Een familie in leer

De Nederlandse leer- en schoenenindustrie is de afgelopen decennia gedecimeerd, maar de nazaten van de vroegere producenten zijn nog steeds actief in de branche.

Sommigen als ontwerper of producent in het buitenland, anderen als handelaar. Mocht er ooit een film gemaakt worden over de geschiedenis van de Langstraat, dan kan de familie Boons daar zó de hoofdrol in spelen. Opa Boons had een looierij in Loon op Zand. Hij stierf jong, waarna het bedrijf werd overgenomen door een ander. Vader Boons kwam in diezelfde looierij terecht als verkoper. Later produceerde hij leren kleding, samen met een compagnon. Uiteindelijk stapte hij over op de leerhandel.

Zijn jongste zoon Joost heeft de zaak overgenomen. De oudste zoon, Dick, is de ontwerper en producent van het merk Dick Boons. Zoon Hans ontwerpt de Yellow Cab- en Koudenbergschoenen. Als de broertjes Boons vroeger van school thuiskwamen, róken ze of vader al uit de looierij terug was.

Joost werkte als jongen vaak mee in de looierij. “Mensen die niet met leer zijn opgegroeid, kunnen vaak niet wennen aan de lucht ervan”, zegt hij. “Er zijn handelaren die er om die reden mee stoppen.” Hijzelf vindt leer het mooiste materiaal dat hij kent. “Niet alleen om hoe het eruit ziet, maar ook om hoe het voelt.”

Toen Dick Boons 19 was rolde hij in het leren kledingbedrijf van zijn vader. Na een stage in Londen, begon hij een winkel in leren maatkleding. Hij nam de klanten de maat, de kleding werd gemaakt in het bedrijf van zijn vader. Toen de vraag naar leren kleding terugliep, ging Dick er schoenen bij verkopen. “Daardoor kreeg ik oog voor de schoonheid van schoenen en kwam ik op het idee om zelf te gaan ontwerpen”, zegt hij. Zijn eerste zelfontworpen schoenen liet hij bij een schoenfabriek in Brabant maken. Toen hij ze op wilde halen, bleek dat de vertegenwoordiger van de fabriek ermee rondreisde en er al flink wat op verkocht had.

Dick stapte naar een advocaat, won het kort geding, maar zat wel financieel aan de grond. Van zijn laatste geld liet hij een laars maken en ging daarmee naar Cinderella, een schoenwinkelketen met destijds een stuk of tien filialen. Hij kreeg een order voor 900 stuks. Dick: “Mijn vader schoot het leer voor en snijden kon ik zelf. Het stikken liet ik door een paar thuisnaaisters doen en een fabriek deed de montage. Ik mocht de schoenen op 28 juli leveren. Een strategische datum, want op 1 augustus begint in Italië de vakantie. De concurrentie kon mijn laars dus niet op korte termijn goedkoop laten namaken.” Cinderella had de schoenen op vrijdag in huis. 's Maandags kreeg Boons een telefoontje: er waren in het weekeinde 600 paar verkocht. Of hij maar meteen wilde naleveren.

Eind september doken de eerste kopieën op, maar voor Dick Boons maakte dat niet echt meer uit: zijn bedrijf liep. In die periode kwam zijn broer Hans hem assisteren. Hans was op zijn 19de met financiële hulp van zijn vader een zaakje begonnen in leren tasjes en riemen. “Ik had op school een hekel aan leren, maar was heel goed in de creatieve vakken. Het ontwerpen en maken van de tassen ging me goed af, maar zakelijk gezien werd het niets. Daarom ging ik bij Dick werken”, vertelt hij.

Samen deden de broers een cursus schoenontwerpen en modelleren bij TNO, dat in die tijd nog een schoeneninstituut in Waalwijk had. Na een periode als ontwerper bij Rockport, begon Hans voor zichzelf. Het plan was om schoenen te maken die hijzelf zou willen dragen, stoere, ongepolijste schoenen van eerlijke materialen.

De eerste twee seizoenen waren zijn schoenen te extreem. Maar toen kwam het idee om de stadsjungle van New York als uitgangspunt te nemen. De eerste Yellow Cab-schoen met de zool met autobandprofiel was een naar Nederlandse maatstaven ongekend succes. Meer dan een miljoen paar werden er verkocht.

De daarna ontwikkelde modellen, zoals de schoen met de bolle scooterzool, de rubberen schoen, en de platte, brede Koudenberg-schoen gaan de hele wereld over. In totaal wordt meer dan een miljoen paar per jaar verkocht. De verkoop en de begeleiding van de productie in Spanje, Portugal, Tsjechië en het Verre Oosten heeft Boons uit handen gegeven. Zelf houdt hij zich alleen met de productontwikkeling bezig.

Met mode heeft Hans Boons geen affiniteit. Zijn broer Dick daarentegen is heel trendgevoelig. De Dick Boons-schoenen doen Italiaans aan. Ze zijn modieus, maar niet extreem. Het bijzondere zit in de details. Zoals Hans vaak in Spanje zit voor de ontwikkeling van zijn schoenen, zo zit Dick een deel van het jaar in Italië waar zijn schoenen geproduceerd worden.

In zijn eerste seizoen in Italië bedroeg de productie 1.500 paar. Nu verkoopt hij 40.000 paar per seizoen in Nederland, België en Amerika. Naast zijn eigen collectie ontwerpt hij ook modellen die onder private label worden geleverd aan grootwinkelbedrijven. “Dat was de eerste jaren mijn basis. De omslag is dit jaar gekomen. De winst uit mijn eigen collectie is nu groter dan die uit de private labels”, zegt hij.

Joost Boons vindt zichzelf de minst creatieve van de drie broers, maar blijkt, samen met een aantal looiers, een methode te ontwikkelen om inferieure huiden zo te behandelen dat er producten als ceintuurs uit gemaakt kunnen worden. “Een onzichtbare vorm van creativiteit”, zegt hij bescheiden. De drie broers Boons hebben hun passie voor leer en schoenen meegekregen van hun vader. Vader Boons is vier jaar geleden begonnen met minder te werken. Eind van dit jaar trekt hij zich helemaal terug uit de leerhandel. In dezelfde periode waarin hij besloot te stoppen, kwam zijn dochter Mieke op het idee om tassen te gaan ontwerpen. Binnenkort zal ze haar eerste modellen presenteren. Het bloed kruipt in Brabant waar het niet gaan kan.