Wim Duisenberg in de tombola

Frankrijk kwam deze week verrassend met een kandidaat voor het presidentschap van de Europese Centrale Bank. Wacht Neerlands hoop, Wim Duisenberg, nu hetzelfde lot als Onno Ruding, Gerrit Braks en Ruud Lubbers, die vergeefs een gooi deden naar internationale topfuncties? Dat staat allerminst vast.

DEN HAAG, 6 NOV. De strijd die deze week is uitgebroken over het presidentschap van de Europese Centrale Bank raakt in Nederland veel oud zeer. In de afgelopen tien jaar heeft Nederland weinig succes geboekt met kandidaturen voor hoge internationale posities. De benoeming dit jaar van Carlo Trojan op de invloedrijke post van secretaris-generaal van de Europese Commissie is een uitzondering temidden van teleurstellingen. Maar het staat allerminst vast dat Wim Duisenberg, de kandidaat voor de ECB in Frankfurt, de gang van Ruding, Braks en Lubbers zal volgen.

Iedere internationale benoeming is anders, er spelen uiteenlopende factoren en machtsconstellaties mee, waaronder het 'soortelijk gewicht' van het land van herkomst. Verder is niet alleen de kwaliteit van de lobby, maar ook de persoon van de kandidaat van doorslaggevend belang.

Eind 1986 kwam onverwachts de positie vrij van directeur van het Internationale Monetaire Fonds, omdat Jacques de Larosière, de Fransman die de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis met vaste hand had gemanaged, te kennen gaf tussentijds te willen opstappen. Onno Ruding, minister van Financiën in het tweede kabinet-Lubbers, had zijn hart verpand aan het IMF waar hij in de jaren zeventig gewerkt had. Hij zag een kans om terug te keren naar Washington en liet zich gretig door Nederland kandidaat stellen.

Maar Ruding had zich niet bij alle G7-landen (de groep van rijkste landen die in IMF-verband de dienst uitmaakt) geliefd gemaakt. Hij had de Amerikanen geschoffeerd met kritiek op hun begrotingsbeleid, hij had bovendien de Latinos belerend toegesproken en dat was in slechte aarde gevallen. En de Fransen hadden een spelerswissel voorbereid: Michel Camdessus, de gouverneur van de Banque de France, zou met Larosière van positie ruilen.

Zo geschiedde in 1987 en Ruding leed een nederlaag die hem persoonlijk zeer heeft geraakt. Hij vertrok uit de politiek na de val van het kabinet.

Drie jaar later was een andere multilaterale post in de aanbieding. De Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD, de 'Oost-Europa-bank') was opgericht om de overgang van de commando- naar de markteconomie in Oost-Europa en de ex-Sovjet-Unie te ondersteunen. Dit was oorspronkelijk een idee van de later vermoorde Duitse bankier Alfred Herrhausen, die zelfs zei dat een Nederlander deze nieuwe institutie zou moeten leiden.

In Parijs greep Jacques Attali, de geslepen politieke adviseur van president Mitterrand, dit plan aan om zichzelf een historische rol toe te delen. In Nederland had Lubbers, premier van zijn derde kabinet, bedacht dat het presidentschap van de EBRD iets was voor Ruding, die was geparkeerd als voorzitter van de werkgeversclub NCW. Ook al had Ruding aanvankelijk zijn bedenkingen geuit over de oprichting van een nieuwe instelling voor Oost-Europa, met frisse tegenzin begon hij aan een tweede campagne voor een internationale post.

Nu leek alles goed te gaan: er was zelfs een brief van Margaret Thatcher waarin de Britse premier haar steun aan Ruding toezegde. Maar Nederland wilde ook dat de EBRD in Amsterdam gevestigd zou worden. Toen bondskanselier Kohl aanbood dat Nederland de vestigingsplaats kon krijgen, maar dat hij met de Fransen had afgesproken dat Attali de eerste president moest worden, aarzelde Lubbers. Hij sloeg niet onmiddellijk toe.

