IMF knaagt aan Soeharto's Nieuwe Orde

Familieleden van de Indonesische president Soeharto zijn in woede onstoken over de sluiting van een aantal banken waarin zij belangen hebben. Analisten in Jakarta vragen zich af of de door het IMF en Indonesische 'technocraten' geregisseerde aanval op het systeem van politieke patronage zal slagen. Zijn er echte veranderingen op komst of wordt slechts een schimmenspel opgevoerd?

JAKARTA, 6 NOV. Terwijl president Soeharto (76) nog steeds regeert vanuit zijn paleis aan het Merdeka-plein in het centrum van Jakarta, lijkt Indonesië terechtgekomen in een gistingsproces dat de overgang naar nieuwe tijden aankondigt. Het afgelopen jaar zijn de zekerheden van Soeharto's Nieuwe Orde - een stabiele, centraal geleide natie - steeds meer aan het wankelen gebracht.

Gisteren werd dat nog eens geïllustreerd door de woede-uitbarsting van Soeharto's zoon Bambang Trihatmodjo en Soeharto's halfbroer, Probosutedjo, over de gedwongen sluiting van banken, waarin zij belangen hebben. De liquidatie van in totaal 16 banken werd afgelopen zaterdag afgekondigd door minister van Financiën, Mar'ie Muhammad, en gouverneur Sudradjad Djiwandono van de centrale bank, daags nadat de Indonesische regering een akkoord had bereikt met het IMF over een omvangrijk hulppakket voor de Indonesische economie. Belangrijk onderdeel van het pakket vormt de gezondmaking van de Indonesische banksector, die te lijden heeft van 'slechte' uitstaande leningen en slecht management. Tot de banken die hun deuren moeten sluiten behoort ook de Bank Industri, waarin Soeharto's dochter Siti Hediati Prabowo een belang van acht procent heeft. Maar in tegenstelling tot haar broer en haar oom heeft zij haar woede nog niet publiekelijk geventileerd.

Hamvraag bij de huidige ontwikkelingen is inhoeverre de nu aangekondigde ingrepen indruisen tegen de belangen van president Soeharto en diens machtspositie aantasten. Of is in het huidige scenario juist sprake van stilzwijgende medewerking van de president aan ogenschijnlijk pijnlijke ingrepen om de economische geloofwaardigheid van Indonesië bij buitenlandse investeerders en beleggers te herstellen?

De ingreep van het IMF, volgend op die eerder dit jaar in Thailand, vloeit direct voort uit de huidige turbulenties op de financiële markten in Zuidoost-Azië. De indrukwekkende opmars die de Indonesische economie de afgelopen jaren te zien heeft gegeven, is krakend tot stilstand gekomen nadat de val van de Thaise bath begin juli een kettingreactie veroorzaakte. De Indonesische roepia verloor in een paar maanden tijd eenderde van de waarde, de index van de aandelenbeurs van Jakarta kelderde met 40 procent, de staat schrapte grote projecten, tienduizenden arbeiders kwamen op straat te staan en de prijzen van eerste levensbehoeften schoten omhoog.

President Soeharto zelf toonde zich eerder deze week tijdens de jaarlijkse topontmoeting van leiders van ontwikkelingslanden (G15) in de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur zwaar gedemoraliseerd. Sprekend over de crisis zei hij: “Het harde werk, de toewijding en opofferingen van verschillende decennia zijn van de ene dag op de andere weggevaagd.”

De crisis komt voor Soeharto op een uiterst ongelegen moment in de aanloop naar de presidentsverkiezingen volgend jaar maart. Vorige maand wees de regeringspartij Golkar op een massale bijeenkomst haar patroon Soeharto aan als enige kandidaat. Opmerkelijk was echter dat Soeharto zelf de kandidatuur niet direct aanvaardde. Hij vroeg de vijfduizend aanwezige Golkar-leiders zijn kandidatuur nog eens te heroverwegen en na te gaan of hij echt wel op massale steun van het volk kan rekenen om een zevende termijn van vijf jaar vol te maken.

