Satellieten; Mr. Bean in Iran en nog meer revoluties

Satellieten brengen de voordelen van Internet waar ook ter wereld binnen bereik, zonder aanziens des persoons. Als de laagbanige LEO's het tenminste winnen van de trage en ver verwijderde GEO's.

DECENNIA LANG was ruimtevaart een zaak van Belangrijke Organisaties met veel gesloten deuren, die hun diensten tegen Hoge Tarieven leverden aan Iets Minder Belangrijke Organisaties zoals PTT's. Maar in de afgelopen pakweg vijf jaar zijn satellieten en eindgebruikers steeds nader tot elkaar gekomen. Via een schoteltje op het dak ontvangen honderden miljoenen hun televisiebeelden rechtstreeks per satelliet. Met twee kilo en vijfduizend gulden aan apparatuur kan iedereen op elke plek ter wereld rechtstreeks per satelliet bellen, faxen en e-mailen. Voor nog geen vijfhonderd gulden heeft de betere kampeerwinkel een handzaam satellietkompas waarmee ook niet-padvinders exact hun positie kunnen bepalen.

Het is maar een greep - en het is maar het begin. Eind 1998 krijgen we de eerste twee systemen (Iridium en Globalstar) voor telefonie via laagbanige satellieten. De telefoons wegen dan nog maar een paar honderd gram en kosten 1.

500 gulden of minder. Indien aanwezig gebruiken ze het plaatselijke cellulaire netwerk, in de woestijn springen ze over op de satellieten. Integratie met ontvangers voor plaatsbepaling zal kort daarna de genadeslag brengen aan verdwalen en andere vormen van avontuur: wie bij het doorschrijden van Borneo uit de lianen stort, belt een alarmdienst en geeft zijn coördinaten en polisnummer door, waarna een helikopter de verzekerde afvoert naar een airconditioned hospitaal.

Dergelijke SOS-diensten voor moderne avonturiers floreren nu al in grote delen van de Derde Wereld, juist door de opkomst van satellietcommunicatie en satellietnavigatie. Het verschil tussen nu en de nabije toekomst schuilt in daling van gewicht en kosten van de vereiste apparaten, zodat ze steeds populairder zullen worden.

Nog ingrijpender wordt de mondiale revolutie van Internet-per-satelliet, die de zegeningen van e-mailen en websurfen over een paar jaar binnen het bereik zal brengen van iedereen die daarvoor een- à tweeduizend gulden (exclusief PC) over heeft - ook midden in Centraal-Mongolië of op Rottummerplaat.

De gevolgen zijn nauwelijks te overzien, evenmin als we nu kunnen bevroeden hoe Braziliaanse koffieplanters en Iraanse mullahs op de wat langere termijn zullen reageren op Mr. Bean, op Baywatch, op MTV, op Oprah (herh.), op Sports Channel en al die andere helden en symbolen van de global village.

Zoveel is zeker: satelliettelevisie heeft een verwoestend effect op de culturele diversiteit van de dorpelingen: onderuit gezakt op hun wereldbank werken ze avond aan avond dezelfde eenheidsbrei naar binnen, van Maastricht tot Madagascar, van Japan tot Uruguay.

Het is de vraag of Internet per satelliet verandering gaat brengen in deze beroerde situatie. Die kans bestaat, omdat Internet - het Web in het bijzonder - duizend-en-meer plaatselijke bloemen tot bloei kan brengen. Nu al ontwikkelt Internet zich met enorme snelheid in allerlei arme landen (43 van de 52 Afrikaanse landen zijn inmiddels aangesloten), inclusief een bonte variëteit aan websites met een hoog plaatselijk karakter. Internet houdt echter op bij het eind van de infrastructuur voor telecommunicatie: ruim 90 procent van alle huishoudens heeft geen telefoonaansluiting en dus ook geen mogelijkheid voor een Internet-verbinding. Satellieten bieden op iedere plek ter wereld een alternatief; maar dat is alleen betaalbaar voor grote bedrijven, en voor Internet Service Providers (ISP's) die hun diensten via het telefoonnetwerk weer doorgeven aan de eindgebruikers. Een groeiende reeks ISP's in Afrika gaat zo te werk.

De kosten voor een eigen satellietverbinding naar het Internet (tweeweg, 64 kilobit/s, regelrecht naar een backbone zelfs) zullen tussen nu en het jaar 2000 met ten minste een factor-20 dalen tot een- à tweeduizend gulden. In totaal zijn meer dan een dozijn satellietvloten in ontwerp voor direct to home-Internet, in kosten variërend van drie tot veertien miljard dollar, die iedere uithoek van de wereld binnenkort onder Internet-connectivity zullen bedelven. Ook hier twee convergerende trends: het ontvangen van tv-signalen en Internet-communicatie zullen veelal via hetzelfde schoteltje gaan, zij het op verschillende frequenties (12-14 gigahertz voor de tv, 20-30 gigahertz voor Internet). De dienstverlener kan kiezen voor één zware satelliet of voor twee die vlak naast elkaar staan. In beide gevallen heeft de eindgebruiker met één geïntegreerde set hardware te maken: een schotel, een decoder voor de tv, een zender/ontvanger voor Internet, een kabel naar de beeldbuis, en nog een naar de PC.

