'NAVO-troepen naar Montenegro'

CETINJE, 5 NOV. Een van de leiders van de oppositie in de Joegoslavische deelrepubliek Montenegro heeft gezegd dat de NAVO troepen naar Montenegro moet sturen om geweld tussen aanhangers en tegenstanders van de nieuwgekozen president Milo DjukanoviEÉc te voorkomen.

Novak Kilibarda, de leider van de oppositionele Volkspartij - de op een na grootste oppositiepartij - zei in het parlement dat in Montenegro bloedvergieten dreigt, tenzij “buitenlandse troepen de vrede handhaven”.

In Montenegro werd op 19 oktober premier Milo DjukanoviEÉc tot president gekozen. Hij versloeg met klein verschil de zittende president, Momir BulatoviEÉc. Deze laatste heeft sindsdien geweigerd de uitslag van de verkiezingen te accepteren. Hij beweert dat aanhangers van DjukanoviEÉc fraude hebben gepleegd. BulatoviEÉc is inmiddels op vele fronten in het ongelijk gesteld. Zo heeft de officiële kiescommissie twee klachten van hem van de hand gewezen en heeft ook het Constitutionele Hof dat gedaan. Desondanks ageren aanhangers van BulatoviEÉc met betogingen verder tegen de nederlaag van hun kandidaat.

Het Montenegrijnse parlement is sinds vorige week vrijdag bijeen om te praten over een oplossing van de crisis, maar boekt daarbij maar weinig vorderingen. De verbale ruzies tussen de aanhangers van BulatoviEÉc en de aanhangers van DjukanoviEÉc lopen zo hoog op dat sommige functionarissen hebben gezegd bang te zijn dat het binnen de muren van het parlement tot bloedvergieten komt.

Tegen de achtergrond van het felle conflict speelt de vraag rond de machtsverhoudingen in de Joegoslavische federatie: BulatoviEÉc is een overtuigd aanhanger van de president van Joegoslavië, Slobodan MiloševiEÉc, DjukanoviEÉc is een even overtuigd tegenstander van MiloševiEÉc. De nieuwe president van Montenegro is een hervormer, die MiloševiEÉc het internationale isolement van de Joegoslavische federatie verwijt en die Montenegro een eigen weg wil laten gaan als MiloševiEÉc volhardt in zijn beleid.

MiloševiEÉc is dit jaar al de meerderheid in het Servische parlement kwijtgeraakt en loopt tevens het risico dat 'zijn' kandidaat bij de komende verkiezingen voor het Servische presidentschap het onderspit delft. Die verkiezingen worden op 7 december gehouden. (AP)