Wallage over het niet-aftreden van bewindslieden; 'Fouten maken hoeft geen doodzonde te zijn'

PvdA-fractieleider en oud-staatssecretaris Jacques Wallage riep herhaaldelijk op om bewindslieden sneller te vervangen. Nu ziet hij dat anders.

DEN HAAG, 5 NOV. Op sommige momenten van het Kamerdebat gisteren over de Iraanse asielzoekers leek het erop dat niet de regering, maar PvdA-fractieleider Wallage ter verantwoording werd geroepen. CDA-Kamerlid Verhagen, GroenLinks-woordvoerder Rabbae, SP-voorman Marijnissen, SGP-fractieleider Van der Vlies, één voor één herinnerden ze aan de “stoere taal” (Van der Vlies) die Wallage drie jaar geleden uitte.

Een paar maanden na het aantreden van de paarse coalitie, alsof hij een nieuwe, politieke lente wilde inluiden, had de PvdA-fractieleider gezegd dat bewindslieden voortaan sneller tussentijds moesten kunnen worden vervangen. “Wie een fout maakt, hoort het”, zei kabinets-controleur Wallage dreigend. “Wie een paar fouten achter elkaar maakt, heeft een ernstig probleem. Tussentijdse vervanging is voor mij geen taboe.”

Wat zijn die waarschuwingen waard gebleken nu de PvdA-fractie bij voorbaat heeft laten weten dat Schmitz, na een zoveelste fout op het gevoelige asieldossier, mag blijven zitten, zo vroeg de oppositie zich af. Wallage zat op dat moment in zijn werkkamer elders in het gebouw.

Als hem de kritiek van zijn medeparlementariërs wordt voorgehouden, kiest hij meteen de aanval. “Ik vind het verbijsterend om te zien hoe een paar zinnen uit dat interview van destijds uit hun context zijn gelicht. Kern was dat je bewindspersonen beter tussentijds kunt vervangen dan hun gezag verder te laten eroderen. Wie bepaalt of dat gezag erodeert? In de eerste plaats de regeringsfracties en in de tweede plaats het parlement als geheel. Ik heb nooit willen zeggen dat wie twee fouten maakt, automatisch weg is.”

Maar het wordt wel erg moeilijk die bewindspersoon te handhaven?

“Dat hoeft niet. Wat me ergert is dat de staatsrechtelijke trits van verantwoordingsplicht, vertrouwensrelatie en eventuele sancties steeds meer in elkaar wordt geschoven. Dat zijn drie zeer te onderscheiden momenten. Het is niet zo dat als een minister zich uitgebreid moet verantwoorden, daarmee automatisch de vertrouwensrelatie in het geding is. Ook het kiezen van de sancties is een aparte stap, waarbij de regeringsfracties zich afvragen of de bewindspersoon, ondanks alle krassen en blutsen die zijn opgelopen, met voldoende gezag verder kan functioneren. Daarbij speelt de kredietwaardigheid een fundamentele rol. Tijdens het drama van Srebrenica waren er in onze fractie best mensen te vinden die vonden dat minister Voorhoeve om zo'n zware zaak moest aftreden. Ik heb toen gezegd dat - los van de vraag of het drama ook niet bijvoorbeeld de VN viel aan te rekenen - zijn gezag het verdiende dat Voorhoeve zelfs een zeer ernstige kwestie als Srebrenica zou overleven.”

Mevrouw Schmitz heeft diverse keren de Kamer te laat of onvolledig ingelicht. Daarmee boet ze toch automatisch aan gezag en krediet in?

“Ik beoordeel die gevallen echt anders. Naar mijn idee heeft ze als staatssecretaris nog steeds veel krediet. Ik heb in mijn vorig leven als staatssecretaris van Sociale Zaken ook wel eens mijn excuus aan de Tweede Kamer aangeboden voor het feit dat ik verkeerde werkloosheidscijfers naar de Kamer had gestuurd. Niemand dacht eraan, voor zover ik toen kon nagaan, om me daarom te laten aftreden. De Kamer kon toch niet één straf, de doodstraf, hanteren voor een hele variëteit aan mogelijke vergrijpen?”

Toch constateerde SGP-fractievoorzitter Van der Vlies in deze paarse periode een versmalling van de staatsrechtelijke verantwoordingsplicht: dat het pas echt erg is als een minister willens en wetens de Kamer heeft misleid.

“Ik ben dat niet met Van der Vlies eens. Ook in dit debat over de Iraanseasielzoekers hebben de bewindslieden bereidheid getoond over de volle breedte van het onderwerp verantwoording af te leggen en fouten te erkennen.”

Herstelt het aanbieden van een excuus het geschonden gezag?

“Niet automatisch. Het getuigt wel van een open houding ten opzichte van diegenen die liever het puntje van hun tong afbijten dan hun fouten toe te geven. Vervolgens gaat het erom dat het parlement de gelegenheid krijgt op elke vraag die ze heeft en die eventueel aan de vertrouwensrelatie met de bewindspersoon raakt, een antwoord te krijgen.”

Opereert 'paars' in staatkundig opzicht zuiverder dan kabinetten met het CDA?

“Ik vind 'paars' in zijn bestuursstijl opener, zowel waar het gaat om het uit eigen beweging fouten erkennen als om de bereidheid om daarover open en uitgebreid met de Tweede Kamer van gedachten te wisselen.

“'Paars' opereert ongeveer hetzelfde als voorafgaande kabinetten, waar het gaat om het van geval tot geval wegen van het gezag en de kredietwaardigheid van zulke bewindslieden. In dat opzicht zie ik geen verschil.

“Wel is het zo, dat door de vele parlementaire enquêtes van deze periode - kranten kunnen er in dit opzicht trouwens ook wat van - er een sfeertje is ontstaan dat bij ongeacht welk vergrijp van een bewindspersoon, de politieke doodstraf moet volgen. We moeten van die sfeer af en onszelf als parlement ruimte geven voor een rustig op de hand wegen van de kredietwaardigheid van de betreffende bewindspersoon.”

    • Kees Versteegh