Tolstoj en Tarantino in Tsjetsjenië; Sergej Bodrov filmt recente oorlog zonder moralisme

Prisoner of the Mountains (Kavkazski plenník). Regie: Sergej Bodrov. Met: Oleg Mensjikov, Sergej Bodrov jr., Djemal Sicharoelidze, Susanna Mechralieva. In: Desmet, Amsterdam; 't Hoogt, Utrecht.

Halverwege de vorige eeuw publiceerde Lev Tolstoj een novelle, De gevangene van de Kaukasus, over de gijzeling van twee Russen door tot de tanden toe bewapende islamitische bergbewoners. Het verhaal vormt de basis van de door Sergej Bodrov (1948) geregisseerde en geschreven film Prisoner of the Mountains (Kavkazski plenník), die gesitueerd is tijdens de recente oorlog in Tsjetsjenië en in 1995 opgenomen werd in het binnen gehoorsafstand van de vijandigheden gelegen Dagestan. De verwijzing naar Tolstoj geeft al aan dat Bodrov eerder op zoek was naar historische continuïteit dan naar een actuele politieke analyse. De eerder dit jaar voor een Oscar genomineerde Russisch-Kazachstaanse coproductie, die ook in Rusland een groot succes was bij het publiek, schetst met bewonderenswaardige openhartigheid en eerlijkheid de kloof tussen twee culturen, die niet van vandaag of gisteren is. Opvallend is de gelijke aandacht die Bodrov besteedt aan de denkwereld van de in een hinderlaag gelokte Russische militairen (gespeeld door de mooi-ironische acteur Oleg Mensjikov en Bodrovs tijdens de opnamen 24-jarige zoon Sergej jr.) en die van de ontvoerder (Djemal Sicharoelidze), een Tsjetsjeens dorpshoofd dat op deze manier vrijlating van zijn krijgsgevangen zoon tracht te bewerkstelligen. Als die zoon op de vlucht neergeschoten wordt, ziet het er niet best uit voor de overgebleven gijzelaar - de ander is dan al zonder pardon bij een incident gedood. Maar in een utopisch getinte vlaag van menselijkheid besluit de clanleider niet nog een leven voortijdig te beëindigen.

Zo samengevat klinkt Prisoner of the Mountains als een humanistische avonturenfilm met een universele boodschap. Het geheim van Bodrovs succes is echter de afwezigheid van nadrukkelijk moralisme. Hoewel acteur Mensjikov en cameraman Pavel Lebesjev beiden bekend werden door hun werk voor regisseur Nikita Michalkov, en diens films dus een referentiekader vormen voor Prisoner of the Mountains, zijn Quentin Tarantino en Alexandre Rockwell eerder de niet voor de hand liggende filmmakers aan wie Bodrov doet denken. Met beiden is Bodrov, die sinds enige tijd in Californië woont, bevriend; voor Rockwell schreef hij in 1996 de Amerikaanse komedie Somebody to Love.

Ook in een Russisch-Tsjetsjeense context getuigt Bodrov van een excentriek gevoel voor droge humor; de interactie tussen de twee gijzelaars, die elkaar pas in gevangenschap ontmoeten, maar ook de rol van het toeval in het verloop van hun lotgevallen en de heimelijke liefde van de dochter van de ontvoerder voor de knappe jonge soldaat, zouden in een Tarantino-script niet misstaan.

Alsof de ontmoeting tussen Tolstoj en Tarantino in Tsjetsjenië niet bizar genoeg is, kleven er aan Prisoner of the Mountains nog meer verrassende anekdotes. Zo is de geldschieter, Boris Giller, een in Almaty gevestigde mediatycoon, die door Bodrov lang geleden was opgemerkt in een scenarioklasje, omdat hij als enige student niet geïnteresseerd was in het imiteren van Tarkovski.

In ruil voor de financiering, zo onthulde Bodrov onlangs bij een voorpremière van zijn film in Amsterdam, schonk hij Giller niet alleen de titel van producent, maar wilde hij hem ook wel de eer laten van bedenker en coscenarist van de film, al is dat een ruimhartige interpretatie van de werkelijkheid. Tijdens de opnamen in Dagestan werden Bodrov, acteurs en crew even gegijzeld door de echte dorpsbewoners, maar dat probleem kon opgelost worden met cognac en dollars.

Intussen is Sergei Bodrov jr. dankzij het succes van de film uitgegroeid tot een Russische mediaster, met een eigen talkshow op de Moskouse televisie, en wacht zijn vader in Venice Beach rustig de aanbiedingen van nieuwe filmprojecten af. Hij zou wel eens de eerste Rus kunnen worden die slaagt als regisseur in Amerika.