OPEC overlegt met vijftal aspirantleden

DELFT, 5 NOV. De Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) praat met Angola, Oman, Jemen, Egypte en Rusland over toetreding. Dat zei dr. Rilwanu Lukman, de Nigeriaanse voorzitter van OPEC gisteren op een energiesymposium georganiseerd door de Mijnbouwkundige Vereniging van de Technische Universiteit in Delft.

“Wij zijn geen kartel, we staan open voor alle olie-exporteurs”, aldus Lukman. “Hoe sterker onze organisatie wordt, hoe stabieler de olievoorziening van de wereld zal zijn en hoe stabieler de toekomstige prijsniveaus.”

Twee kleine olieproducerende landen, Ecuador en Gabon, elk goed voor een export van niet meer dan 350.000 vaten per dag, hebben de afgelopen jaren OPEC verlaten omdat ze de contributie niet meer konden betalen. Lukman hoopt nu op uitbreiding met grotere exporteurs, zegt hij in een toelichting. “Het moet wel gaan om landen die werken aan een dagelijkse netto-export van ten minste zo'n 1 miljoen vaten (135 liter per stuk).”

OPEC voert sinds de Golfoorlog ook een geregelde dialoog met de niet-georganiseerde olie-exporterende landen, maar Lukman is niet enthousiast over de resultaten. Bedoeling van het overleg is een stabilisatie van het marktaanbod en “een redelijke prijs” voor de olie. “Ze liggen op hun rug en doen niets”, zegt de secretaris-generaal. Door coördinatie wil hij voorkomen dat elk land net zoveel olie gaat exporteren als het zelf uitkomt, want dan komt er zoveel olie op de markt dat de prijs te sterk daalt. Landen als Noorwegen, Groot-Brittannië voelen niets voor een matiging van de productie, die Westerse regeringen te zeer doet denken aan kartelachtige regelingen.

Overigens houdt een aantal OPEC-landen zich niet aan de binnen de organisatie overeengekomen quota (maximum productievolumes). Voor alle elf lidstaten samen geldt een plafond van 25 miljoen vaten per dag, maar de feitelijke productie is nu 25,7 miljoen vaten, zegt Lukman. Eind deze maand overleggen de elf OPEC-ministers in Jakarta over de quota voor het eerste kwartaal van 1998. Saoedi-Arabië heeft al een verhoging bepleit in verband met de toenemende vraag naar olie in de wereld. Lukman: “Daar kan ik niets over zeggen. Dat voorstel zal op de agenda van de ministers komen en die nemen de beslissing.” OPEC blijft zich met hand en tand verzetten tegen een internationale ecotax op olieproducten als middel om het verbruik te matigen en daardoor de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, zoals de Europese Commissie al jaren voorstelt. Lukman: “We zijn vóór een schoon en veilig milieu en een duurzame ontwikkeling. Het belangrijkste middel om dat te bereiken is de toepassing van moderne, schone technologie en afschaffing van de subsidies die sommige landen nog op de kolenproductie en nucleaire energie betalen.” De Westerse landen verdienen nu al 75 procent meer aan alle belastingen die ze op olie heffen, dan de totale opbrengst van de grondstof die aan OPEC toevalt, aldus Lukman.

Dr. Chris Fay, president-directeur van Shell UK, het Britse dochterbedrijf van de Koninklijke/ Shell Groep, noemde op het symposium in Delft de uitstoot van het broeikasgas kooldioxide (CO2) “het meest fundamentele probleem” van de milieuschade die optreedt door het grootschalig gebruik van fossiele brandstoffen (olie, kolen en in mindere mate aardgas). “Shell-bedrijven steunen de pogingen van regeringen om volgende maand op de internationale klimaatconferentie in Kyoto overenstemming te bereiken over maatregelen tot beperking van de CO2-emissies. Maar wij menen wel dat zo'n beleid flexibel moet zijn, bereikbare doeleinden moet nastreven en gericht moet zijn op de lange termijn.”