Zeden en gebruiken in de schoenenindustrie; Een nieuwe schoen op een koopje

In de schoenenindustrie gaat het er vaak onvriendelijk aan toe. Menig ontwerper ziet zijn voor veel geld ontwikkelde modellen gekopieerd. Soms is de kopie zelfs eerder op de markt dan het origineel. De gevierde ontwerper Jan Jansen bijvoorbeeld is op die manier nooit rijk geworden aan zijn schoenen. Anderen wel.

ALS ZE NIET ECHT ZIJN WORDEN WE VALS. Mags Megamoks, merk, zolen en snitten, zijn internationaal geregistreerd. Toch zijn er fabrikanten en importeurs die u willen laten geloven dat een klein beetje anders geen namaak is. Niet doen. Als ze niet echt zijn worden we vals. Met advocaten en procedures.

Deze dreigende advertentie stond vorig jaar in een vakblad voor de schoenenhandel. Het was een poging van de Amsterdamse schoenontwerper en -producent Hans Kappetein om zijn nieuwste ontwerp te beschermen tegen kopiisten. Een mislukte poging. De Mags Megamoks zijn de meest gekopieerde schoenen van 1997. Kappetein is niet van plan het bij dreigementen te laten. Vorige week diende voor de rechtbank in Breda de eerste procedure tegen een producent die volgens de ontwerper zijn schoenen heeft nagemaakt. Veertien andere bedrijven hebben bericht gekregen dat hun eenzelfde procedure boven het hoofd hangt.

Het is voor schoenontwerpers steeds moeilijker hun modellen te beschermen tegen namaak. Het registreren van het model voldoet niet, want door een paar kleine wijzigingen is van een kopie geen sprake meer. Kappetein voorziet daarom het meest kenmerkende onderdeel van zijn schoenen, de zolen, van een apart modeldepot. De zolen van zijn nieuwste schoenen die in februari in de winkels komen, heeft hij zelfs als model én als merk geregistreerd. “Ik voel me af en toe een soort Don Quichote, maar het is de enige manier om mijn concepten te beschermen,” aldus Kappetein. “Als ik geen vuist maak, gaat het namaken full force door. Hoe meer succes je hebt, hoe sneller ze je kopiëren. De schade zit vooral in de verkorting van de levensduur van een model. Wanneer het overal te koop is, zijn mensen er eerder op uitgekeken.”

Schoenen worden steeds meer een marketingproduct. Kappetein zegt dat hij eigenlijk geen schoenen ontwerpt maar concepten. “Het gaat niet meer om het bedenken van een leuk bovenkantje op een zool, maar om de vraag welke behoefte er is. Willen mensen nog wel een schoen die eerst ingelopen moet worden? Je moet ook bedenken hoe je de schoen aan de man brengt en welke verpakking je erom heen doet.” Aan een conceptschoen moet volgens Kappetein te zien zijn welk idee erachter zit. Zijn Mags Megamoks is een mocassin op een anatomische zool die naar onder toe iets breder uitloopt. Die verbreding in de richting van de aarde moet aangeven dat het om een comfortabele schoen gaat die lekker loopt. Het duurde even voordat het publiek de boodschap oppikte, maar nu is er geen houden meer aan. Er zijn al meer dan 300.000 paren verkocht. De kopers variëren van meisjes van 15 tot mannen van 75.

Vijf jaar geleden kwam de eerste in Nederland ontwikkelde conceptschoen op de markt: de Yellow Cab. De door Hans Boons ontworpen canvas bootie op een rubber zool met autobandprofiel ontketende een wereldwijde rage. Meer dan een miljoen paar werden er verkocht van de echte Yellow Cabs. Van de namaak zijn zeker tien miljoen paar over de toonbank gegaan, schat Geert Slaats, directeur van Bufflox Int. uit Waalwijk, de producent van het merk. “We hadden hier op kantoor op een bepaald moment meer dan honderd verschillende kopieën liggen. Allemaal naar ons toegestuurd door klanten die last hadden van die namaak. In Amerika waren de kopieën zelfs nog eerder op de markt dan de originelen.”

