Conclusie van ombudsman: 'Departement in gebreke na Herculesramp'

DEN HAAG, 6 NOV. Het ministerie van Defensie heeft de nabestaanden van de ramp met het Hercules-vliegtuig in juli vorig jaar onjuist geïnformeerd. Bovendien is er op het departement sprake geweest van miscommunicatie in deze zaak.

Tot die conclusie komt de nationale ombudsman, M. Oosting, naar aanleiding van een klacht van nabestaanden, de ouders van de omgekomen militair F. Vegelin. Het departement erkende vanmorgen in een reactie op het rapport dat zich 'onvolkomenheden' hebben voorgedaan die verband houden met de eigen organisatie.

Op de vliegbasis Eindhoven verongelukte op 15 juli vorig jaar een Hercules-transporttoestel van de Belgische Luchtmacht met 41 inzittenden. Daarbij kwamen 34 mensen om het leven, de vierkoppige Belgische bemanning en dertig leden van het fanfarekorps van de Koninklijke Landmacht.

Volgens Oosting heeft staatssecretaris Gmelich Meijling (Defensie) de nabestaanden van één van de slachtoffers van de ramp op het vliegveld Welschap bij Eindhoven onjuist geïnformeerd over de datum waarop zij de doodsoorzaak mocht weten. Het ministerie van Defensie heeft de familie van de omgekomen militair te laat ingelicht over de definitieve identificatie. De ouders zijn te lang in het ongewisse gelaten of zij hun zoon nog konden zien voordat deze begraven of gecremeerd werd.

De ombudsman stelde na een klacht van ouders van een omgekomen militair een onderzoek in naar de nazorg en begeleiding die zij van Defensie hebben gekregen. Daarin is Defensie volgens Oosting “tekortgeschoten”.

In het algemeen constateert Oosting “een opmerkelijk aantal tekortkomingen” in de interne communicatie van Defensie waardoor onder andere de maatschappelijk werkers van de Maatschappelijke Dienst Defensie niet over de vereiste kennis en informatie beschikten om hun werk naar behoren te doen. Een maatschappelijk werker verklaarde tegenover de ombudsman dat hij zich een “boodschappenjongen” van Defensie had gevoeld.

De ombudsman vindt dat Defensie opnieuw moet kijken naar de schadevergoeding die alle nabestaanden hebben gehad omdat “de belofte deze ruimhartig af te handelen” niet voldoende lijkt te zijn nagekomen. De schadevergoeding “moet zonodig worden herzien”, indien blijkt dat er te weinig is uitgekeerd.

Aanvankelijk hadden de nabestaanden te horen gekregen dat alle schade zonder voorbehoud “op correcte en snelle wijze” zou worden vergoed. Het ministerie zwakte deze toezeggingen later af, hetgeen “niet juist” is, aldus de ombudsman.

De ouders van F. Vegelin zijn tevreden over het rapport van de ombudsman. Door het onderzoek is “een zware last van mijn schouders afgevallen”, zei vader T. Vegelin vanmorgen op een persconferentie. Het rapport bevestigt het idee van de ouders dat de nazorg door Defensie “een ramp na de ramp” is geweest. Woordvoerder R. Geurts van de Stichting Herculesramp 1986 zei op dezelfde persconferentie dat de klacht van de familie Vegelin “zeer breed gedragen wordt” binnen de groep van nabestaanden.