Weinigen in Indonesie hebben die presidentiële bescheidenheid serieus genomen. Het optreden van Soeharto is wel beschreven als onderdeel van een feodaal ritueel: met de president in de rol van de klassieke Javaanse vorst, de ratu, die op gezette tijden vraagt om herbevesting van zijn populariteit, maar die zijn macht in wezen dankt aan het opperwezen. Die traditionele, misschien mystiek-Javaanse, opvattingen zullen zeker hebben bijgedragen aan de langjarige regeermacht van de inmiddels bejaarde president.

Zeker is echter ook dat nieuwe realiteiten intussen in opmars zijn in zijn uitgestrekte eilandenrijk. Zo heeft Soeharto te maken met een in snel tempo ongeduldiger wordende massa van arbeiders, kleine boeren en neringdoenden, die de komende tijd nog zwaarder getroffen zullen worden door de gevolgen van de economische recessie en de aanhoudende droogte in grote delen van Indonesië. Ontevredenheid over lage lonen zorgt er nu al voor dat stakingen in het hele land aan de orde van de dag zijn: van de duizenden handarbeiders in de schoenfabrieken in Tangerang onder de rook van Jakarta, tot het personeel van de strategisch belangrijke vliegtuigfabrieken van minister van Industrie en Techniek, Yusuf Habibie, in Surabaya.

Ook komt het met grote regelmaat tot botsingen tussen ordetroepen en burgers. Twee dagen geleden nog vond in de Sumatraanse stad Palembang een veldslag plaats tussen honderden straatventers en de politie, toen gezagsdragers begonnen met het omverwerpen van de stalletjes met als doel de hoofdstraat 'schoon te vegen'.

Tegelijkertijd neemt de ontevredenheid toe onder de sterk gegroeide middenklasse van intellectuelen en professionals in de steden, die de waarde van hun roepia's in korte tijd zagen verdampen: volgens officiële cijfers steeg de inflatie alleen al in de maanden augustus en september bijna twee procentpunten.

Het pakket maatregelen, zoals dat de afgelopen dagen na het bereiken van het akkoord met het IMF naar buiten is gekomen, lijkt het hart van dat economisch-politieke systeem van Indonesië te raken. Niet alleen wordt de zwakke bancaire sector aangepakt, ook het staatsmonopolie op de import van eerste levensbehoeften als rijst, suiker, meel, graan, soja en knoflook moet worden beperkt. Subsidies op 'strategische industrieën' zullen worden gekort en fiscale bevoordeling van andere bedrijven beëindigd. Bovendien zullen de regels voor import en export worden versoepeld en zou het aantrekkelijker worden gemaakt voor bedrijven om zich te vestigen in Indonesië.

Toch heeft veel van wat er nu is aangekondigd niet meer dan symbolische waarde, stellen verschillende analisten. Zo blijft het monopolie op de distributie van rijst en meel in handen van de staat omdat men bevreesd is voor de sociale onrust die het gevolg zou zijn van prijsstijgingen. Ook bestaat de vrees dat de maatregelen over enige jaren niet meer dan papieren tijgers zullen blijken.

In feite, stellen de analisten, zegt het akkoord niets over nepotisme, protectionisme, en alles overheersende corruptie - de internationaal erkende systeemfouten van het Indonesische economisch-politiek systeem. Aan de top daarvan bevindt zich de presidentiële familie - waarvan de verschillende leden beschikken over uitgestrekte zakenimperia - en een aantal aan de familie gelieerde zakenconglomeraten, geleid door etnische Chinezen. Het patronage-achtige karakter van dit systeem, waarbij leden van de familie door alleen in naam deel te nemen in bedrijven een deel van de winst kunnen incasseren, is het internationale bedrijfsleven al jaren een doorn in het oog. De zakelijke belangen van de presidentiële familie - die zich uitstrekken van palmolieplantages, steenkool- koper- en goudmijnen tot tolwegen, en van taxibedrijven tot hotels en de handel in kruidnagelen - worden door de maatregelen niet direct geraakt.

Sommige waarnemers leggen de ingreep in de banksector, het aangekondigde onderzoek naar naar de handel en wandel van de betrokken bestuurders en het uitvaardigen van een reisverbod, dat voorlopig ook geldt voor de familieleden van de president, uit als een hoopvol eerste begin, op weg naar een meer transparante en democratische samenleving. Skeptici stellen evenwel dat slechts een toneelspel wordt opgevoerd om het vertrouwen van de internationale financiële wereld terug te winnen.

    • Frank Vermeulen