Expositie over exotisch geld in Leiden; Met veren en schelpen naar de supermarkt

Tentoonstelling: Moneta Exotica.

Oorspronkelijk geld uit de hele wereld.

Rijksmuseum Het koninklijk Penningenkabinet, Rapenburg 28, Leiden, 8 nov 1997 t/m 30 aug 1998, di t/m vr 10-17u, za, zo en feestdagen 12-17 u, gesloten 25 dec en 1 jan, entree ƒ7. Inl 071-5120748. Internet: http\:www.penningenkabinet.nl

Een rieten rokje, een met veren en takjes versierde schelp, een ketting van hondentanden, een rol katoen, een bronzen trommel of een partij stokvis, het is ondenkbaar dat we er bij de supermarkt onze boodschappen mee zouden kunnen betalen.

Maar wat is eigenlijk het verschil tussen een in veelvoud gereproduceerd grafisch kunstwerk van Jaap Drupsteen op het nieuwe briefje van tien of een kunstig vervaardigd schelpensnoer? Hun waarde berust in beide gevallen op een afspraak.

Iedereen weet wat geld is, behalve economen. Deze prikkelende uitspraak is - hoe kan het ook anders - afkomstig van een econoom. Pierre van Erve, gastconservator van 'Moneta Exotica. Oorspronkelijk geld uit de hele wereld' in het Penningenkabinet in Leiden, opent er de goed verzorgde catalogus bij de tentoonstelling mee.

In het dagelijks spraakgebruik mag er dan geen misverstand bestaan over wat geld is, economen zijn er nooit in geslaagd een definitie voor geld te formuleren, aldus Van Erve.

Onder oorspronkelijk geld verstaat Van Erve de ruilmiddelen die werden gebruikt om goederen of diensten te verwerven voordat het moderne geld in omloop kwam. Dat waren bijvoorbeeld cacaobonen (in Mexico) of slaven (in Afrika), maar ook varkens (Papoea Nieuw Guinea), speren (Afrika) en schelpen (Oceanië): zeldzame, duurzame en moeilijk te vervaardigen voorwerpen of zaken die status garandeerden, zoals vee of magische objecten. Het verschil met het geld zoals wij dat kennen, is dat er verschillende vormen van oorspronkelijk of 'primitief' geld naast elkaar konden circuleren en dat er vaak ook nog ruilhandel in natura plaatshad.

In het Westerse cultuurgebied kwamen rond 600 voor Christus de eerste munten in omloop. De introductie van het papiergeld zou nog tot de 17de eeuw op zich laten wachten.

Inmiddels betaalt men overal ter wereld met 'geld'. Munten en biljetten hebben in veel gevallen plaats gemaakt voor creditcards, pinpassen en chippers. Het geld dat zij vertegenwoordigen is duurzaam, deelbaar en handzaam en het is vooral zo ingeburgerd dat je je nauwelijks realiseert dat andere betaalmiddelen en -vormen bij zogenaamde 'primitieve' beschavingen nog tot in deze eeuw gangbaar waren.

De in Leiden tentoongestelde schelpenbundels uit New Britain (een deel van Papua Nieuw Guinea), koperen enkelbanden uit Zaïre of de zogeheten teau's, rollen op boomschors geplakte vogelveren afkomstig van de Santa Cruz-eilanden, werden alleen gebruikt als betaalmiddel voor een beperkt aantal zaken. De teau bijvoorbeeld deed voornamelijk dienst als ruilmiddel voor bruiden - het huwelijk is een van de oorzaken van het ontstaan van geld. In 1880 kostte een 'vlijtige bruid' zo'n tien van deze verenrollen.

Een andere belangrijke oorzaak voor het ontstaan van geld ligt in religieuze rituelen. Zo offerden de brahmaanse priesters in India runderen aan de goden in ruil voor zegeningen. De naam van de rupee is afgeleid van het woord voor rund - rupa. In het oude Egypte ontwikkelde graan zich tot geld door het gebruik ervan in offerdiensten die de godin Demeter moesten verleiden tot een betere oogst.

Behalve dat ze mooi zijn, exotisch en fascinerend, zetten de geëxposeerde voorwerpen er toe aan om te filosoferen, fantaseren en speculeren over de betekenis van begrippen als waarde, rijkdom, geld, macht en arbeid. Tijdens de museale ontdekkingsreis in Leiden worden al te Westerse opvattingen daarover op een aangename manier gerelativeerd.

    • Dana Linssen