Poging rust te herstellen voor toeristenseizoen; Senegal voert oorlog in moerassen Casamance

In Senegal is een al jaren sluimerend conflict opgelaaid. De Casamance, geliefd bij toeristen, is het toneel van bloedige gevechten tussen het regeringsleger en rebellen die aansturen op afscheiding van de streek.

ROTTERDAM, 5 NOV. De regering van president Abdou Diouf windt er niet langer doekjes om: Senegal, dat prat gaat op zijn binnenlandse stabiliteit, voert in het zuiden oorlog. Zondag toonde de staatstelevisie voor het eerst beelden van dode rebellen. Kolonel Yoro Kone, commandant te velde van het regeringsleger in Casamance, het diepe zuiden van Senegal, vertelde voor de camera dat zijn troepen een offensief hebben ingezet tegen “bases van gewapende bandieten” langs de grens met Guinee-Bissau. De rebellen zouden in het buurland manschappen ronselen onder Senegalese vluchtelingen. De bases op Senegalees grondgebied zouden de afgelopen weken zijn “ontmanteld”. “De rest bevindt zich aan de andere kant van de grens”, aldus de kolonel.

De dode rebellen waren leden van de Beweging van democratische krachten van Casamance (MFDC). De MDFC ijvert gewapenderhand voor afscheiding van deze geïsoleerde streek, die ligt ingeklemd tussen Gambia, een voormalige Britse kolonie, en Guinee-Bissau. In een zeldzaam openhartig communiqué meldde de legerleiding vorige week dat bij hevige gevechten niet alleen 80 “bandieten” (guerrillastrijders van de MDFC), maar ook 18 Senegalese militairen waren omgekomen. Volgens buitenlandse waarnemers waren de botsingen nabij de grens met Guinee-Bissau de bloedigste sinds het conflict in 1982 uitbrak.

Medio oktober veroverden Senegalese troepen de dorpen Guidel, Babadinka en Tamp, MDFC-bolwerken twintig kilometer ten zuidoosten van Ziguinchor, hoofdstad van de Casamance. De fruitteelt in dit gebied vormt een belangrijke bron van inkomsten voor de guerrilla. MDFC-eenheden die de dorpen vorige week probeerden te heroveren, werden teruggeslagen door het regeringsleger. Daarbij vielen de slachtoffers die zondag door de televisie werden getoond.

De jongste veroveringen maken deel uit van een regeringsoffensief tegen MDFC-steunpunten in het grensgebied, dat werd ingezet nadat op 19 augustus een Senegalese patrouille even buiten Ziguinchor in een hinderlaag liep. Daarbij vonden 26 soldaten de dood. Sindsdien is het garnizoen in Casamance aanzienlijk versterkt en zijn enkele honderden rebellen gedood in een schoonmaakactie door regeringstroepen.

Het lag kennelijk in de bedoeling om de rust in de streek te herstellen voordat in november het toeristenseizoen zou beginnen. De Casamance, een schilderachtige streek met kronkelende kreekjes, rijstvelden en prachtige stranden, is een geliefde bestemming van de naar schatting 130.000 Franse toeristen die jaarlijks Senegal bezoeken. Toerisme vormt, na de visserij en de aardnotenteelt, de belangrijkste deviezenbron van dit West-Afrikaanse land.

Het verzet van de MDFC wortelt in een wijd verbreid gevoel van achterstelling in de Casamance. De streek was tot 1886 Portugees grondgebied - maar daar hebben de bewoners nooit iets van gemerkt - en werd toen overgedaan aan Frankrijk. Mede door zijn geïsoleerde ligging bezuiden de Britse enclave Gambia werd de Casamance door het Franse koloniale bestuur verwaarloosd en de MDFC beweert nu dat Senegal, als opvolgerstaat van Frans West-Afrika, geen aanspraak kan maken op het gebied.

De streek wijkt in landschappelijk en cultureel opzicht sterk af van andere delen van Senegal, waar het beeld wordt bepaald door islamitische broederschappen, aardnoten, vee en stof. De Casamance is, net als het noorden van buurland Guinee-Bissau, het woongebied van de overwegend animistische Diola, onder wie de islam, de dominante godsdienst van Senegal, nooit wortel heeft geschoten. De katholieke missie had in deze uithoek meer invloed. De Diola bedrijven al eeuwen een vorm van natte rijstbouw in de moerasdelta van de rivier de Casamance, die inmiddels het leeuwendeel van Senegals rijstproductie voor zijn rekening neemt. De Diola vinden dat de Casamance, als rijstschuur van het land, veel te weinig in de melk te brokkelen heeft in Senegal en de MDFC slaat munt uit dit gevoel van verwaarlozing.

Het moerassige grensgebied met Guinee-Bissau leent zich uitstekend voor de guerrilla, een oorlog zonder frontlijnen. De doorgaande wegen tussen Ziguinchor en het toeristenoord Cap Skiring zijn inmiddels in handen van het regeringsleger en op alle knooppunten staan pantserwagens, maar in de wirwar van kreekjes tussen de rivier en de grens is de MDFC heer en meester en lopen Senegalese troepen regelmatig in hinderlagen. Bovendien kunnen opgejaagde MDFC-strijders zonder veel problemen onderduiken in de Diola-gemeenschap aan de andere kant van de grens. Guinee-Bissau, dat zich garant stelde voor een eerder afgesloten bestand tussen Senegal en de MDFC, is niet bij machte deze vluchtroute af te grendelen. Het Senegalese leger zegt de jacht te hebben geopend op MDFC-commandant Salif Sadio. Diens dood is al meermalen aangekondigd, maar hij liet zich nog onlangs in zijn schuilplaats fotograferen door persbureau Gamma. De jongste campagne van het regeringsleger zet de bevolking van de Casamance onder zware druk, want Senegalese soldaten beschouwen iedere Diola als een potentiële sympathisant van de MDFC.

    • Dirk Vlasblom