Roem van Quaye snel vervlogen

Concert: Finley Quaye. Gehoord: 4/11 Melkweg Max, Amsterdam.

Op het afgelopen Lowlands-festival was Finley Quaye een van de onbekende nieuwkomers. Dank zij de familieband met neef Tricky kleefde er een hip imago aan de 23-jarige Engelsman met zijn Ghanese roots. Finley's debuutalbum Maverick A Strike was op dat moment nog niet uit, maar ingewijden wisten dat het een interessant amalgaam van triphop, dubreggae en jazzdance zou gaan worden. De single Sunday shining diende als voorproefje en mede dank zij deze zonnige Bob Marley-bewerking verdrongen vele duizenden Lowlands-gangers zich rond de tent waar een ontspannen Quaye zijn Nederlandse podiumdebuut maakte.

Zijn roem lijkt alweer snel vervlogen, want gisteren trok hij slechts een halfvolle zaal en werd het een lauwe vertoning. Met de eigentijdse triphop van neef Tricky heeft Finley's muziek weinig gemeen. In plaats daarvan stond er een matige reggaeband, die door de sigaretjes rokende zanger met zijn imitatie-Jamaicaans accent en het droge timbre van een jonge navolgeling van Burning Spear niet tot grote prestaties kon worden aangezet. Terwijl hij op de plaat nog een tamelijk nieuwe mengsel van stijlen liet horen, bleef het in de Melkweg bij slome en inwisselbare surrogaat-reggae voor een publiek dat het matte concert aangreep om een lekker te klessebessen.

Temidden van het geroezemoes bleek vooral de live-versie van Sunday shining een teleurstelling, toen gitarist Ras Joseph er een lelijk detonerende partij hardrock doorheen speelde. Met zijn innemende glimlach deed Finley Quaye er alles aan om lief gevonden te worden, in het akoestische Your love gets sweeter of met geruststellende reggae-clichés over het boze Babylon en de zegeningen van Rastafari. Voor zo'n tweederangs reggaeband was echter niemand gekomen, en toen de toegift uit een reprise bleek te bestaan van eerder gespeelde nummers, stroomde de zaal voortijdig leeg. Waaruit de les kon worden getrokken dat een hippe neef nog geen garantie is voor een gouden avond.