Een van de verrassende verschijnselen op de achtergrond is de integratie van satellietbouwers en dienstverleners. De meeste van deze plannen komen namelijk uit de kokers van de bouwers. Cynisch gesteld: ze willen graag satellieten bouwen en verkopen, liefst geostationairy earth orbit-satellieten (GEO's) want daarmee hebben ze ervaring. Een tweede reeks aanbieders van Internet per schotel vormen de eigenaren van bestaande satellietvloten.

Ook zij ruiken een grote markt, en zorgen dat hun volgende satellietgeneraties rechtstreeks berichten kunnen opvangen van de eindgebruikers. En ook zij denken vrijwel uitsluitend in geostationaire termen, want dat doen ze al sinds hun oprichting. Met uitzondering van de aanbieder van satelliettelefonie Inmarsat halen ze hun revenuen geheel of hoofdzakelijk uit de verspreiding van televisie, en dat gaat in feite alleen met GEO's.

En dan nu het probleem. Door hun grote afstand tot de aarde - 35.786 kilometer boven de evenaar - veroorzaken GEO's een signaalvertraging van een halve seconde. De berekening zullen we overslaan, maar in combinatie met het Internetprotocol leidt dat tot een topsnelheid van 106 kilobit/s. Vandaag de dag lijkt dat heel aardig (driemaal zo snel als het modem van de modale Internet-gebruiker), maar tegen de tijd dat de Internet-satellieten operationeel worden, zal het niet veel zijn. En in alle gevallen is die halve seconde vertraging niet te vermijden: het resultaat van een muisclick is pas na een halve seconde op het beeldscherm te zien. Computerspelletjes verlies je bijna altijd. Bij telefoneren, met of zonder videobeeld, leidt het interrumperen van de gesprekspartner onveranderlijk tot een kortstondige chaos in de conversatie.

Maatregelen om het down- en uploaden per GEO naar 865 kilobit/s op te voeren (en met nog grotere ingrepen naar nog sneller) hebben de vervelende bijwerking dat de eindgebruiker op een eiland met afwijkende regels belandt, terwijl wereldwijde transparantie nu juist de grap is van Internet. Om dat leed te verzachten, hebben de aanbieders van de GEO-Internet-systemen hun hoop en intenties gevestigd op een breed scala aan push-technieken: een soort kruising tussen televisie en Internet. Via de schotel ontvang je dagelijks krankzinnige hoeveelheden informatie, honderden periodieken, alle bijdragen aan alle discussiegroepen van die dag, hele encyclopedieën als het moet. Door middel van voorkeuze slaat je PC alleen datgene op waarvoor je belangstelling hebt, waarna zoeken op het Internet grotendeels zoeken op je eigen harde schijf wordt.

Het bezwaar van deze aanpak is dat het interactieve karakter van Internet op de helling gaat en dat de inhoud van de zendingen valt te controleren.

Bijvoorbeeld: China geeft toestemming voor het gebruik van het Amerikaanse satelliet-netwerk Spaceway, op voorwaarde dat de satellieten geen informatie pushen over Tibet en andere dissidente kwesties.

Het democratisch potentieel van Internet heeft daarom meer te verwachten van low earth orbit satellieten (LEO's). Tussen duizend en tweeduizend kilometer boven de aarde geven ze signalen nog anderhalf keer zo snel door als glasvezel, dus ruim baan voor interactiviteit. En, grote bonus: laagbanige satellieten zijn geografisch egalitair. Per vierkante kilometer leveren ze in Mali precies evenveel capaciteit als in Manhattan.

GEO's daarentegen concentreren hun capaciteit door middel van spotbeams op de streken met de meeste vraag, zodat de rijke regio's het nog beter krijgen en de relatieve achterstand van de arme gebieden nog verder toeneemt. Probleem met LEO's is dat je er zoveel van nodig hebt en dat het technisch veel ingewikkelder ligt. Maar Russell Daggatt, de directeur van het satelliet-consortium Teledesic, stelt: “Tien jaar geleden werden LEO-systemen vrijwel onmogelijk geacht. Nu vormen ze een uitdaging. En over tien jaar is het geen probleem meer.”

PLANNEN

GEO De belangrijkste plannen voor toegang tot het Internet via GEO-satellieten komen van de drie grootste Amerikaanse satellietbouwers:

Hughes is koploper met Spaceway, Lockheed Martin werkt aan Astrolink en Space Systems Loral aan CyberStar. Min of meer vastomlijnde plannen zijn verder in ontwikkeling bij grote Europese aanbieders van satelliettelevisie zoals Eutelsat en het Luxemburgse SES, de eigenaar van de Astra-satellieten. Ook het mondiale consortium voor satellietcommunicatie Intelsat, met 24 GEO's eigenaar van 's werelds grootste satellietvloot, is hard op zoek naar mogelijkheden om de Internet-eindgebruiker te bereiken. Zelfs de huidige aanbieder van wereldwijde sateliettelefonie, Inmarsat, heeft onlangs een grootscheeps plan aangekondigd, Horizons.

LEO Koploper bij de LEO-systemen in Teledesic, het plan van Bill Gates en Craig McCaw dat negen miljard dollar kost. Omstreeks 2001 moeten de 288 LEO's (te bouwen door Boeing) allemaal gelanceerd zijn. Al iets eerder zal SkyBridge van Alcatel (64 LEO's) samen met CyberStar een gecombineerde GEO/LEO weg naar het Internet openen. Het duurste project Celestri van Motorola: een geheel geïntegreerd systeem à 13,8 miljard dollar van 63 LEO's en een kleine vloot GEO's.

Voor achtergronden op het Internet: www.iicd.org/articles/sep97/hegene10.htm