Componeren als een detective; Rob Zuidam over zijn muziek

Woensdag begint in Rotterdam een driedaags festival, gewijd aan de Amsterdamse componist Rob Zuidam. Een nieuw stuk, gebaseerd op de poëzie van een Schotse wever uit de vorige eeuw, gaat in première. Zuidam: “Ik ga in een fictief publiek zitten en stel mij een orkest voor en vraag me af wat ik leuk zou vinden om te horen.”

Rob Zuidam Festival. Concerten: 12/11, Paradijskerk, Rotterdam; 13/11, Zaal de Unie, Rotterdam, 14/11, Zaal de Unie. (Overige concerten: 15/11, Korzo, Den Haag; 16/11, Huis aan de Werf, Utrecht; 21/11, O42, Nijmegen; 22/11, Conservatorium Maastricht; 23/11, Oosterpoort, Groningen; 30/11, Synagoge, Den Bosch). Info: (010) 4141666.

Rond de Amsterdamse Nieuwmarkt - in de middeleeuwen gebouwd als stadspoort, tegenwoordig een restaurant - is het druk. Vrachtverkeer krult zich tegendraads door een steeg, zwervers en junks hangen er rond, toeristen stromen langs en dames van lichte zeden groeten kirrend twee allochtonen. Een Westerse popdreun wordt gemaskeerd door Marokkaanse rai-muziek.

Een blik uit het open raam van het appartement van componist Rob Zuidam verraadt weliswaar niet concreet zijn inspiratiebronnen, maar je zou zijn uitzicht als metafoor kunnen zien van zijn muziek. Zuidam zapt in zijn composities door tijd en ruimte, van de serieuze naar de amusementsmuziek, van de ene cultuur naar de ander.

Vrouwenstemmen klateren als een nazomerse regenbui in een elegische samenzang die Zuidam confronteert met melodische patronen die rechtstreeks zijn ontleend aan de zang van het Midden-Afrikaanse Burundi-volk (Calligramme (il pleut)). Deze en andere composities van Zuidam worden volgende week uitgevoerd tijdens het Rob Zuidam Festival van Zaal De Unie in Rotterdam, samen met werk van componisten met wie hij zich verwant voelt, van Zappa tot Monteverdi. Daarmee is Zuidam, na Jan van de Putte vorig jaar, de tweede Nederlandse componist aan wie De Unie een meerdaags 'componistenportret' wijdt.

Zuidam werd ooit geafficheerd als de angry young man van het Nederlandse componistengilde, maar hij heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een consciëntieus componist wiens werk in binnen- en buitenland veel wordt gespeeld. Zijn avondvullende opera FREEZE werd bijvoorbeeld opgevoerd tijdens de Biennale van München en in het Holland Festival. In de Verenigde Staten werd Zuidam onderscheiden met de Koussevitzky Tanglewood Composition Price; in ons land ontving hij prijzen van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst.

Tijdens het festival zullen al zijn pianostukken te horen zijn, en een substantieel deel van zijn vocale oeuvre in kleine bezetting. Ook elders in het land zullen, als spin-off van het festival, Zuidam-concerten gegeven worden.

Rob Zuidam (Gouda, 1964) woont in de Amsterdamse binnenstad. Oer-Hollands en rumoerig. En daarnaast woont hij in New York, waar zijn vrouw als psychiater werkt. Zuidam: “Amsterdam en New York vind ik de leukste plekken om te zijn. In Amsterdam voel ik de binding met mijn geboorteland. Wat er hier op het gebied van de nieuwe muziek gebeurt, is bovendien een stuk interessanter dan in de Verenigde Staten. Maar als ik te lang in Amsterdam ben, dan word ik hangerig en lamlendig. In New York word ik op slag produktief. Ik krijg veel ideeën. Het werken in de anonimiteit van de mensenmassa bevalt me uitstekend.”

