Traditie van wuft vermaak

De eerste naam, discotheek De Bios, herinnerde nog aan het recente verleden. De tweede naam, Cash, was meer een kwestie van wishful thinking.

En vervolgens stond het bevallige theatertje aan het Leidseplein in Amsterdam maandenlang leeg. De deuren bleven dicht en ook door de ramen was niets meer te zien. Tot er enkele weken geleden opeens bouwvakkers verschenen en lichten werden ontstoken. De voordeur ging weer uitnodigend open en op vellen papier die achter de ramen waren geplakt, verscheen de naam van een nieuwe attractie: Boom Chicago.

De gelijknamige groep Amerikaanse stand up comedians, die een jaar of vijf geleden naar Amsterdam kwam en in een studioruimte tegenover de Melkweg een succesvolle comedy club stichtte, is verhuisd naar het Leidseplein om daar een oude traditie nieuw leven in te blazen. Vooralsnog wordt daar gespeeld in de ruimte die door de opgeheven discotheek is achtergelaten, maar in januari begint de renovatie en in maart hopen de initiatiefnemers het Leidseplein Theater “in volle glorie” te heropenen.

Op de zijgevel, in de Korte Leidsedwarsstraat, staat intussen nog altijd een andere naam. Hier was het immers, in een perceel dat voordien had toebehoord aan een suikerfabriek, dat het R.K. parochiaal kerkbestuur van de H. Catharina in het voorjaar van 1923 een patronaatsgebouw vestigde onder de naam Cornelis Broere Huis. Het was genoemd naar een negentiende-eeuwse hoogleraar in de wijsbegeerte die een voortrekkersrol in de katholieke beweging had gespeeld. “Dit gebouw zal dus tot in verre toekomst de heugenis bewaren van de plek waar eens onze grote Amsterdammer het levenslicht aanschouwde”, schreef het katholieke dagblad De Tijd bij de opening.

De vraag is echter of iemand nu nog weet wie Cornelis Broere was - te meer, omdat het kerkbestuur wegens de malaise in het Amsterdamse katholicisme al na twaalf jaar moest besluiten het pand te verkopen. Prompt werd de bestemming aanzienlijk minder sacraal. Voortaan zag het er, aldus Het Volk in het najaar van 1934 bij de opening van het Leidseplein Theater, “knusjes” uit.

Onder de artistieke leiding van Louis Davids werd het nieuwe theater bespeeld door de blijspel-specialisten van het Nederlandse toneel en later ook door de Duitse cabaretgroepen die in eigen land niet langer welkom waren. Jeugdige bewonderaars als Annie Schmidt en Wim Kan kwamen zich er vergapen aan Erika Mann en Rudolf Nelson. Kan, die een beginnend auteur van tekstjes voor kleine cabaretrevuetjes was, liet zich door zijn grote voorbeelden inspireren tot de oprichting van het ABC Cabaret dat in 1936 dan ook in het Leidseplein Theater debuteerde.

Zeven jaar later, in het oorlogsjaar 1943, hield ook Wim Sonneveld er zijn eerste cabaretprogramma ten doop, met Conny Stuart als vedette en de prille Hella Haasse als tekstschrijfster. “In lang heeft het theatertje niet zo gedaverd van applaus als nu”, berichtte het weekblad Cinema & Theater naar waarheid. Zodanig groeide tijdens de bezetting de reputatie als enclave voor wuft cabaret-vermaak, dat een Nederlandse SD'er het theatertje tegenover de cabaretier Wim Ibo omschreef als een verzamelplaats voor de “volksgezondheid ondermijnende activiteiten van plutocraten, hoeren en homoseksuelen”.

In de loop van de jaren vijftig kwam aan die bloeiperiode langzaam maar zeker een eind, mede door de concurrentie van het nabijgelegen - en grotere - Nieuwe de la Mar-theater. Nadat het schouwburggordijn was vervangen door een als harmonica opgevouwen wand met een winterlandschap van de fotograaf Carel Blazer, veranderde het Leidseplein Theater in het voorjaar van 1958 in een bioscoopje voor de betere films. Dat duurde tot 1984, met Koyyaanisqatsi en Hans, het leven voor de dood als laatste kassuccessen. Toen werd de omvang (met niet meer dan 300 stoelen) niet langer rendabel bevonden. En de volgende etappe was de discotheek De Bios.

Voor het eerst in veertig jaar krijgt het Leidseplein Theater volgend voorjaar weer de functie van cabarettheater, al zullen de grappen er voornamelijk door Amerikanen worden gemaakt. Maar nu al heeft Boom Chicago laten weten dat ook Nederlandse cabaretiers er in de toekomst welkom zullen zijn. Dat het theater de oude naam terug krijgt, duidt in elk geval op gevoel voor de traditie.

    • Henk van Gelder