Papon 'gewond' door anti-joodse wetten Vichy

Met enkele opmerkelijke bekentenissen zorgde Maurice Papon in het proces tegen hem deze week voor grote verrassingen. Zo zou hij weinig gerust zijn geweest over het lot van de onder zijn verantwoordelijkheid gedeporteerde joden.

PARIJS, 6 NOV. Maurice Papon was niet gerust op het lot van de joden in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was 'persoonlijk gewond' door de anti-joodse wetten die het Franse bewind in Vichy in 1940 uitvaardigde en hij had zijn 'twijfels over het wrede lot' dat joodse gedeporteerden later te wachten stond.

Met deze bekentenissen heeft de van misdrijven tegen de menselijkheid verdachte oud-secretaris-generaal van de prefectuur van de Gironde voor nieuwe verrassingen gezorgd. Het proces-Papon, dat sinds een maand in Bordeaux wordt gevoerd, werd tot nu toe gekenmerkt door een veelheid van onderbrekingen wegens de hart- en longproblemen van de 87-jarige verdachte. Deze week ging het voor het eerst om de rol van hoge Franse ambtenaren onder de Duitse bezetting.

Vrijdag werd het proces na een week medische bulletins hervat met het verhoor van de historici Paxton en Amouroux. De eerste, emeritus hoogleraar geschiedenis aan Columbia University in New York, lichtte mondeling toe wat hij in drie geruchtmakende boeken over het Vichy-regime van maarschalk Pétain heeft geschreven: Vichy maakte het voor de Franse joden door onverplichte ijver erger dan nodig, ook al is het percentage joden dat de dood vond in Frankrijk lager dan in verschillende andere Europese landen, waaronder Nederland.

Papons advocaat Varaut, die om tijd te winnen al het schrappen van alle verhoren van historici had voorgesteld, maakte formeel bezwaar tegen Paxtons getuigenis. Deze zou niets over de ten laste gelegde feiten noch de persoon van de verdachte te melden hebben. Volgens Papon had Paxton ook meer meningen dan feiten aangedragen. De volgende getuige was meer naar de smaak van de broze maar strijdlustige verdachte.

Henri Amouroux heeft dertien boeken over de Fransen onder de Duitse bezetting op zijn naam staan. Hij was opgeroepen door de verdediging. Van hem is bekend dat hij veel meer aandacht schenkt aan de onwetendheid van de Fransen tijdens de oorlog, hun drang om dagelijks te overleven. Dat deed hij ook in de rechtszaal in Bordeaux.

Onverwacht kwam hij daarbij in het nauw toen één van de advocaten van een groep belanghebbenden (nabestaanden uit de regio Bordeaux), maître Gérard Boulanger, aan Amouroux voorhield dat hij als jongeman bij een pro-Vichy krant had gewerkt en voor dit blad, La Petite Gironde, dagelijks het nieuws bij de Duitse commandant ter plaats moest halen. De woede van Amouroux was groot; hij had als jongste hulpje op de redactie niets belangrijks mogen doen. Hij was misschien 'maréchaliste' geweest, maar zeker niet pro-Duits. Amouroux heeft een klacht ingediend tegen Boulanger. Zijn naam als objectief historicus van de oorlog heeft de afgelopen dagen geen winst geboekt.

Rustiger verliepen de 'getuigenissen' van de historici René Rémond, Jean-Pierre Azéma, Jean Lacouture, Marc-Olivier Baruch en Philippe Burrin (van het Universitair instituut voor internationale studies in Genève, schrijver van La France à l'heure Allemande, 1940-1944). Desondanks kwam ook uit die getuigenissen een beeld naar voren waar voor Papon per saldo meer gevaar dan steun uit kan voortkomen. Vooral Azéma schetste de figuur van de prefect tijdens de bezetting als een 'onderkoning' in zijn département. Juist omdat de politiek uitgeschakeld was “had de Franse ambtenarij eindelijk het rijk alleen”.

Papon was de rechterhand van de prefect in de Gironde, Maurice Sabatier (die overleed vóór het proces tegen hem eindelijk onderweg was). Keer op keer heeft hij deze week gewezen op zijn subalterne rol, ook al had Sabatier hem volledige tekenbevoegdheid gegeven op een groot aantal punten, waaronder 'les questions juives'. Volgens een tijdgenoot op de prefectuur, vanmorgen ondervraagd op de Franse televisie, zou dat erop kunnen duiden dat Sabatier de bui eerder zag hangen en Papon de pijnlijkste klussen liet opknappen. Papon ontkent enige zeggenschap over de politie van Bordeaux, die niettemin in '42 en '43 ongeveer 1600 joodse mannen, vrouwen en kinderen heeft opgepakt en via een tunnel onder het station van Bordeaux per trein naar Drancy (bij Parijs), het Franse voorportaal voor Auschwitz, heeft afgevoerd. Baruch (40), een Frans topambtenaar, heeft als historicus een grondige studie gepubliceerd over de rol van ambtenaren tijdens Vichy. Hij wees er met voorbeelden op dat prefecten en andere hoger geplaatsten die ongehoorzaam wilden zijn, dat hebben kunnen doen zonder veel repercussies. De rest bleef op zijn post en leed in toenemende mate aan 'bijziendheid of zelfs verblinding'.

Papon krijgt het nog moeilijk zijn verzetsrol in de tweede helft van de oorlog aannemelijk te maken. Maar zijn advocaat is een meester in het bespelen van jury's, zeker als de leden - zoals hier - gemiddeld twintig jaar na de oorlog geboren zijn.

    • Marc Chavannes