'Stuur ook jongere leraren met sabbatsverlof'

DEN HAAG, 6 NOV. Ook jongere leraren moeten zo af en toe de schooldeuren even achter zich dicht kunnen trekken. Daarom moet er naast het seniorenverlof voor oudere leraren ook voor de jongere leraren op basisscholen en middelbare scholen een 'sabbatsverlof' komen.

Dat stelt de commissie-Ter Veld in het rapport 'Tijd voor tijd', dat vanmiddag is aangeboden aan minister Ritzen (Onderwijs).

Volgens voormalig staatssecretaris E. ter Veld zou er één fonds moeten komen voor de werkgevers in het onderwijs, dat belast wordt met de uitvoering van zowel sabbats- als seniorenverlof. Dit centrale beheer voorkomt extra bureaucratie. Het fonds moet ook de vervanging regelen van leraren tijdens de verlofperiode. Het geld dat de scholen sparen voor de vervanging, moet belegd worden.

Het is de bedoeling van de commissie dat leraren vrije dagen (van de arbeidstijdverkorting) opsparen voor hun verlof.

Op momenten dat het hun uitkomt, kunnen ze dan dit spaarpotje, of een deel daarvan, verzilveren in de vorm van betaald verlof. Dat kan door ofwel maximaal een jaar te stoppen met werken ofwel via permanente arbeidstijdverkorting. In plaats van een werkweek van twintig uur kan een leraar bijvoorbeeld nog vijftien uur voor de klas staan, en dankzij de verlofregeling toch het grootste deel van zijn inkomsten behouden.

Doel van het sabbatsverlof is leraren breder inzetbaar te maken in het onderwijs en hen langer aan het vak te binden.

Nu blijken vooral oudere leraren vervroegd in een wachtgeldregeling terecht te komen. Het sabbatsverlof en het seniorenverlof zouden de werkdruk voor leraren moeten verminderen, zo schrijven de rapporteurs.

Minister Ritzen reageerde positief op de voorstellen. In een schriftelijke reactie liet hij weten dat het advies aansluit op de trend van een flexibelere invulling van arbeidstijdverkorting. “Door senioren- en sabbatsverlof houden werkgevers gemotiveerd personeel. De verlofgangers kunnen de verlofperiode bijvoorbeeld deels gebruiken voor scholing. Dit past in de gedachte dat een leven lang leren steeds belangrijker wordt.”

De Algemene Onderwijsbond (AOb) en de Onderwijsbonden CNV reageerden opgelucht. Zij wijzen erop dat door het sabbatsverlof jonge leraren die dat willen, al kunnen sparen voor een extra seniorenverlof, als zij de sabbatsuren niet verzilveren voor hun 52-ste levensjaar. CNV-bestuurslid J. Roovers voegde daar echter aan toe dat bij de leden ook scepsis heerst over de voorgestelde regeling. “Als ze al willen sparen voor verlof, dan willen ze dat toevoegen aan het seniorenverlof en niet tussentijds een jaartje weg”, aldus Roovers. Daar is het sabbatsverlof in eerste instantie niet voor bedoeld.

Van alle leraren van 52 jaar en ouder in het voortgezet onderwijs maakt nu zo'n veertig procent gebruik van het seniorenverlof. Het is niet precies bekend wie van hen er daadwerkelijk even tussenuit gaan en wie hun verlof omzetten in een permanente arbeidstijdverkorting.

Maar sabbats- en seniorenverlof zijn niet de enige wegen die naar Rome leiden, vindt de AOb. Een woordvoerder van de bond: “Oudere leraren zouden ook door flexibeler personeelsbeleid op andere functies dan alleen maar onderwijs ingezet moeten kunnen worden. Zij kunnen jonge docenten begeleiden of leerlingen individueel begeleiden. Daardoor komen zij minder snel in wachtgeldregelingen terecht. Het sabbatsjaar kan daar zeker bij helpen, maar ook het personeelsbeleid moet veranderen”.