Schmitz voelde zich in de Kamer eenzaam en verlaten

Staatssecretaris Schmitz (Justitie) dacht gisteravond aan aftreden na de harde kritiek van de kleine christelijke partijen en het gebrek aan steun van Van Mierlo en Patijn.

DEN HAAG, 5 NOV. Niet tijdens het zeven uur durende debat over de teruggestuurde Iraanse asielzoekers, maar wel in de dinerpauze werd het toch nog spannend. Toen Kamervoorzitter Bukman gistermiddag om 17.45 uur de vergadering afhamerde voor het parlementaire avondeten beleefde Elisabeth Schmitz, staatssecretaris van asielzaken, een van de moeilijkste momenten uit haar politieke carrière.

Toegesnelde partijgenoten van de PvdA, zoals Wallage en Adelmund, ministers als Sorgdrager en Melkert en medewerkers van het departement, troffen een zwaar aangeslagen bewindsvrouw aan. Schmitz wekte de indruk aan haar laatste Kamerdebat bezig te zijn. De staatssecretaris voelde zich, zo zeiden enkele van de helpers later, zwaar geraakt door de kritiek van de kleine christelijke partijen en alleen gelaten door de 'collega's' Van Mierlo en Patijn. Ze was geneigd het bijltje erbij neer te gooien.

Het waren vooral de zeer kritische woorden van Schutte (GPV) en Van der Vlies (SGP), in haar ogen beiden integere politici, die diep door haar ziel hadden gesneden. Schutte had gezegd dat de vertrouwensrelatie tussen Schmitz en de Kamer “in het geding was” en dat ze daarom beter kon aftreden. “Daarbij geldt dat wie zelf heengaat, overeind blijft en wie met kunst- en vliegwerk overeind moet worden gehouden, gehavend uit het debat komt.”

Schutte's redenering droeg voor Schmitz de bijbelse psychologie van de aanwijzing 'de laatsten zullen de eersten zijn' in zich. En voor dat soort psychologie is de belijdende christen Schmitz volgens enkele van haar medewerkers nu eenmaal gevoelig. “Je hebt serieuze en wat minder serieuze oppositiepartijen”, zei de staatssecretaris na afloop van het debat. “Met name de kritiek van de serieuze oppositie kwam behoorlijk hard bij mij aan.”

Schmitz voelde zich niet alleen erg geraakt, maar ook erg alleen gelaten. Op de inmiddels beruchte 26ste juni van dit jaar had ze moederziel alleen, zonder medewerkers in de buurt, een tiental moties aangenomen zien worden die haar van alles en nog wat vroegen over het asielbeleid, waaronder de zogeheten 'monitoring' van teruggekeerde Iraanse asielzoekers.

Pag.2: 'Moet ik die kar alleen trekken?'

“Toen we de volgende dag op het departement kwamen, zagen we al die moties en vroegen ons af hoe deze allemaal aangenomen hadden kunnen worden”, zei een medewerker van het departement gisteravond.

Ook de afgelopen week voelde Schmitz zich weer eenzaam. Zelf had ze een sterke behoefte gevoeld aan fair play tegenover de Kamer, en gaf ze eind vorige week dan ook ruimhartig haar gemaakte fouten toe. Maar niet iedereen deelde haar neiging tot ruimhartigheid, zo merkte Schmitz tot haar stijgende ontsteltenis. Collega Patijn bijvoorbeeld, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, had vorige week niet verder willen gaan dan de erkenning dat het ambtsbericht van de Nederlandse ambassade in Teheran over het volgen van de teruggekeerde asielzoekers “onzorgvuldig” was geweest. En minister Van Mierlo had voor gisteravond een nogal verontschuldigend verhaal in gedachten. “We moesten het allemaal een beetje tussendoor doen”, zei hij over het volgen van de teruggekeerde Iraanse asielzoekers - ook al niet een opmerking in de openhartige stijl van Schmitz.

“Moet ik die kar dan helemaal alleen trekken?”, vroeg de staatssecretaris dan ook wanhopig tijdens de dinerspauze aan de toegesnelde helpers. Het solidariseringsproces deed vervolgens zijn werk. Minister Sorgdrager sloeg gezusterlijk een arm om de kleine Schmitz heen. Fractieleider Wallage wees haar er op dat Schutte weliswaar mooi gesproken had, maar niet de enige was met een geweten. Ook PvdA-voorzitter Adelmund sprak haar bemoedigend toe. Premier Kok meldde zich uit Nieuw Zeeland per telefoon om te bemiddelen in de ruzie tussen Schmitz en Van Mierlo.

En dus hernam de staatssecretaris zich. Eerst aarzelend, maar allengs zekerder begon zij rond 19.15 uur aan het antwoord van de regering. Ze permitteerde zich zelfs enkele stekeligheden tegenover oppositie-woordvoerder Verhagen. Schmitz “betreurde” nog eens “buitengewoon” dat “het één en ander had geschort intern binnen Justitie en extern in de communicatie met Buitenlandse Zaken”. “Mag ik overigens uitgerekend aan uw adres eraan toevoegen, meneer Verhagen, dat als er iets sterk verbeterd is in deze kabinetsperiode, het de organisatie van Justitie is?” Bijna droogjes zei ze even later: “Ik hoor wel hoe de Kamer straks over mij oordeelt.”

Intussen vroegen ambtenaren van het ministerie van justitie zich bezorgd af wanneer een volgend incident-Schmitz opnieuw in de problemen brengt. De gebrekkige informatievoorziening tussen Justitie en Buitenlandse Zaken (“extern”, in de woorden van Schmitz) is namelijk niet het enige probleem dat soms een zorgvuldige uitvoering van het asielbeleid in de weg staat. Ook in de relatie tussen het moederdepartement Justitie en de verzelfstandigde Immigratie en Naturalisatiedienst (“intern”), verantwoordelijk voor de uitvoering van het asielbeleid, schort er het nodige. De ambtenaren van de IND verzuimden haar te informeren over het stopzetten van de monitoring. “Er heerst daar een mannen-cultuur, intern gericht en op grote afstand van Justitie”, klaagde een Justitie-medewerkster.

Zolang deze relatie niet verbetert, tikt de tijdbom onder de stoel van Schmitz daarom verder. Hoe wankel haar positie wordt ervaren, bleek gisteravond laat toen de staatssecretaris niet kwam opdagen om de twee door de oppositie ingediende moties - waarvan een van afkeuring - van commentaar te voorzien. Razendsnel verspreidde zich in de wandelgangen het gerucht dat zij alsnog wankelmoedig was geworden en de handdoek in de ring had gegooid. Uiteindelijk bleek ze 'slechts' even in een lift van het parlementsgebouw te hebben vastgezeten.

    • Kees Versteegh
    • Yaël Vinckx