OPF-voorzitter betreurt verdachtmaking De Grave; 'Pensioenfondsen hebben niets te verbergen'

Staatssecretaris De Grave grijpt het schandaal rondom de Amsterdamse beurs aan om het toezicht op de pen- sioenfondsen uit tebreiden. Voorzitter Van Rees van de organisatie van pensioen- fondsen OPF reageert.

AMSTERDAM, 6 NOV. De Nederlandse pensioenfondsen (700 miljard gulden belegd vermogen) waren gisteren boos en teleurgesteld omdat staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) het toezicht op hen wil uitbreiden. Diens oproep, voortvloeiend uit het beursfraudeschandaal, kreeg extra urgentie toen vanochtend de aanhouding van een adjunct-directeur van Philips' pensioenfonds bekend werd. De Grave wil naast controle op bekwaamheid van bestuurders van pensioenfondsen ook hun integriteit laten toetsen.

Vijf vragen aan voorzitter C. van Rees van de Stichting Onder- nemingspensioenfondsen, OFP, de organisatie van pensioenfondsen die werken voor bedrijven als Shell, Philips en Unilever.

Wat vindt u van de aanhouding?

“We betreuren dat een medewerker van een aangesloten instelling verdacht wordt. De OPF heeft bij de leden herhaaldelijk aangedrongen op zuiver handelen en daarvoor begin 1995 een beleggingsstatuut plus gedragscode opgesteld. Wij hebben op bijeenkomsten herhaaldelijk benadrukt dat pensioenfondsen die moeten invoeren. Aan het statuut is een gedragscode gekoppeld voor bestuurders en de uitvoerders van het beleggingsbeleid. De grote pensioenfondsen die ik ken hebben die ook.”

Wat vindt u van scherper toezicht, zoals de Grave nu voorstelt?

“De integriteit van bestuurders laten toetsen door de Verzekeringskamer, zoals de staatssecretaris nu voorstelt, ligt in het verlengde van wat bij verzekeraars gebeurt die een nieuwe directeur benoemen. De wens om zo'n toetsing ook bij pensioenfondsen te doen is niet nieuw, daar zet ik mij ook niet tegen af. Maar alleen pensioenfondsen op hun vermeende wangedrag aanspreken ontkent dat nog veel andere partijen actief zijn. De Graves suggestie voor scherper toezicht vind ik wel erg snel gedaan. De Verzekeringskamer houdt nu al toezicht. Wij zijn als beleggers de klanten van banken en effectenkantoren. Bijna automatisch wordt nu een relatie gelegd naar ons, terwijl het eerder zou kunnen zijn dat wij schade hebben geleden. Wij mogen er als klanten toch vanuit gaan dat er goed toezicht is op de beurs, dat het om bona fide zaken gaat? En er zijn natuurlijk een heleboel partijen die met de beurs zaken doen: verzekeraars, beleggingsfondsen, vermogensbeheerders, buitenlandse beleggers.”

Wat regelen die gedragscodes? Al of niet accepteren van cadeautjes?

“Ook, maar meer in het algemeen hoe je moet omgaan met je persoonlijk vermogen als je ook verantwoordelijk bent voor het collectief vermogen van het fonds. Misschien moeten we actiever vaststellen of individuele fondsen een statuut en gedragscode hebben. Of een stapje verder gaan: een kroontje zetten boven de namen van fondsen waar het is ingevoerd. De primaire verantwoordelijkheid voor de invoering ligt echter wel bij de fondsbesturen. Wij moeten niet in een situatie komen dat de OPF verantwoordelijk wordt voor dit soort zaken.”

Bedoelt de staatssecretaris dat de Verzekeringskamer de naleving van een gedragscode dient te controleren?

“Ik heb geen aanwijzing dat de Verzekeringskamer dat verplicht wil stellen, wel dat de integriteit zal worden getoetst. Maar wij hebben niets te verbergen.”

En de oplossing van de klacht over adequaat beurstoezicht?

“Wij zijn door de Stichting Toezicht Effectenverkeer (die de beurspartijen controleert, red.) benaderd om informatie te geven, bijvoorbeeld over het beleggingsstatuut. Het lijkt mij nuttig te bespreken hoe wij dat doen. Dat betekent dat het aan de andere zijde ook beter wordt georganiseerd.”