Harnoncourt begint aan Schubertmaand

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Nikolaus Harnoncourt m.m.v. Charlotte Margiono, sopraan. Gehoord: 5/11 Concertgebouw Amsterdam. Overige Schubert-concerten: 7, 13, 15/11 en 3/12 Concertgebouw Amsterdam; 12/11 Muziekcentrum Vredenburg; 28/11, PDA/PSK Brussel.

Zestien concerten lang komt er louter Schubert op de lessenaars van het Koninklijk Concertgebouworkest. In vier weken voert het gezelschap onder leiding van Nikolaus Harnoncourt in het Amsterdamse Concertgebouw alle symfonieën uit van Franz Schubert. Ook in Madrid, Parijs, Brussel en Utrecht worden onder oude-muziekexpert Harnoncourt uitvoeringen gegeven met werk van de tweehonderd jaar geleden geboren componist.

Het is een vertrouwde combinatie, het Koninklijk Concertgebouworkest, Harnoncourt en Schubert. Orkest en dirigent documenteerden al in 1992 alle acht symfonieën van Schubert voor een 4-cd box. Toch is het spelen van deze muziek allerminst een routineklus, zo bleek tijdens de eerste avond van de reeks. Tijdens de uitvoering van de Eerste symfonie werden onnodig veel schoonheidsfoutjes gemaakt.

Harnoncourt laat in dit symfonisch debuut van de zestien-jarige Schubert de muziek stromen, met nauwelijks enige accentuering van nieuwe motieven of van contrasten. Daar is zeker wat voor te zeggen, maar als de concentratie te wensen overlaat, wordt de uitvoering al snel rommelig en bezadigd. Met als gevolg: twintig minuten oude-mannenmuziek. Geen spoor was er te bekennen van de speels buitelende Schubert, geen zweempje naïviteit, nergens jeugdige overmoed of puberale passie. De samenwerking met de prachtig zingende sopraan Charlotte Margiono verliep evenmin optimaal. De haast Mahleriaanse atmosfeer die Margiono haar aria's probeerde mee te geven, werd door Harnoncourt onverzettelijk aan de aardse ketting gelegd.

Na deze moeizame aanloop werd het concert evenwel besloten met een bevlogen Vierde symfonie, vol orkestraal raffinement, vol dramatische kracht en niet te vergeten met een bijzondere beklemtoning van Schuberts stoute modulaties. Met deze Vierde symfonie schildert Harnoncourt een portret van een Schubert die Beethoven een hand geeft, terwijl hij knipoogt naar Maurice Ravel en César Franck. Zo beschouwd was de intussen negentien-jarige Schubert een ziener.