Witwassen via de beurs: hoe het werkt

ROTTERDAM, 5 NOV. Witwassen is het manipuleren van geld dat voor de fiscus verborgen wordt gehouden of door criminaliteit is verkregen zodat het in schijn een legale status krijgt. Pas dan kan het in het normale economische verkeer worden gebracht. Illegaal contant geld moet hiervoor eerst worden omgezet in girale tegoeden. Om die vervolgens een legale status te geven, kunnen beleggingstransacties worden uitgevoerd.

Specialisten op het gebied van buitenlandse rekeningen, werkzaam op de afdeling forensic accounting van het accountantskantoor KPMG, leggen niet graag tot in detail uit hoe de beurs kan worden misbruikt voor het witwassen van geld. Desgevraagd lichten ze toch een tipje van de sluier op.

Een casus. Een crimineel heeft geld verdiend met illegale activiteiten. Nu wenst hij in Nederland een gewoon leven te leiden. Hij wil een auto of huis kunnen kopen zonder dat hem vragen worden gesteld (bijvoorbeeld door de fiscus) over de herkomst van zijn vermogen.

Daarom richt hij in het buitenland twee vennootschappen op, te weten X Limited en Y Limited. Ze zijn gevestigd in een land waar het niet mogelijk is vast te stellen van wie een dergelijke onderneming is. Bij de plaatselijke Kamer van Koophandel is geregistreerd dat het bedrijf door een trustmaatschappij wordt bestuurd.

Zijn zwarte geld brengt hij onder op een coderekening van de vennootschap waarvan de houder moeilijk is te traceren. Daarmee heeft het de eerste stap in het witwasproces gezet. Maar nog steeds is het geld zwart.

Bij de volgende stap komt de effectenbeurs in beeld. De crimineel wordt namelijk belegger en stort, via een commissionair, een legaal beginkapitaal van bijvoorbeeld 50.000 gulden in Limited X. Dit wordt straks de 'schone' rekening. Op de rekening van Limited Y staat het zwarte geld, bijvoorbeeld een bedrag van 500.000 gulden.Zowel Limited X als Y verzoeken de commissionair het geld risicovol te beleggen. Deze effectenmakelaar heeft daarbij de vrije hand in het verkopen en aankopen van aandelen en obligaties. De winstgevende transacties uit beide vennootschappen komen ten goede aan Limited X. De verliesgevende transacties worden afgeboekt van Y. De crimineel kan dergelijke transacties ook fingeren. Hij voert dan 450.000 gulden als verlies op bij Limited Y. Hetzelfde bedrag wordt beleggingswinst bij Limited X. Om zichzelf niet verdacht te maken betaalt de crimineel netjes 50.000 gulden provisie aan de commissionair.

Behalve voor witwassen kan de beurs ook worden misbruikt door te handelen in effecten met behulp van voorkennis. Koersen stijgen wanneer de vraag naar een aandeel groter is dan het aanbod. De commissionair die een grote order uitvoert weet dat de koers als gevolg van zijn transactie zal stijgen en koopt voor die tijd privé enkele stukken, tegen de dan nog lage prijs. Na dit zogeheten front running verkoopt hij zijn privépakketje weer. Commissionairs kunnen ook informatie over komende transacties met elkaar uitwisselen en voor elkaar die deals sluiten.

Volgens KPMG is deze vorm van misbruik van voorwetenschap moeilijk te achterhalen. De kleine transacties vallen tussen de duizenden andere niet op. Het vermoeden bestaat dat op deze manier in de Amsterdamse beursfraudezaak vele miljoenen guldens zijn verdiend. Volgens een woordvoerder van de KMPG-afdeling forensic accounting zou het traceren van dit soort transacties de overheid te veel tijd en mankracht kosten om het fenomeen front running te elimineren.