'De kans die ik nooit kreeg'

De commissie-Hermans stelt voor ouders te verplichten mee te betalen aan de studie van hun kinderen, tot die 21 jaar oud zijn. Veel ouders doen dat al. Wat vinden zij daarvan?

Vader en moeder Visser: “We willen ze niet verwennen, beslist niet.” (Foto J⊘rgen Krielen)

Familienaam Henk en Ineke Visser, dochter Mariska (18) en zoon Rob (12) Huisvesting thuiswonend Studie Mariska gaat Frans studeren aan de VU Bijbaan 125 gulden per maand voor lelies snijden in de kas, op zaterdag Beurs 125 gulden per maand basisbeurs, plus 294 per maand gulden aanvullende beurs Lening geen Beroep ouders vader was monteur bij NS-dochterbedrijf Strukton, nu voor de helft arbeidsongeschikt; moeder huisvrouw en student hypnotherapie Bijdrage ouders kost en inwoning en een spaarpot (10.000 gulden) voor collegegeld beide kinderen

HEERHUGOWAARD, 7 NOV. Ineke Visser mocht nooit studeren. Ze wilde heel graag verder leren na de Mulo, maar haar ouders konden het niet betalen en eigenlijk vonden ze meisjes niet geschikt voor een studie. De ouders van Henk, haar man, wilden juist niets liever dan dat hij na de LTS doorleerde. Ze konden het nog betalen ook. Maar Henk “was niet trouw op school”. Hij spijbelde vaak en verliet zo snel mogelijk de schoolbanken.

Mariska, hun dochter, gaat volgend jaar Frans studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze blijft “gezellig thuis wonen”, zeggen haar ouders trots, in het vrijstaande huis in Heerhugowaard. Ze moet elke dag ruim een uur naar colleges reizen, maar ze ziet er niet tegen op. En van het nachtleven moet ze toch weinig hebben. In Heerhugowaard snijdt ze elke zaterdag lelies voor 125 gulden per maand, ze heeft een eigen kamer en alle vrijheid. Bovendien is op kamers gaan duur.

Want zo breed hebben de Vissers het niet, ook al bezitten ze een huis. “Opgebouwd door hard te werken, niet door een hoog salaris”, zegt Ineke stellig.

Ze zitten 'onder de ziekenfondsgrens' en dus krijgt Mariska een aanvullende beurs. Even vreesden ze dat ze die beurs niet kregen, totdat ze het huis hadden 'opgegeten', maar dat is niet zo. Ze zouden het wel 'opeten', als dat echt moest, zegt Ineke bedachtzaam. “Met pijn en moeite, maar toch.” Mariska en Rob moeten de kans krijgen die zij nooit kreeg en hij nooit greep. Koste wat het kost.

Mariska wil lerares Frans worden en daar is Henk beretrots op. Niet omdat ze een titel zal halen of omdat ze goede cijfers heeft, maar omdat ze dan gelukkig wordt. “Dan krijgt ze een baan die ze leuk vindt; dat vind ik prachtig”, zegt hij. Hij zou elk vak wel mooi vinden, elk vak “behalve lelies snijden”. Ineke betreurt “de nadruk die de samenleving legt op titels en diploma's”. Te veel hoogopgeleiden is nergens goed voor, vindt ze. “Wie blijft er dan over voor de kleine baantjes? Ik bewonder mensen die het gewone werk doen eigenlijk meer dan al die academici.”

De overheid moet ervoor zorgen dat kinderen van arme ouders kunnen studeren, vinden Ineke en Henk. Maar ook de hoge inkomensgroepen hebben recht op een basisbeurs, zegt Ineke. “Die mensen hebben vaak al zo veel lasten.”

Voor hun eigen giften hebben de Vissers grenzen gesteld. De 23ste verjaardag van haar kinderen is de “gevoelsmatige limiet” voor Ineke, niet 21 jaar zoals de commissie-Hermans bepleit. “Je hebt kinderen gewild dus je moet er iets voor over hebben”, vindt ze. “Maar daarna moeten ze op eigen benen staan. We willen ze niet verwennen, beslist niet.”

Bovendien zouden ze niet meebetalen als Mariska alleen de bloemetjes buiten wilde zetten, ook nu op haar 18de. “Prima hoor, als ze ervoor kiest met geld te smijten, maar dan niet ons geld”, zegt Ineke. Ook als ze met haar pet naar de studie gooit, kan ze niet op clementie van haar ouders rekenen. “Maar dat doet ze niet, we kennen haar.”

De idee van Hermans om de basisbeurs over tien jaar uit te smeren, zien ze niet zitten. Henk: “Honderd procent inzet is het beste.” Een jaar tussendoor naar Brazilië? Stilte. Ineke: “Als ze die kans krijgt ja, maar dan moet ze het wel zelf betalen.” Als goede ouder ben je je ervan bewust dat ze een kant op kunnen gaan die jij niet wil, verzucht ze. Wat er ook gebeurt, hun kinderen het huis uitzetten of de banden verbreken - zover zouden ze het nooit laten komen. Het gaat de Vissers om één ding: dat de kinderen welbewust keuzes maken. Dat ze zelfstandig denken en handelen. “Ook als ze kiezen voor iets waar wij het niet mee eens zijn.”

    • Frederiek Weeda