Doorzetter

Sinds 1989 pendelt Zuidam heen en weer tussen beide steden. In dat jaar werd hij, na een studie aan het Rotterdams Conservatorium bij Philippe Boesmans en Klaas de Vries, als een van de weinige componisten geselecteerd om in het prestigieuze Tanglewood verder te mogen studeren. Hij volgde er lessen bij Lukas Foss en Oliver Knussen. “Foss is zeer getalenteerd, maar haalt daar weinig rendement uit. Hij was een wonderkind; toen hij vier was kon hij pianospelen. Ik heb minder talent, maar ik ben een grotere doorzetter. Als iets me niet lukt, zal ik blijven zoeken waarom dat zo is. Tijdens een seminar in Tanglewood gaf Foss eens een typerend antwoord op de vraag wat hij doet wanneer hij vastloopt in een compositie. 'Then I just write a bad piece', dan schrijf ik gewoon een slecht stuk, was zijn luchthartig commentaar.”

Hoezeer Foss hierin met zijn jongere collega verschilt, bleek eerder dit jaar, toen Zuidam een gedeelte terugtrok van de McGonagall-liederen die in de VARA-matinee ten doop zouden worden gehouden. “Hoewel ik diep in de materie was gedoken, kwam ik er niet uit. Met wat ik had, kon ik andere mensen niet lastigvallen.”

Tijdens het Rob Zuidam Festival krijgt de compositie een tweede kans. “William McGonagall was een Schotse wever uit het Victoriaanse tijdperk, die op een goede dag het licht zag en besloot dat hij een groot poëet was.”

Na de instrumentale inleiding For two piano's volgt het eerste lied uit de cyclus: Address to the New Tay Bridge. Dit gedicht (Beautiful new railway bridge of the Silvery Tay,/With your strong brick piers and buttresses in so grand array...) is een ode aan een nieuwe brug die symbool staat voor het geloof in de technologische vooruitgang. Het eerste gedeelte van de McGonagall-liederen heeft intussen een lengte van ongeveer twintig minuten. In een later stadium zal de compositie uitgebreid worden met een lied op wederom een tekst van McGonagall, waarin wordt bezongen hoe de brug uiteindelijk ineen zal storten.

“The Tay Bridge Disaster vormt een contrast met het voorafgaande deel. In de compositie zal dan ook pas het drama toeslaan. Sinds ik door Oliver Knussen ben geattendeerd op McGonagall heeft zijn werk me niet meer losgelaten, vooral omdat het zo krankzinnig is. De ritmische puls in zijn poëzie klopt niet; het optimisme stuitert maar door in al zijn onregelmatigheid.”

Het uitbouwen van afzonderlijke composities tot een groter geheel is een vaker voorkomend procédé bij Zuidam. Zo groeide het orkestwerk Trance Formation langzaam uit tot het vierluik Trance: Trance Formation, Trance Position, Trance Figuration en Trance Dance. “Terwijl ik met het eerste stuk bezig was, had ik het idee dat er nog drie andere stukken in zaten. Er was verwant materiaal dat ik niet had kunnen gebruiken en voor allerlei ideeën over de instrumentatie was binnen dat ene stuk gewoon geen ruimte. Gaandeweg ontstaat dan de gedachte het materiaal uit te smeren over meerdere delen die allemaal een ander instrumentaal gezicht van het orkest laten zien.

“Mijn muziek schrijf ik op basis van mijn ervaring als luisteraar; ik plaats mezelf te midden van een fictief publiek, stel me een orkest voor of een coloratuursopraan en vraag me af wat ik leuk zou vinden om te horen.

“Een rigide componeersysteem is niets voor mij. Ik ben een rasopportunist. Het goede van een systeem is weliswaar dat het je naar een punt kan brengen, waar je al improviserend nooit zult komen. Maar het gevaar dat het systeem het materiaal gaat beheersen is mij te groot. Niettemin weet ik tijdens het componeren altijd precies waar ik naar toe schrijf; ik kom klem te zitten wanneer ik dat niet weet. Als ik een aanloop heb en vervolgens een hele tijd niets, en tenslotte dit BOEM-ongelofelijke-akkoord, dan schrijf ik het gat ertussen dicht. Nu en dan laat ik het op zo'n moment gewoon gaan en volg ik mijn intuïtie, al resulteert dat slechts zelden in iets wat in die vorm ook in de partituur terechtkomt. Je blijft toch schaven en zoeken naar alternatieven. Als componist ben je een detective, op zoek naar de aanwijzingen die je verraden waar de kamer is met het goede stuk.”

    • Emile Wennekes