'Belgische justitie is nu een laboratorium'

De Belgische minister De Clerck is begonnen met hervormingen bij de justitie. “Als in België criminaliteit wordt vastgesteld, wordt dat gezien als teken van de rotte sfeer bij justitie.”

BRUSSEL, 7 NOV. Kindermoorden, vuilniszakken met lijken en nu weer een dominee die zijn familie zou hebben vermoord en versneden. Als België het wereldnieuws haalt, gaat het de laatste tijd om gruwelverhalen. Op de achtergrond speelt het falen van politie en justitie, dat zo duidelijk is gebleken in de zaak rond kinderontvoerder Marc Dutroux.

“We kampen met een wereldwijd imagoprobleem”, beaamt de Belgische minister van Justitie Stefaan de Clerck. “Als in België criminaliteit wordt vastgesteld, wordt dat beschouwd als bevestiging van de rotte sfeer bij justitie. We moeten nog vele mythen opkuisen, ook in Nederland.” Want criminaliteit komt in België niet meer voor dan elders en ook zijn collega's hebben problemen. “Ik volg bijvoorbeeld de moeilijkheden die Winnie Sorgdrager meemaakt.” Maar De Clerck zal niet ontkennen dat er bij de Belgische justitie veel moet veranderen. Justitie moet van de negentiende eeuw overgaan naar de eenentwintigste, is zijn slogan.

Opgewekt verklaart De Clerck dat hij een groot voordeel heeft: in België is na de schok van de affaire-Dutroux veel mogelijk. “Ik ben bezig met hervormingsprojecten, terwijl collega's kampen met een opeenvolging van schandaaldossiers.” Zijn collega-ministers informeren geïnteresseerd naar de hervormingen die in België op stapel staan, zoals oprichting van een Hoge Raad voor Justitie die externe controle moet uitoefenen, het afschaffen van politieke benoemingen en de hervorming van de politiediensten. “Bij mij is het een laboratorium.”

Stefaan de Clerck zit ruim twee jaar op Justitie. Daarvoor was hij parlementariër en werkte hij vijftien jaar in de advocatuur. De Clerck komt uit de rechtervleugel van de Christelijke Volkspartij en slaat waarden als het gezin hoog aan. Zijn reputatie werd gevestigd met zijn vastberaden optreden in de volkswoede na het losbarsten van de affaire-Dutroux. Hij erkende dat bij het gerecht fouten zijn gemaakt en bezocht als eerste politicus de ouders van de vermoorde meisjes Julie en Mélissa. Inmiddels wordt De Clerck wat minder vaak genoemd in het lijstje mogelijke opvolgers van premier Dehaene. Maar hij is met zijn 45 jaar nog jong, zo wordt gezegd.

In het 'Kabinet van de heer minister' op de zevende verdieping van zijn ministerie vertelt De Clerck dat hij uit de ivoren toren is gekomen, waarin de Belgische minister van Justitie zich te lang had verschanst. “De minister van Justitie is niet meer de gezagsminister die bij hoge uitzondering een moeilijke tekst in het parlement komt verdedigen. Hij moet voortdurend de confrontatie aangaan met de hele maatschappij.” De gemeenschap vraagt daar om. “Ze is veel extraverter, zeker in België waar men tot voor kort niet naar buiten kwam.”

In alle hevigheid kwamen de Belgische emoties los, toen vorig jaar driehonderdduizend mensen door Brussel liepen die hun vertrouwen in justitie opzegden. Nu maakt De Clerck zich niet “de illusie” dat de legitimiteit van justitie is versterkt. “Het wantrouwen zit diep, de schok was groot. Dat vraagt lange termijn werk.” Justitie was lang het stiefkind van de Belgische politiek - sluitpost op de begroting, verstoken van een fulltime minister. “Dat kan niet met één wondermiddel opgelost worden. We zijn bijvoorbeeld nog altijd bezig met de eerste golf van automatisering.”