Slaats kwam in actie tegen de kopiisten toen hij in 1992 op de GDS, de grote schoenenbeurs in Düsseldorf, in meer dan 200 stands namaak-Yellow Cabs zag staan. “Ik ben meteen naar een Duitse advocaat gestapt. De volgende dag diende het kort geding dat ik tegen een van die exposanten had aangespannen. Dat won ik. Het vonnis heb ik mét een waarschuwende brief op al die 200 stands laten plakken. Dat werd een enorme rel. We zijn zelfs met de dood bedreigd door een Italiaanse producent die niet bereid was zijn kopieën terug te trekken. Onze zes auto's met Yellow Cab-logo die bij de beurs stonden, zijn diezelfde avond totaal vernield.”

Mafia-methodes komen volgens Slaats maar in een klein deel van de schoenenbranche voor, maar het kopiëren is schering en inslag. Producenten en importeurs vinden het zo normaal om schoenen na te (laten) maken, dat ze er openlijk voor uitkomen waar ze hun ideeën vandaan halen. In een vraaggesprek met het vaktijdschrift Schoenvisie zegt groothandelaar Theo Henkelman, goed voor een omzet van 100 miljoen gulden, dat hij met freelance modelleurs werkt en via “vriendjes in de branche” trends probeert op te sporen. “Ja en verder fotograferen we uit etalages en maken een beetje na of we kopen één schoen en maken daar drie prototypes op, die er een beetje van afwijken”, aldus Henkelman.

Volgens Geert Slaats vinden ook de grootwinkelbedrijven het doodgewoon om te kopiëren. Hij heeft ze allemaal een proces aangedaan: de Van Harens, de Van Woensels, maar ook zaken als V&D, Hij Mannenmode en C&A. De bedrijven lijken daardoor niet erg geïmponeerd, alsof ze met die mogelijkheid al rekening hadden gehouden. Meestal treffen ze uiteindelijk een schikking met Slaats.

De ontwikkeling van een schoenconcept duurt volgens Hans Kappetein een tot anderhalf jaar en kost erg veel geld. Alleen al het maken van mallen voor een afwijkend type zool komt op 100.000 tot 150.000 gulden. Het registreren van nieuwe modellen kost ettelijke tonnen. Of dat geld ooit terugverdiend wordt, is de vraag, want niet elke nieuwe schoen wordt een verkoopsucces. Slaats van Bufflox zegt dat het deponeren van het nieuwe merk Koudenberg zijn bedrijf vorig jaar 300.000 gulden heeft gekost. Slaats: “Ik deponeer niet meer alles in ieder land, want er zijn landen waar ze zich niets aantrekken van een depot. Ik vervolg ook niet meer iedereen die onze schoenen kopieert. Voor ik eraan begin, bekijk ik eerst wat het oplevert. Dat is overigens moeilijk in te schatten. Ik heb laatst vlak voordat de uitspraak van de rechter kwam, een schikking getroffen met iemand die mij 250.000 gulden had geboden. Tot ieders verbazing verloren wij die zaak.”

De bestrijding van de piraterijplaag is een kostbare aangelegenheid voor schoenproducenten. Grote producenten hebben er juristen voor in dienst, kleinere ondernemingen moeten steeds de afweging maken tussen kosten en baten. Schoenontwerpers die voor eigen rekening produceren, procederen vrijwel nooit tegen kopiisten. “Ik heb er de energie en het geld niet voor”, zegt schoenontwerper Jan Jansen. Jansen maakt twee collecties onder eigen naam. Van zijn eerste lijn, schoenen van 450 tot 600 gulden, verkoopt hij niet meer dan 2.000 paar per seizoen. Sinds twee jaar heeft hij een zakelijke partner en voert hij een goedkopere lijn, Jan Jansen Sense, die behalve bij zijn eigen winkels in Amsterdam en Antwerpen, te koop is bij 150 schoenenzaken in binnen- en buitenland. Van de Sense-collectie worden op dit moment 10.000 paren per seizoen verkocht.

Jansen slaagde er in het verleden niet in zijn ideeën in een commercieel succes om te zetten. Anderen lukte dat, ongevraagd, wel. Jansen: “Ik ben altijd gekopieerd. Het begon al in 1969 met mijn klompschoenen. Daarvan zijn honderdduizenden kopieën verkocht. Van een ander model, een schoen met een gevlochten blad, heeft een Amerikaanse importeur in Taiwan twee miljoen kopieën laten maken. Ook mijn schoen met schuine rits is op grote schaal gekopieerd. Een Franse producent die de schoen heeft nagemaakt, biedt me nog altijd champagne aan als hij me op een beurs ziet.”

