Staats- en zakenlieden

NEW YORK. Als het om de verhouding tussen het Westen en de communistische machten gaat, zijn er, grof gezegd, twee manieren van denken over de buitenlandse politiek: de puriteinse en de realistische.

Wat dat aangaat is er niet veel verschil met de Koude Oorlog. Het puriteinse denken is simpel: zolang daar geen politieke vrijheid heerst, zolang het met de mensenrechten niet in orde is, kan van normale verhoudingen geen sprake zijn. Uiteindelijk staan alle betrekkingen, de economische, de culturele en de diplomatieke in dienst van één doel: vestiging van de democratie bij de tegenstander. Als gevolg daarvan zal de oorlogsdreiging vanzelf verdwijnen. Francis Fukuyama heeft deze zienswijze samengevat: democratieën voeren onderling geen oorlog.

Welke school in de Koude Oorlog gelijk heeft gekregen valt moeilijk te zeggen. In de economische verhoudingen met de Sovjet-Unie hebben de puriteinen overwegend de politiek bepaald: beperking van de betrekkingen tot het uiterste opdat Moskou geen enkel voordeel zou hebben. Daarnaast was het praktische politieke doel, eigenlijk al sinds de Cubaanse rakettencrisis, ieder gevaar van militaire confrontatie zo snel mogelijk te bezweren. Daarin waren puriteinen en realisten het eens.

Daarentegen waren realisten van mening dat de dictatuur het best kon worden ondermijnd, niet door haar te isoleren maar door het bevorderen van alle mogelijke 'uitwisselingen': van kunstenaars, schrijvers, journalisten, toeristen. Hoe meer contacten hoe beter.

Uiteindelijk hebben niet de ontmoetingen met deze min of meer intellectuele en artistieke voorhoede van het Westen de doorslag gegeven. De onweerstaanbare export van de westerse consumptiecultuur heeft er veel meer toe bijgedragen om het Sovjet-systeeem te ondermijnen. Puriteinen en realisten zullen beiden hun aandeel in het gelijk hebben gekregen. Maar tenslotte is het Sovjet-communisme aan zijn eigen gebreken bezweken. De bevelseconomie kon eerst de vraag naar consumptiegoederen niet bijbenen en liep tenslotte vast. Dat is allemaal geschiedenis.

Er zijn nog twee communistische machten over: Cuba en China. In de Cubaanse politiek van Washington hebben de ouderwetse puriteinen het voor het zeggen. In de verhoudingen met China zijn de nieuwe realisten na het bezoek van president Jiang Zemin aan de winnende hand. In Washington en Harvard hebben senatoren, afgevaardigden en studenten hun gast ortohodx aangepakt over vrijheid van meningsuiting, mensenrechten, spreiding van atoomwapens en wat verder op de agenda der puriteinen staat. Maar Jiang, uitstekend voorbereid, heeft minzaam geantwoord, uitgelegd, hier en daar beterschap aangekondigd. Daarna is hij naar New York gegaan.

Ik had hem graag even willen zien. Het is niet gelukt. Een paar honderd protesterende Tibetanen mochten ook niet in de buurt komen. Ze riepen zeer hard dat de Chinese president een misdadiger is, maar hij was in de Beurs, mocht de bel luiden, en wat er buiten aan spreekkoren werd aangeheven, zal overstemd zijn door het lawaai dat de handelaren maakten. Boeing heeft een order van drie miljard dollar gekregen; de industrie van de kernenergie rekent over een lange termijn op 60 miljard. Nog meer dat veel belooft: Chinese toezeggingen op het gebied van de antiproliferatie en samenwerking bij het zuiver houden van de dampkring. Ook een goed idee. De nieuwe realisten hebben toon en inhoud van het bezoek bepaald; de ouderwetse puriteinen niet anders dan hun naar getal bescheiden aanwezigheid bewezen.

Het is interessant voor mensen die de buitenlandse politiek volgen. De school van de realisten heeft haar theorie aangepast. Zeker, redeneert men, er ontbreekt veel aan de democratie in China. Maar in dit land wordt iets unieks ontwikkeld dat een noodzakelijk tussenstadium is: het autoritair kapitalisme. Het zou niet goed zijn als China, met 1,2 miljard mensen, in een stadium van stormachtige economische groei praktisch hals over kop tot een soort westerse vorm van politieke vrijheid en democratie wordt gedwongen. En men moet zich niet vergissen. Jiang is in China een populair man. Daar wordt beseft dat hij met zo weinig mogelijk ongelukken dit enorme volk naar de moderne tijd leidt. Hij heeft de levensstandaard al veel verbeterd. Gaat het zo verder, dan komen de politieke vrijheden op den duur vanzelf. Het schrikbeeld van Jiang is Gorbatsjov. Glasnost en perestrojka samen leiden tot chaos.

Het is een schoolvoorbeeld van wat 'de ironie der geschiedenis' wordt genoemd. De nieuwe realisten waren een kwart eeuw geleden met deze argumenten dicht in de buurt van de meelopers gekomen. In hun theorie wordt nu de man aan wie het voor een goed deel te danken is dat de Koude Oorlog is afgestorven (meer dan beeïndigd), opgevoerd als iemand die het verkeerd heeft gedaan.

Zo is het natuurlijk niet, en zo is het ook niet bedoeld. Er is geen Koude Oorlog meer, ook niet tussen de Verenigde Staten en China, en evenmin is er nog een strijd tussen de ideologieën. Het 'autoritair kapitalisme' heeft met Marx niets te maken. Het is de dictatuur van een politieke elite, niet als tussenstadium op weg naar de klassenloze maatschappij, maar naar het echte, nieuwe kapitalisme zoals zich dat op de vrije markt van de globale economie ontwikkelt. Daarmee heeft Washington te maken. En al laten de mensenrechten nog te wensen over, met de rest gaat het de goede kant op. Als de economie floreert, komen de politieke vrijheid en de mensenrechten vanzelf.

Wie weet. De school van de nieuwe realisten heeft goede argumenten. Als de puriteinen, ideologisch, volledig gelijk hebben, kan het lang duren voor de slachtoffers van het autoritair kapitalisme er iets van merken.

In wezen zijn de presidenten in Washington het meer eens geworden dan uit de communiqué's blijkt. De economie bepaalt de politiek. Zo uitgedrukt zou Marx het er weer mee eens kunnen zijn. Vooral in de Verenigde Staten worden de bewijzen praktisch aan de lopende band geleverd.