Chardzjijev bezat meer werk Malevitsj; Verdachtmakingen bestuurder van stichting

AMSTERDAM, 7 NOV. De collectie Chardzjijev bestaat uit onder meer zeven schilderijen, 140 tekeningen, twee aquarellen en twintig gouaches van Kazimir Malevitsj. Verder bevinden zich tientallen werken van Larionov, Gontsjarova, Filonov, Tatlin en El Lissitzky in de collectie-Chardzjijev. Dit meldt de Volkskrant vandaag. De krant heeft een inventarislijst van de collectie-Chardzjijev in handen gekregen, die in totaal 1355 nummers zou omvatten.

Niet bekend

In 1993 kwam de Russische literatuurwetenschapper Nikolaj Chardzjijev (1903-1996) samen met zijn vrouw, de beeldhouwster Lidia Tsjaga, naar Nederland. Dit deed hij op instigatie van de Nederlandse slavist Willem Weststeijn. Galerie Gmurzynska, gespecialiseerd in Russische avant-gardekunst, hielp met de smokkel van het archief en de collectie van Chardzjijev - de Russische wet verbiedt de uitvoer van kunstvoorwerpen ouder dan vijftig jaar. Een koffer met belangrijke archiefstukken zoals manuscripten en documenten van Russische schrijvers als Velimir Chlebnikov en Anna Achmatova, werd door de Russische douane onderschept en in beslag genomen. De rest van het archief en de kunstcollectie met doeken en tekeningen van Malevitsj, El Lissitzky, Tatlin en andere avant-gardisten, kwam wel de grens over en bevindt zich nu in kluizen in Nederland.

Het echtpaar Chardzjijev-Tsjaga liet vrijwel niemand toe tot de collectie. Wantrouwen was hun tweede natuur geworden. In de Sovjet-Unie, waar tot diep in de jaren tachtig de avant-garde kunst verboden was, hadden zij de collectie tientallen jaren bijeen weten te houden en leefden zij als kluizenaars. In hun voor zeven ton gekochte huis aan het Olympiaplein in Amsterdam zetten zij dit leven voort. Vrijwel niemand wist door te dringen tot Chardzjijev. Terwijl haar man boven in bed lag, stond Tsjaga beneden een enkeling te woord. Zij was grillig en nukkig en vertelde onsamenhangende verhalen over het verschrikkelijke lot dat het Russische echtpaar en hun collectie had getroffen. Zij beschuldigde onder meer Weststeijn, die volgens haar een inventarislijst van de collectie en het archief zou hebben gemaakt, van diefstal. Ook met galerie Gmurzynska kreeg zij onenigheid over de schilderijen en de betaling. Het echtpaar Chardzjijev en de collectie werden het onderwerp van wilde geruchten in vooral de Russische pers. Nadat Lidia Tsjaga op 7 november 1995 door een val van de trap was overleden, verschenen in de Russische pers verhalen dat zij van de trap zou zijn geduwd.

Direct na Tsjaga's dood werd door de ex-pensioenadviseur Jan Buse de Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga opgericht. Doel van deze Stichting was het 'beheren, conserveren, exploiteren en bijeenhouden van een collectie schilderijen, aquarellen, gouaches, litho's, etsen en tekeningen, manuscripten en boeken', aldus de statuten. Eerste bestuurder van deze stichting was Nikolaj Chardzjijev. Verder bepaalden de statuten dat Boris Abarov eerste bestuurder zou worden 'bij het einde van het lidmaatschap van het bestuur van voormelde persoon.'

Het feit dat de Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga ook na de dood van Lidia Tsjaga de precieze aard en omvang van het archief en de collectie nooit openbaarde, werkte verdachtmakingen in de hand. Zo suggereerde een Rus in Parijs dat Chardzjijev de gevangene van de Stichting, in casu Abarov, zou zijn. Abarov, een Rus die al lange tijd in Nederland woont, zou zich volgens deze Parijse Rus de Chardzjijev-collectie willen toeëigenen.

Op 10 juni 1996 overleed Chardzjijev na een lang ziekbed en werd Arbarov de bestuurder van de Stichting. Kort na het overlijden werd de notaris Michael Privé aangewezen als executeur testamentair van de nalatenschap van Chardzjijev. Hij moest ervoor zorgen dat de nalatenschap van Chardzjijev via de erfgenaam, Boris Abarov, in goede orde zou overgaan naar de Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga. Inmiddels is Privé, die nu werkzaam is als bedrijfsadviseur, Abarov opgevolgd als de bestuurder van de Stichting.

Hoewel de Stichting onlangs aankondigde 79 tekeningen van Malevitsj uit de collectie van Chardzjijev te exposeren, wil zij nog steeds niet precies bekend maken waaruit de collectie Chardzjijev bestaat. En dus blijven belastende verhalen over Abarov, de Stichting en nu ook Privé de ronde doen: 'Kostbare kunstcollectie vermoedelijk in verkeerde handen', luidde de kop boven het artikel in De Volkskrant vanmorgen.

Niet bekend

Op de vraag of het niet vreemd is dat Privé zowel de bestuurder is van de Stichting Cultureel Centrum Khardjiev-Tschaga als de executeur testamentair, antwoordt Privé: “Abarov kreeg na verloop van tijd genoeg van alle geruchten en verdachtmakingen rondom de Chardzjijev-collectie en heeft mij toen gevraagd de hele zaak af te wikkelen. Daar ben ik nu druk mee bezig, maar dat doe ik niet in mijn eentje. De slavist Weststeijn, de kunsthistoricus Joop Joosten en ook Rudi Fuchs van het Stedelijk Museum zijn er bij betrokken. We zijn nu bezig met het uitpluizen en exact inventariseren van de collectie en het enorme archief van Chardzjijev. Niet alles wat op de lijst van het taxatierapport staat, is van grote waarde. Daarom hebben we in de statuten van de Stichting het woord 'bijeenhouden' geschrapt en 'selecteren' toegevoegd. Er zitten bijvoorbeeld ook uit boeken gescheurde afbeeldingen van werk van Toulouse-Lautrec bij. Anderzijds bevat het taxatierapport ook allerlei grove omschrijvingen als 'archiefstuk' die nader moeten worden omschreven.”