Geld heeft Jansen nooit gekregen voor de vele miljoenen kopieën van zijn schoenen. Dat heeft hem jarenlang hevig gefrustreerd. En nog steeds is hij geshockeerd als hij ontdekt dat zijn ideeën gestolen worden. “De meest recente ervaring was afgelopen week op een beurs in Parijs. Daar stonden de kopieën van mijn nieuwste schoenen die nog niet eens op de markt zijn. Waarschijnlijk heeft de Italiaanse zolenfabrikant de mallen waarvoor ik veel geld heb betaald, doorverkocht aan een ander.”

Net als Jan Jansen onderneemt ook schoenontwerper Charles Bergmans uit Sprang-Capelle geen juridische stappen tegen kopiisten. Bergmans ontwerpt voor de Britse fabrikant Clarks en voor Wolky, een Nederlands merk dat erg succesvol is in Amerika. Daarnaast heeft hij een eigen merk, Terra Plana. Voor Terra Plana, Spaans voor vlak land, ontwerpt hij op ouderwetse leest gemaakte mannenschoenen “met de kracht van pure eenvoud”, zoals hij het zelf formuleert. Een van zijn Terra Plana-schoenen is volgens Bergmans gekopieerd door fabrikant Avang in Moergestel. Hij is boos daarover, maar vindt het zinloos om te procederen. “Ze jatten een model, maar geen concept, geen gevoel”, zegt hij. Het laten ontwerpen en ontwikkelen van schoenen is kostbaar. “Dat is reden voor ondernemers om alles wat ze op hun pad tegenkomen te gebruiken. Dat bespaart geld. Kennelijk worden door de vraag vanuit de markt alle drempels van fatsoen weggenomen”, aldus Bergmans.

In Nederland waren 35 jaar geleden 227 schoenfabrieken met in totaal 16.000 personeelsleden. Door faillissementen, fusies en vertrek naar lagelonenlanden daalde het aantal bedrijven dat in Nederland produceert tot 20. Het aantal werknemers is 590. Kenmerkend voor de resterende fabrikanten is dat ze meer oog hebben voor fysieke eigenschappen als kwaliteit en pasvorm, dan voor de expressieve kant van hun product.

Dat geldt ook voor die fabrikanten die de laatste jaren een tweede, jongere of sportievere, schoenenlijn hebben ontwikkeld. Een voorbeeld is Van Bommel in Moergestel met zijn jonge merk Floris Van Bommel, genoemd naar een zoon van de eigenaar. Floris die als model optreedt in een abri-campagne voor 'zijn' merk, heeft wel zijn handtekening gezet voor het logo, maar is niet verantwoordelijk voor de signatuur van de collectie. “Onze verkopers geven aan welke schoenen commercieel interessant zijn en die maken we”, aldus de economiestudent.

Ook de klassiek-sportieve Baylands-collectie van Van Lier in Loon op Zand wordt gestyled door modelleurs naar aanwijzingen van de verkopers. Sinds Van Lier in 1991 is overgenomen door ex-reclameman Geert van Spaendonck, adverteert het bedrijf in dagbladen en tijdschriften. In het verleden was de communicatie alleen gericht op detaillisten. Ook Greve in Waalwijk loopt niet voorop als het om vormgeving gaat. Het bedrijf draait al zolang het bestaat op fashion classics als oxfords, brogues (gaatjesschoenen) en mocassins. De best verkochte schoen, een mocassin met de naam Mohawk, zit al sinds 1898 in de collectie. Sinds kort timmert ook Greve aan de weg. Het bedrijf heeft een sublicentie van Jaguar gekregen en laat voor dat merk in Italië klassieke schoenen maken op Greve-leesten. Ze worden verkocht in grote blikken dozen met een afbeelding van een auto. Een Jaguar uiteraard. De schoenfabrikant hoopt dat deze blikken collector's items worden.

    • Dieuwke Grijpma