Vervolgens bedisselde de G7 een oplossing in de marge van een IMF-vergadering in Washington. Nederland stond buitenspel, Groot-Brittannië liet Ruding als een baksteen vallen in ruil voor de vestiging van de EBRD in Londen met Attali aan het hoofd.

Enkele jaren later werd Attali gedwongen tot een smadelijk vertrek uit Londen omdat hij de EBRD had gebruikt als een geldverspillend prestige-project. Er kwam een vroegtijdig einde aan zijn tomeloze carrière. Hij werd tussentijds opgevolgd bij de EBRD door een oude bekende, Jacques de Larosière. Daarmee was het presidentschap van de Banque de France opnieuw vrij en op die plaats kwam Jean-Claude Trichet terecht, de kundige Fransman die nu kandidaat is gesteld voor de Europese Centrale Bank. Larosière saneerde overigens in snel tempo de EBRD en treedt alom geprezen begin volgend jaar terug.

De Nederlandse kandidaturencarrousel draaide verder. Voor de post van secretaris-generaal van de FAO, de voedselorganisatie van de Verenigde Naties, schoof Lubbers-III Gerrit Braks naar voren. De oud-minister van Landbouw was door de visfraude-affaire gedwongen tot aftreden en vervolgens voorzitter van de KRO geworden. Dat maakte hem niet bijzonder kansrijk voor de hoge VN-post. Hij kreeg vrijwel geen steun. Later weet hij dat aan de internationale ambities van Ruud Lubbers.

Want hoewel Lubbers zich hier nooit over uitliet, was het in Den Haag een publiek geheim dat hij dolgraag de Fransman Jacques Delors wilde opvolgen als voorzitter van de Europese Commissie. Begin jaren negentig werd het hele diplomatieke apparaat in stelling gebracht om Lubbers te lanceren en leken andere Nederlandse claims voor de vestiging van diverse Europese instellingen en benoemingen hieraan ondergeschikt te worden gemaakt.

Maar Lubbers had de Europese krachtsverhoudingen verkeerd ingeschat. Bondskanselier Kohl had niet zo'n goede herinnering aan uitspraken die Lubbers aanvankelijk over de Duitse vereniging had gedaan. Bovendien was de wijze waarop Lubbers in 1994 zijn kroonprins Elco Brinkman had laten vallen en het CDA naar een desastreuze verkiezingsnederlaag had begeleid in de Europese hoofdsteden niet in positieve zin opgevallen. De vaardigheden van Lubbers, in Nederland bewierookt als de langst zittende premier van deze eeuw, werden in het buitenland minder gewaardeerd.

Nadat Lubbers de strijd om het EC-voorzitterschap had verloren, kwam in 1995 de post van secretaris-generaal van de NAVO vrij door het overlijden van Manfred Wörner. De atlanticus Van den Broek maakte hiervoor een gerede kans, maar het kabinet-Kok schoof een beduusde Lubbers naar voren. Na een pijnlijk verlopen gesprek in Washington besloten de Amerikanen dat ze liever een ander dan de Nederlandse oud-premier leiding zagen geven aan de NAVO-uitbreiding naar Midden-Europa. Het werd de Spanjaard Solana.

In mei 1996 kwam Nederland met de kandidatuur van Wim Duisenberg voor het Europees Monetair Instituut, de voorloper van de Europese Centrale Bank. De Franse president Chirac toonde zich onaangenaam verrast. Maar Duisenberg werd benoemd, al maakte Frankrijk wel een kanttekening dat dit geen automatische doorschuiving naar de ECB betekende. Dat diende letterlijk genomen te worden, zo bleek deze week. Frankrijk heeft een eigen kandidaat voor de hoogste monetaire post in Frankfurt in de aanbieding. Inderdaad, Jean-Claude Trichet.

    • Roel Janssen