“Ik schipper voortdurend tussen woede en hoop”, zegt de Clerck. “De woede om wat mogelijk was en de hoop dat het verandert.” Inmiddels is er meer geld voor justitie: de begroting gaat van zo'n 2 miljard gulden dit jaar naar 2,3 miljard in 2000. Daarnaast wordt 1 miljard uitgetrokken voor infrastructuur. “Er komen nieuwe gerechtsgebouwen. We schrijven een internationale architectuurwedstrijd uit voor Gent en Antwerpen.” Justitie krijgt er zo'n 1000 medewerkers bij, waaronder 240 rechters en de gevangeniscapaciteit groeit met duizend cellen. Maar de lastigste hervorming is de mentaliteitsverandering. “Wij willen externe controle op justitie, maar magistraten vrezen voor de gevolgen. Dat vraagt tijd, de geesten moeten rijpen.”

De Clerck maakte een 'ronde van België', langs de vijf hoven van beroep en ontmoette “bij wijze van spreken” alle magistraten. “Iedere keer was ik verbaasd dat van de vele zaken die op het spoor zijn gezet, zo weinig bekend is. Mensen willen zich alleen bezighouden met hetgeen waarbij ze zelf belang hebben.” Hij merkte verschil tussen Noord en Zuid. “In Wallonië is de vraag naar middelen nadrukkelijker, terwijl men in Vlaanderen gemakkelijker aanvaardt dat daar tegenover meer inspanningen en creativiteit moeten worden gezet.” In het algemeen blijkt de magistratuur zwaar aangeslagen. “Ze worden beschouwd als verantwoordelijk.”

Voor de bevolking gaan de veranderingen niet snel genoeg. Ze roept om het straffen van verantwoordelijken in de affaire-Dutroux, die in het rapport van de onderzoekscommissie worden genoemd. De Clerck is niet gelukkig met dat namen noemen. “De commissie noemt met een korte evaluatie een aantal namen.” Nu blijkt het lastig om via disciplinaire of strafrechtelijke procedures sancties op te leggen. “De bevolking ziet het noemen van namen als veroordeling. Ik denk dat de commissieleden dat effect onderschat hebben.”

De Clerck begrijpt dat velen de vraag stellen of België wel is veranderd, een jaar na de affaire-Dutroux. “Hoe leg je een slachtoffer uit dat we een wet aan het wijzigen zijn die er ooit voor zal zorgen dat het anders zal zijn?” De minister is in ieder geval zelf veranderd. “Wat mij getekend heeft, is dat springen tussen het emotionele en de vertaling naar iets concreets. Hoe kun je iets realiseren, tegenover ouders die hun kind verloren hebben?”

In Vlaanderen klinkt de roep steeds harder om meer bevoegdheden voor het gewest. De Vlaamse regering draait zich warm voor 1999, het eerstvolgende moment waarop een staatshervorming mogelijk is. Tot nu toe werd vooral gesproken over het overdragen van sociale zekerheid en belastingen naar de gewesten, die nu al verantwoordelijk zijn voor ondermeer milieu, een deel van het economisch beleid, ruimtelijke ordening en werkgelegenheid. Onlangs lanceerde de Vlaamse minister-president, Luc Van den Brande (CVP), de vraag of justitie niet moet worden toegevoegd aan het verlanglijstje. Wat vindt de federale minister van justitie hiervan?

“In mijn ogen is de opdracht om justitie te moderniseren zo groot, dat het bijzonder ongelukkig zou zijn als het nu op een communautair debat uitdraait. Inhoudelijk moeten we zo ver mogelijk gaan op federaal niveau. Rechtspreken is een universele activiteit. Dat belet niet dat we het parajustitiële kunnen opsplitsen, bijvoorbeeld de behandeling van seksueel delinquenten. Dan zit je dicht bij welzijn en gezondheidszorg. Ook binnen de nationale orde van advocatuur wordt de vraag gesteld naar de splitsing van rechtshulp in Vlaanderen en Wallonië. Nederlandstaligen willen niet verder met de federale orde. Maar de hard core van justitie heeft belang bij universele dienstverlening. De overheid als oplosser die conflictbehandeling naar zich toetrekt en rechtvaardigheid probeert te brengen.”

    • Birgit Donker