D

Denkend aan dierbare doden drentel ik dagelijks druilorig en droef door de bedauwde dreven rond mijn drukkerij; in de ochtend, dreinend doddekopje, niet als het deemster duistert want dan schrijf ik, inderdaad als DLA-directeur, deviant, draconisch of depressief aan docent en dichter Dear Deel die deel uitmaakt van De Lange Afstands discrete directie.

Na afloop fijne dagdromen. Daarin drukt de drukker een kus ('een fikse drukker') op de adorabele dij van een deksels dartele dame, die daarop durabel doucht. Dampend en doornat deelt zij daarna mee dat ze niet is gedisponeerd. Gedeprimeerd door overdadig dichten, denkzucht? Verbeelding is erger dan de derdendaagse koorts', denkt de drukker deemoedig. Gedeprimeerd duwt hij ABC's The Lexicon of Love in de cd-speler en danst demonstratief over de drempel: doei-daaag!