Brits rentetarief onverwachts met kwartpunt omhoog

LONDEN, 7 NOV. De Bank of England, de centrale bank van Groot-Brittannië, heeft de basisrente gisteren met een kwart procent verhoogd tot 7,25 procent. Dat was de vijfde rentestijging sinds Labour in mei aan het bewind kwam. Sinds Groot-Brittannië zich vijf jaar geleden noodgedwongen terugtrok uit het Europees wisselkoersmechanisme is de rentestand niet meer zo hoog geweest.

De City was verrast. In Londens financiële centrum werd verwacht dat de Bank voor een nieuwe rentestijging zou terugdeinzen met het oog op de onrustige beurzen. Na de aankondiging dat het renteniveau toch zou worden verhoogd, daalde de index van de honderd meest verhandelde fondsen aanvankelijk drastisch om zich later te herstellen. De FT-100 sloot op 4863,8, een verlies van 44,5 punten. De waarde van de pond steeg 2,4 Pfennig tegenover de Duitse mark.

Het Britse bedrijfsleven reageerde geschokt. De Confederation of British Industry (CBI), de grootste Britse werkgeversorganisatie, en de Britse Kamers van Koophandels toonden zich teleurgesteld. Ze zeiden dat Britse exporteurs het toch al zwaar genoeg hebben door de hoge koers van het pond. Volgens de bedrijfsorganisaties is de renteverhoging onnodig en schadelijk voor de economie.

Het monetair comité van de Bank, dat over het renteniveau beslist, verklaarde gisteren in een toelichting dat “een bescheiden verdere stijging nodig is om op middellange termijn de beoogde inflatie van 2,5 procent te halen”. Volgens het comité hebben eerdere rentestijgingen de inflatie minder getemperd dan verwacht was. De groei van de binnenlandse bestedingen blijft hoog en op de arbeidsmarkt zijn in toenemende mate tekorten ontstaan.

In zijn jaarlijkse evaluatie noemt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de economische vooruitgang die het Verenigd Koninkrijk geboekt heeft “indrukwekkend”. Maar de organisatie waarschuwt ook voor “toenemende onevenwichtigheden”. Een sterke binnenlandse vraag dreigt tot oververhitting van de economie te leiden. Tegelijkertijd kampt de exportsector met grote problemen door de hoge koers van het pond. Daardoor wordt de toch al “fragiele” Britse industrie nog verder ondermijnd. Sinds de Labourregering de verantwoordelijkheid voor de rentestand overdroeg aan een onafhankelijke commissie, hebben vier van de zes maandelijkse bijeenkomsten tot een rentestijging geleid. Volgens econoom David Coleman van het effectenkantoor CIBC Wood Gundy zou een regering zo'n reeks impopulaire ingrepen niet hebben aangedurfd. Hij vindt dat de stijging van gisteren de monetaire geloofwaardigheid van Engeland verhoogt.