Nieuwe zet in schaakspel om de EMU

Duitsland heeft de kandidatuur van Wim Duisenberg voor het presidentschap van de Europese Centrale Bank altijd gesteund. Maar het schaakspel over de EMU gaat door.

AMSTERDAM, 5 NOV. “Wim, in you we trust”, zo verwelkomde Bundesbank-president Hans Tietmeyer zijn collega Wim Duisenberg in juli tijdens diens eerste grote bankiersdiner in Frankfurt. Duisenberg was zojuist in functie getreden als president van het Europese Monetaire Instituut, de voorloper van de Europese Centrale Bank, die vanaf 1999 de scepter zwaait over het monetaire beleid van de Economische en Monetaire Unie.

Tietmeyers duidelijke verwijzing naar het In God We Trust op de Amerikaanse dollarbiljetten was zo'n beetje de grootste steun die Europa's machtigste centrale bankier van dat moment kon geven aan Europa's machtigste centrale bankier van straks: de president van de Europese Centrale Bank. Daar was Duisenberg de exclusieve kandidaat voor. Tot Frankrijk gisteren Jean Claude Trichet, de Franse centrale-bankpresident naar voren schoof.

Met Trichet heeft Frankrijk een nieuwe zet gedaan in het schaakspel met Duitsland om de Economische en Monetaire Unie. Die strijd verliep voor beide partijen tot nu met wisselend succes. Duitsland gaf in 1992 met het Verdrag van Maastricht zijn D-mark op termijn op, maar kreeg er de destijds beloofde diepere Europese politieke integratie niet voor terug. De zetel van de Europese Centrale Bank kwam wel in Duitsland, en sinds vorig jaar is bekend dat de ECB in structuur erg op de Bundesbank lijkt.

Daar tegenover bedong Frankrijk later een minder strikte interpretatie van de toetredingscriteria voor de EMU, waaraan deelnemers in 1997 moeten voldoen. De Duitse wens de EMU te beginnen met een kleine, sterke kopgroep van landen ging daarmee in rook op. Het besef dat toetreding tot de kopgroep toch mogelijk was, zette Spanje, Portugal en Italie aan tot een begrotingsinspanning die de zuidelijke landen vrijwel zeker in de kopgroep brengt.

Duitsland pareerde tijdig met een stabiliteitspact, waarin de EMU-landen zich vastleggen om ook als de muntunie ingaat hun begroting op orde te houden. Onder Franse druk werden op de Europese Top vorig jaar in Dublin de uitzonderingsclausules in het pact opgerekt, en de sancties later afgezwakt.

Het was op die top dat Frankrijk duidelijk maakte dat de kandidatuur van Duisenberg, de Duitse favoriet voor de ECB, geen uitgemaakte zaak was.

Dat dreigement werd herhaald tijdens de Top van Amsterdam in juni van dit jaar. Twee weken voor die top had de kersverse Franse minister van Financiën, Dominique Strauss-Kahn, zijn twijfels geuit over de uiteindelijke versie van het stabiliteitspact. Inzet was ditmaal de toekomstige verhouding tussen de Europese ministers van Financiën en de Europese Centrale Bank. De Franse twijfel werd breed uitgelegd als een poging om de Europese politiek een grotere potentiële invloed te geven op het monetaire beleid van de ECB dan Duitsland lief was. Strauss-Kahn haalde bakzeil, maar de strijd hierover is nog niet gestreden.

Pas eind dit jaar, op de Top in Luxemburg, zal duidelijk worden hoe de verhouding tussen politiek en centrale bankiers in de EMU precies vorm wordt gegeven. Komt er een informeel samenzijn van de betrokken ministers van Financiën van de EMU-landen, waar alleen ter coördinatie van het onderlinge financiële beleid wordt overlegd? Of draagt deze “informele stabiliteitsraad” de kiem in zich van een volwaardige politieke tegenhanger van de Europese cenrale bank in Frankfurt?

Nu ook deze principiële discussie zijn hoogtepunt nadert, is hij er weer: de Franse kandidatuur voor het presidentschap van de ECB, ditmaal voorzien van een naam en een rugnummer.

Er zijn nog meer onopgeloste kwesties rond de EMU, waaronder bijvoorbeeld de leidrdaad die de ECB kiest bij het monetaire beleid. En natuurlijk de vraag of Italië zwaar genoeg wordt bevonden om tot de kopgroep toe te treden. Dat is een uitdrukkelijke wens van de regering-Jospin - of was dat in ieder geval tijdens de Franse verkiezingen in juni van dit jaar die Jospin in het zadel hielpen. Bovendien staat het vice-presidentschap van de ECB nog open. In monetaire kringen verluidt al een tijdje dat het Frankrijk daar om te doen zou zijn.

Trichet is als extra ruilmiddel tegen andere Franse wensen, niet de slechtste kandidaat. Hij staat te boek als een prima centrale bankier, tegen wie moeilijk inhoudelijke bezwaren te maken zijn. Evenals Duisenberg overigens. Ogenschijnlijk doet het er ook niet zoveel toe wie er topman wordt van de ECB. Hij zal intern weinig meer zijn dan een meerdere onder zijn gelijken in het bestuur van de ECB, dat voor de rest uit nationale centrale bankiers bestaat, aangevuld met onafhankelijke kandidaten. Maar in de onzekere beginfase van de EMU kan de invloed van de president groter zijn. En naar de buitenwereld, in het overleg met de andere mondiale grootmachten, is de ECB-president straks een functionaris van het hoogste prestige.

Hoeveel is de 'Duitse' kandidaat Duisenberg Duitsland waard? Dat is de vraag die zowel Bonn als Den Haag, dat kennelijk evenals Frankrijk erg hecht aan de nationaliteit van Europa's hoogste centrale bankier, zullen moeten beantwoorden. De architectuur van de EMU, waaraan nu de laatste hand wordt gelegd, is van blijvende aard. Het eerste presidentschap van de ECB is vluchtig, wanneer in ogenschouw wordt genomen dat de muntunie bedoeld is voor de eeuwigheid. Duitsland, bankpresident Tietmeyer voorop, is gehecht aan de kandidaat Duisenberg en heeft hem al zo openlijk gesteund dat er bijna geen weg terug is. Maar als de concessies te groot worden, zal in Bonn de afweging toch moeten worden gemaakt.

    • Maarten Schinkel