Woedende leraren in actie voor hoger loon

NIJMEGEN, 6 NOV. Het salaris moet omhoog, de werkdruk moet omlaag. Boze leraren hebben gistermiddag tijdens een actiebijeenkomst in Nijmegen duidelijk gemaakt dat “de beuk” er in gaat als minister Ritzen (Onderwijs) niet instemt met een salarisverhoging van 0,75 procent. Ritzen wil niet meer geven dan 0,5 procent. Volgens de bonden zijn landelijke acties niet uitgesloten.

Zo'n 1.200 leerkrachten en onderwijs-ondersteunende personeelsleden waren gistermiddag naar de actiedag van de Algemene Onderwijsbond (AOb) in Nijmegen gekomen om te laten zien “dat we het goed zat zijn”. Zodra het gezicht van Ritzen op het video- scherm verschijnt, ontstaat gejoel, gefluit en gestamp.

“Het is toch te gek voor woorden dat we maanden moeten onderhandelen om die 0,75 procent. Terwijl we er gewoon recht op hebben: er is afgesproken dat de salarissen tussentijds verhoogd zullen worden als ze achterblijven bij de loonontwikkeling in andere sectoren”, aldus N. Altenburg, lid van het dagelijks bestuur van de AbvaKabo.

Dat de salarissen achterblijven bij de ontwikkeling van de koopkracht, is evident, zo zeggen sprekers. Terwijl de lonen in de marktsector vorig jaar en dit jaar respectievelijk met 2,86 en 2,2 procent zijn gestegen, kregen leerkrachten vorig jaar 1,77 en dit jaar 0,94 procent meer salaris.

Vanaf 1991 hebben met name oudere leerkrachten, in de schalen 9, 10 en 12, hun koopkracht met honderden guldens zien afnemen. “En dat in deze tijd, waarin iedereen erop vooruitgaat!”, zei Altenburg. Ze dreigde met landelijke acties als “de dames en heren politici in Den Haag de eisen niet inwilligen”. “We zijn het zat om het ondergeschoven kindje te zijn. Het wordt tijd dat het tij keert.”

De woorden van Altenburg werden met donderend applaus beloond, zoals alle sprekers konden rekenen op steun vanuit de zaal. De actiebereidheid, zo zei een spreker, is zo groot dat “Den Haag moet oppassen”.

De woede en onvrede betreft evenwel niet alleen het salaris, zo werd gisteren in Nijmegen duidelijk. Vergeleken met de andere landen van de Europese Unie scoren de Nederlandse leerkrachten het hoogst als het gaat om de werkdruk, om het aantal kinderen in de klas en om het aantal uren dat zij les geven. Daarom werden er meer eisen geformuleerd, onder andere door AOb-voorzitter J. Tichelaar, wiens onderwijsbond met 75.000 leden veruit de grootste is. Volgens Tichelaar moet het aantal uren omlaag en moet er worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs. Hij is echter niet gerust op een goede afloop van de onderhandelingen met de minister.