Buitenaardse vragen

Jostein Gaarder: Hallo, is daar iemand? Illustraties door Angela de Vrede. Uit het Noors vertaald door Janke Klok en Lucy Pijttersen. Querido, 96 blz. Vanaf 7 jaar. ƒ 32,50

Als in een kinderboek twee jongetjes in een roeiboot stappen en de zee opgaan, verwacht je spanning en avonturen, geen droog gekeuvel en een snelle, veilige terugkeer. Zeker als een van de jongetjes van een andere planeet komt en nog nooit een roeiboot heeft gezien.

De Noor Jostein Gaarder werd bekend met De wereld van Sofie, een ook door veel volwassenen gelezen houterig geschreven kinderboek over de geschiedenis van de filosofie. Nu schreef hij maar weer eens een boek waarin voor vragen diep wordt gebogen en op antwoorden wordt neergekeken: Hallo, is daar iemand? Vorige keer koos Gaarder voor bezoek uit de hemel aan een ziek meisje om in dialoogvorm zijn prekerige praat kwijt te kunnen (Door een spiegel, in raadselen, Fontein 1997), ditmaal brengt buitenaards bezoek de vragenstellerij, de verwondering en de verbazing op gang. Want niets, nee niets is gewoon. Het ruimtewezen buigt voor elke vraag.

In zijn ijver te tonen hoe wonderen ons omringen, is Gaarder slaapverwekkend. Nooit mag de lezer zelf eens wat bedenken, want al dat gevraag wordt voorgekauwd. Veeleer een moralist dan een filosoof is Gaarder, minachtend over volwassenen die het leven voor een sleur aanzien, streng voor kinderen die een steen saai noemen, een vis alleen maar een vis, een ei een ingrediënt voor pannenkoeken.

Het boek is geschreven in de vorm van een brief van een oom aan zijn achtjarige nichtje. Nichtje krijgt een broer of zus, net als de oom lang geleden overkwam. In de nacht dat zijn ouders hem noodgedwongen alleen lieten om in het ziekenhuis de bevalling af te wachten, ontmoette hij Mika van de planeet Eljo. Op de waterige tekeningen van Angela de Vrede is te zien hoe sterk de jongens op elkaar lijken. Griezelige platen zijn het, vol uitvergrote onderdelen van mens en dier: veel wezenloze ogen en dikke roze wriemelvingers.

Om te beginnen hebben de jongetjes een vrij grappige discussie over boven en beneden omdat de een volgens de ander op zijn kop staat (en vice versa). Daarna bespreken ze op diverse locaties de sterk overeenkomende geschiedenis van hun planeten. Eindeloos zeveren ze er op los; iets beleven doen ze nauwelijks.

De schrijver kon het niet laten waar mogelijk een levensles in te bouwen: op Mika's planeet is de vervuiling zover voortgeschreden dat in de zee geen leven meer voorkomt. Onlogisch is het verhaal tot overmaat van ramp soms ook nog. Ondanks het feit dat de aardebewoner naar eigen zeggen pas sinds een half jaar kan lezen en schrijven, weet hij alles over de ontwikkeling van het leven op aarde. Compleet met moeilijke woorden als moleculen, amfibieën en eencellige organismen.

    • Judith Eiselin