Premier Pakistan verspeelt zijn winst

De Pakistaanse premier Nawaz Sharif moet een drieste poging om zijn wil op te leggen aan het Hooggerechtshof bekopen met gezichtsverlies en een ernstig aangetaste positie. Zoals zo vaak in het recente verleden, raakt Pakistan hierdoor opgescheept met een krachteloze regering.

NEW DELHI, 5 NOV. De Pakistaanse premier Nawaz Sharif, die na zijn daverende verkiezingszege van februari bijna onkwetsbaar leek, is de afgelopen dagen op pijnlijke wijze gestuit op de grenzen van zijn macht. Hoewel hij nog altijd beschikt over ruim tweederde van de zetels in het parlement, hebben de traditioneel zeer machtige generaals en de president hem de afgelopen dagen in eendrachtige samenwerking met het Hooggerechtshof te verstaan gegeven dat er niet valt te tornen aan de bestaande machtsverhoudingen.

Een maandenlang conflict met de president van het Hooggerechtshof, Sajjad Ali Shah, over de benoeming van vijf nieuwe opperrechters liep eind vorige week uit op een zware nederlaag voor Sharif. Ten overstaan van de hele natie moest hij vrijdag in het parlement verklaren dat hij zich “in het landsbelang” neerlegde bij de aanstelling van de vijf nieuwelingen in het Hof.

Sharif had zich hiertegen verzet, deels omdat zijn vader Mohammed Sharif een grote afkeer had van een kandidaat-opperrechter die hem wel eens dwars had gezeten bij zijn zaken, deels ook omdat Sharif meende dat hij als premier een veto-recht hoorde te hebben over de benoeming van nieuwe opperrechters. Shah hield echter vol dat dit een interne kwestie van het Hof was.

Ten slotte wendde Shah zich tot president Farooq Ali Leghari en de generaals, bij wie hij een willig oor vond. Noch Leghari, die eerder dit jaar door toedoen van Sharif een deel van zijn macht verloor, noch de militairen, die vreesden voor een aantasting van hun positie, zagen Sharif graag aan macht winnen. Zo zetten zij Sharif gezamenlijk de voet dwars en restte de premier niets anders dan een knieval voor het Hof.

Met zijn nederlaag is het leed voor Sharif nog allerminst geleden. Het Hof, dat bijzonder geïrriteerd was over de pogingen van Sharif om de benoemingen te verijdelen, verkeert kennelijk in een wraaklustige stemming. Het kondigde afgelopen maandag aan dat Sharif zich, evenals acht parlementariërs, drie kranten en de staatstelevisie, binnenkort zal moeten verantwoorden voor 'minachting van het Hof'. Bovendien willen de opperrechters zich opnieuw buigen over een aantal oude beschuldigingen aan het adres van de premier dat hij zich in zijn vorige termijn - tussen 1990 en 1993 - aan corruptie zou hebben bezondigd.

Alsof dit alles nog niet genoeg is, verklaarden de hoogste rechters van het land vorige week een amendement op de grondwet ongeldig dat het parlement enkele maanden geleden had aangenomen. Dit legde parlementariërs een strikte stemdiscipline op. Individuele parlementsleden moesten zich neerleggen bij de wensen van de meerderheid van hun fractie. Zo zou een einde kunnen worden gemaakt aan een al oude praktijk, waarbij parlementsleden op cruciale momenten hun stem na een lange koehandel aan de meest biedende partij verkochten.

Het amendement maakte het bovendien makkelijker voor Sharif om zijn fractie in het gareel te houden. Het Hof zette hier echter woensdag een streep door omdat parlementariërs het recht dienden te behouden overeenkomstig hun geweten te stemmen, ook als hun standpunt afweek van dat van hun fractiegenoten.

Zowel Sharif als zijn voorgangster en rivale van de laatste jaren, Benazir Bhutto, voelde zich de afgelopen jaren vleugellam als premier. Ze moesten er altijd rekening mee houden dat de president hun regering naar huis zou sturen, zoals inderdaad herhaaldelijk gebeurde, vorig jaar nog met Bhutto's regering. De president kon daarbij steevast rekenen op steun van het leger en het Hof.

Aan deze praktijk maakte Sharif een einde, nadat hij bij de verkiezingen in februari de grootste meerderheid in het parlement had gewonnen uit de moderne geschiedenis van Pakistan. Een amendement op de grondwet maakte het voortaan onmogelijk voor de president de premier op eigen houtje te ontslaan. Mokkend aanvaardde president Leghari de nieuwe regeling. De laatste dagen heeft Sharif echter aan den lijve ondervonden dat de inperking van het presidentiële gezag nog allerminst betekent dat hij zelf nu vrij spel heeft.

Door zijn taxatiefout in het conflict met het Hof heeft Sharif zijn inspanningen van de afgelopen maanden grotendeels teniet gedaan. Leek hij tot voor kort nog de man die Pakistan na jaren van stagnatie eindelijk weer wat elan zou kunnen geven, die hoop is nu vervlogen. Door zijn drieste optreden, waarmee hij de machtigen van het land tegen zich in het harnas joeg, heeft hij zijn voorsprong op hen verspeeld en is hij gedegradeerd tot gewoon maar een van de spelers in het eeuwige spel om de macht in Pakistan.

De voornaamste machtscentra van het land staan nu ongemakkelijk tegenover elkaar, vol wederzijds wantrouwen. Voor de Pakistaanse bevolking is deze impasse hoogst onbevredigend. Het land met zijn 140 miljoen inwoners is nog altijd straatarm en balanceert op de rand van een bankroet.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en andere internationale instellingen hebben al dikwijls een recept voor verbeteringen aan de hand gedaan: laat de feodale landheren eindelijk belasting betalen over hun forse inkomsten en bezuinig op defensie. Dan komt er geld vrij voor hervormingen van het onderwijs en de gezondheidszorg. De landheren vormen echter een machtige lobby en staan niet toe dat Sharif aan hun bevoorrechte positie morrelt. Ook het leger, dat Pakistan sinds 1947 alles bijeen meer dan 20 jaar bestuurde, voelt er niets voor geld en macht af te staan.

    • Floris van Straaten