over Leo Finkle, een rabbijn in opleiding. Naar eigen zeggen, niet omdat hij zoveel van God houdt, maar omdat hij zo weinig van Hem houdt. Finkle besluit de hulp van een huwelijksmakelaar in te roepen, want hij voelt dat de tijd begint te dringen. De huwelijksmakelaar is een leugenaar. Zesentwintigjarigen blijken 35 te zijn, ongetrouwden blijken weduwen, en mooie jonge poppetjes blijken horrelvoeten te hebben. Het is niet alleen een van zijn beste, maar ook een van zijn grappigste verhalen.

Ten slotte geeft Finkle de hoop op via de huwelijksmakelaar een bruid te vinden. Maar de huwelijksmakelaar, Salzman is zijn naam, heeft een envelop met foto's bij Finkle achtergelaten, en na een tijd van tevergeefs zoeken, kijkt Finkle toch maar in die envelop. De meeste gezichten op de foto's heeft hij al een keer gezien, maar er is een klein pasfotootje dat zijn aandacht trekt. Hij gaat naar de huwelijksmakelaar en vraagt wie dat is op de foto.

De huwelijksmakelaar schrikt en zegt dat deze foto een vergissing is, dat die niet in de envelop hoorde te zitten. Maar wie is het, wil Finkle weten.

Niets voor een rabbijn, zegt de huwelijksmakelaar, een wilde, een dier, voor haar was het een schande arm te zijn, daarom is ze dood voor me.

Maar wie is zij, vraagt Finkle weer.

Dan begint de huwelijksmakelaar te huilen. Mijn baby, zegt hij, Stella, mag ze branden in de hel.

Omdat het me zelfs bij herlezing moeite kostte niet geëmotioneerd te raken wil ik graag de laatste alinea van dit verhaal citeren.

“Leo was informed by letter that she would meet him on a certain corner, and she was there one spring night, waiting under a street lamp. He appeared, carrying a small bouquet of violets and rosebuds. Stella stood by the lamppost, smoking. (-) She waited uneasily and shyly. From afar he saw that her eyes - clearly her father's - were filled with desperate innocence. He pictured in her, his own redemption. Violins and lit candles revolved in the sky. Leo ran forward with flowers outhrust.

Around the corner, Salzman, leaning against a wall, chanted prayers for the dead.'

In zijn voorwoord bij de verhalenbundel die hijzelf samenstelde, schrijft Bernard Malamud: “Ik heb geleefd met hen die ik heb verzonnen.”

    • Arnon Grunberg