Tentoonstelling over trance en dansrituelen in Antwerpen; Kunstgeschiedenis herschreven

Tentoonstelling: Trance dance in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Leopold de Waelplaats, Antwerpen. Di t/m zo 10-17u. T/m 30/11.

In de collectie van het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten bevindt zich een schilderij dat bekend staat als Het schuttersfeest. Het staat op naam van de Meester van Frankfurt en is één van de zeldzame vijftiende eeuwse schilderijen met een profaan onderwerp. Nu hangt het op de tentoonstelling Trance dance in hetzelfde museum, zij het onder een nieuwe titel: 'Moresca-dans bij een schuttersfeest'. Volgens de samensteller van Trance dance, Paul Vandenbroeck, toont dit paneel meer dan een bijeenkomst van leden der Antwerpse schuttersgilde. Twee narren die dansen op de muziek van een zwarte speelman, en nog enkele elementen, wijzen erop dat hier een moresca wordt uitgebeeld - een 'dans van de Moren'.

Trance dance toont nog meer 15de eeuwse voorstellingen van moresca's in miniaturen, gravures en schimmige schilderingen op hout. Of in edelsmeedwerk zo klein als een sierspeld, en op het deksel van een ivoren kistje. De dansen zelf zien er uit als deftig vermaak, en de dansers lijken soms wel speelkaartfiguren.

Volgens Vandenbroeck zijn deze moresca's slechts een folkloristische versie van een ouder dansritueel, dat zou passen in een wijd vertakte cultuur van dansen met een therapeutische functie. Sommige van die rituelen, ook Europese, bleven tot in deze eeuw hun oorspronkelijke werking vervullen: de Roemeense calusch en de Zuid-Italiaanse tarantella of 'spinnendans'. De tarantella is de tweede dans die hier wordt gedocumenteerd en tenslotte vernemen we nog iets over een Noord-Afrikaans ritueel dat tot op heden in werking bleef: de rite van de 'gnaoua' - afstammelingen van in Marokko ingevoerde slaven.

Al deze riten waren of zijn bijzonder complex, maar hun verloop komt er grof gesteld op neer dat een zieke - of een symbolische plaatsvervanger - zich letterlijk uitleeft in een opzwepende dans om finaal in trance neer te storten. Dat moment van 'uittreding' voltooit de genezing.

Een authentiek verslag van zo'n trance dance moeten we hier niet zo gauw verwachten, ook niet van de achttiende- en negentiende-eeuwse prenten en schilderijen die tarantella's afbeelden: plaatjes van pseudo-volkse attracties. Deze dansen werden blijkbaar een thema toen ze al bijna uitgestorven waren - al zullen de romantische tarantella-illustrators hun onderwerp wel extra hebben gepolijst.

De enige ongekuiste beelden op Trance dance zijn films: een recente opname toont een lila (de ritueel georganiseerde dansnacht van de gnaoua), een film uit 1959 documenteert een tarantella-ritueel. Maar na dat tarantella-verslag volgt iets anders: een techno-nacht. Ook de techno ambieert zo'n moment van uittreding, luidt Vandenbroecks betoog. Het is niet de enige bokkesprong in deze tentoonstelling, die voortdurend zapt tussen Europese voorstellingen en werk van hedendaagse Marokkaanse schilders, waarvan er één - Mohammed Tabal - nog een vitale band zou hebben met de gnaoua.

De 'innerlijke beelden' die Tabal sinds 1988 schildert, zijn onbevattelijk voor buitenstaanders, zegt de curator. Maar hij stelt ons gerust: ze vertolken heus wel de ervaring van een deelnemer. Dus mogen vier Tabal-schilderijtjes een 15e-eeuws altaarstuk van Rogier Van der Weyden in de tang nemen. Techno of tarantella, Van der Weyden en Tabal, de moresca en de dionysische dans op een Apulische krater uit de vierde eeuw voor Christus: wat een vergelijkend onderzoek tussen culturen kon zijn, slaat om in hun massieve gelijkschakeling. Moeiteloos verdampen de verschillen in de universele trance van de curator.

Hoe makkelijk dit betoog kunstwerken inschakelt, leren we bij de Triptiek der zeven sacramenten van Rogier Van der Weyden. Dat drieluik gunt ons een blik in een laatgotisch kerkinterieur met centraal op het voorplan een calvariegroep, daarachter de uitbeelding van het sacrament van de eucharistie en op de zijpanelen kerkelijke genretaferelen die de andere zes sacramenten uitbeelden.

Waarom hangt dit stuk hier? Wel, omdat de engelen van de zeven sacramenten elk in een verschillende kleur zijn gehuld. Vandenbroeck ziet daarin een overblijfsel van het motief van de zeven kleuren in meerdere trance-rituelen. De curator acht dit zo'n ommezwaai in de Van der Weyden-interpretatie dat hij de titel van het werk heeft aangepast: de triptiek heet nu 'Bloedig en onbloedig offer, de bezwijming en de zeven kleuren'. Daar gaan de sacramenten, en Maria wordt een flauwvallende tarantella-patiënt!

Vijf jaar geleden maakte Paul Vandenbroeck in hetzelfde museum 'América. Bruid van de zon' - een tentoonstelling over 500 jaar Latijns-Amerika en de Lage Landen. Het was een overtuigende demonstratie hoe je door middel van een tentoonstelling cultuurkritiek kunt bedrijven. De grondigheid van de 'Bruid...' is hier ver weg. Dat is betreurenswaardig, omdat de thematische en iconografische benadering die Vandenbroeck toepast een zeldzaam alternatief is voor de alom gangbare stijl- en stroming-kunstgeschiedenis. Trance dance is daarom niet af te raden. Liever een geëngageerd betoog - hoe warrig en overspannen ook - dan een tentoonstelling die niets riskeert en bijgevolg niets vertelt. Maar dat is natuurlijk een pover compliment.