Herfst

Het jaar wordt ongenietbaar in de herfst.

Herfst is het jaargetijde van het talentloze, het middelmatige, het armetierige; het seizoen van goedkoopte, van zuinige verlichting, van overgeverfd behang; van broekspijpen met fietsklemmen, van jassen die hangen te dampen bij een radiator.

Herfst is de tijd van treincoupés met verschaalde sigarenlucht, van zwaarlijvige vrouwen met kortgeknipt haar op een bromfiets, van huis-aan-huisblaadjes met aankondigingen van een 'stuntverkoop'.

Herfst is het seizoen van het Voebal. Herfst is de tijd van de mannen met gelig verkleurd achterovergekamd haar, van de mannen in glimmende paarse trainingspakken, van de mannen met actetassen, van de mannen met zaktelefoons.

Wie zei: je kunt niet rijmen op herfst?

Bederf, bederver, bederfst; sterf, sterver, sterfst.

Indische kinderen hebben geen boodschap aan de seizoenen. Ook een mooi nostalgisch gedicht is dit, van Jacques Prévert:

Jamais d'été, jamais d'hiver, Jamais d'automne ni de printemps; Simplement le beau temps tout le temps Et Dieu chassé du paradis terrestre. [Nooit zomer, nooit winter, Nooit herfst noch ooit lente; Gewoon altijd mooi weer En God uit het aards paradijs gezet.]

En jij?

    • Rudy Kousbroek