Cafe; Voor zeebonken en ambassadeurs

Café Petit Restaurant 'Ballentent', Parkkade 1, Rotterdam. Open van 08-23u. Op afspraak evt tot 00u of later. Tel 010-4360462

Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig woei er een vlaag humor door de horeca-nomenclatuur.

Nieuw opgezette kroegen heetten vanaf toen niet meer 'De Rustende Jager', 'Het Loosje', of 'De Vogel', maar 'De Zaak', 'De Buren' of 'De Dokter'. Een type scherts-neutrale naamgeving - “Nee, ik zit nog in De Zaak” - waarschijnlijk overgewaaid uit de seksbranche, die vaak wél uit serieuze overwegingen schuilnamen kiest. Het thuisfront moet immers wel heel achterdochtig zijn om achter de passage 'software, 750 gulden' op de creditcard-slip van manlief, de hand van escortservice 'Software' te vermoeden.

'Ballentent' is een curieuze variatie op dit thema. Café Petit Restaurant 'Ballentent', gevestigd aan de Parkkade pal aan de Rotterdamse Maas is namelijk helemaal geen bekakt café.

Het is een havenkroeg. Dé havenkroeg zelfs volgens het Slauerhoff Genootschap Ter Instandhouding van Rotterdamse Havenkroegen. Het genootschap - een Rotterdamse, kennelijk dorstige gelegenheidsformatie van politici, dichters en journalisten - verleende de kroeg hierom onlangs de 'Slauerhoff Trofee'. De eerste van wat een jaarlijks terugkerende plechtigheid moet worden.

Er zullen inderdaad weinig cafés zijn die nauwer passen binnen de definitie 'havenkroeg'. Bij binnenkomst klinken de klokken van Arnemuiden uit de luidsprekers. Het behang is maar hier en daar te zien tussen de honderden ingelijste foto's van pakketboten, oorlogsbodems, windjammers, olietankers, Rijnaken en viskotters. Op de tafels tapijtjes en een stapeltje van 'De Binnenvaart Krant'. In een vitrine staat een opgezet schip - vanzelfsprekend de 'Rotterdam' - dat ook in diverse wandschilderingen is vereeuwigd. Bij nadere bestudering van één van de zeegezichten blijkt er een juichend glas bier op een viltje achter een voortsnellend fust te waterskiën.

“Ach, d'r komt hier eigenlijk van alles”, zegt stamgast Simon, die hier komt pleisteren na een werkweek parket en vinyl leggen. “Ambassadeurs komen hier, artsen, maar ook onderwereld en prostituées.” Pieter van Vollenhoven heeft het petit-restaurant ook weleens in een vergeeld verleden aangedaan: zijn foto prijkt achter de toog.

Twee zeebonkige heren laten het intussen kleintjes pils en cola-vieux op de bar hagelen. Op het ritme van Frans Bauer laten ze de leren lampenkappen boven de bar heen en weer zwiepen. Hun vriendinnen lopen af en toe de kade op om naar elders te nul-zessen. “Volgens mij is dat Vanessa”, meent mijn tafelgenoot, maar de man die zijn hand in haar achterzak heeft, heet Kees.

Eten kan hier ook: alle gangbare broodjes en sateetjes, maar ook gebakken tong voor een dagprijs en varkenshaasje in 'champigonsroomsaus' (ƒ25). Maar de core-business komt hier toch vooral uit de tap: kleintjes pils, fluitjes en gewone glazen. “Alles voor ƒ2,75”, zegt barman Peter.

Wanneer we om tien over half negen een borrelgarnituur (ƒ12,50 p.p.) willen bestellen, meldt de barman dat de keuken al gesloten is. En ook de neringdoende van de belendende snack-bar 'De Steiger' heeft intussen de luiken voor zijn negotie laten zakken. “Op de Witte de Withstraat zit een heel leuk Kantoneesje”, raadt Simon ons aan. “Maar daar schenken ze niks.”

Uit de muziekinstallatie is het refrein van 'Ik scheurde je broekie' gaan klinken en aangezien de dichte keuken dicht blijft, besluiten we maar eens op zoek te gaan naar dat 'Kantoneesje'.

    • Menno Steketee