Sublieme beginzin

'Hugo Verweij vond werken afschuwelijk.'

Zelden las ik een aanstekelijker beginzin dan in Theo Kars' roman De verleider.

Onlangs verscheen de achtste druk van De verleider.

Zelden las ik een flauwer aftreksel van die unieke opening:

'Hugo Verweij verfoeide werken.'

Wat heeft Kars bewogen om de meest sensationele beginzin uit de Nederlandse literatuur zo dramatisch af te zwakken?

Het anwoord is te vinden in het aanhangsel van de laatste editie, uitgegeven door de Arbeiderspers:

'Ik heb op enkele kleine stilistische verbeteringen na niets aan De verleider veranderd, (...)'

Dat is nog eens een afknapper: Kars beschouwt zijn gerenoveerde openingszin, na al die jaren - de eerste editie van De verleider dateert van 1967 - opeens als een 'stilistische verbetering'.

In dit licht bezien, zo moet Kars hebben gedacht, mag ik ook wel vergeten te vermelden dat ik in de herziene editie van 1976 (Loeb-Athenaeum Polak & van Gennep) al liet weten: 'De nieuwe versie wordt door de auteur als definitief beschouwd'.

Twee jaar nadien spraken Johan Diepstraten en Sjoerd Kuyper met Kars onder meer over zijn hang naar perfectie en naar het waarom van die toevoeging. Kars: 'Het is eigenlijk meer voor mezelf bedoeld. Als ik publiekelijk heb verklaard dat het definitief is kan ik er moeilijk op terug komen.'

Dat Kars niettemin woordbreuk heeft gepleegd, en nog wel zonder hiervan melding te maken in het aanhangsel van de nieuwste uitgave, is het zoveelste symptoom van de neergang van deze voor ingewijden zo vermakelijke auteur.

Ik zie nog maar één mogelijkheid voor een revanche.

Uit naam van alle Kars-fans van het eerste uur eis ik dat De Arbeiderspers op de kortst mogelijke termijn een negende druk van De verleider uitgeeft, waarin die oorspronkelijke, sublieme beginzin weer is opgenomen.

Uiteraard inclusief een uitvoerige, schuldbewuste, verantwoording over het hoe en waarom van deze allerlaatste wijziging.

Het lijkt mij een prachtig Sinterklaascadeau.

    • Kees Sluys