Joegoslavië-tribunaal mag geen papieren tijger zijn

Zowel bij de strafzaak tegen Papon als bij het Joegoslavië-tribunaal gaat het om mensen die een spoor van vernieling hebben achtergelaten. Maar de slachtoffers van Papon kunnen niet meer getuigen, en de overlevenden uit Joegoslavië wel. Volgens Alain Franco verdient het tribunaal daarom alle steun.

In Frankrijk heeft het een halve eeuw geduurd voordat een topambtenaar die was beschuldigd van medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid, plaatsnam in de beklaagdenbank. Dat kun je belegen rechtspraak noemen. Maar in Nederland worden onder auspiciën van de Verenigde Naties politici, militairen, en andere functionarissen die aan de etnische zuivering in het voormalige Joegoslavië hebben meegedaan, vervolgd. Van hen werden sommigen al in staat van beschuldiging gesteld, toen de oorlog nog in alle hevigheid woedde. Vier jaar na de wreedheden worden nu Dario KordiEÉc, de leider van de Bosnische Kroaten, generaal BlaškiEÉc en anderen aan het Internationaal Tribunaal voor oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië voorgeleid. Dat is actuelere rechtspraak. “De context is verschillend, maar het gaat in beide gevallen om het berechten van degenen die op een groep mensen, op een volksdeel, een brandmerk hebben achtergelaten,” aldus Claude Jorda, rechter bij het Joegoslavië-tribunaal.

In de zaak Papon wordt de verdediging langs twee lijnen gevoerd. Betwist wordt dat de beschuldigde verantwoordelijk is. Maar ook wordt elke gedachte aan een strafzaak verworpen met een beroep op zijn slechte gezondheid, of omdat het vrijwel onmogelijk is iemand vijftig jaar na dato te berechten. “Ik sta voor een begraafplaats met getuigen”, zegt maître Varaut. Zo zegt hij te betreuren dat er geen 'voormalige superieuren' van Papon aanwezig zijn.

Bij het voormalig Joegoslavië kan het ad hoc tribunaal echter rechtspreken op een moment dat degenen die de misdrijven hebben overleefd, zich de gebeurtenissen nog goed kunnen herinneren. Ze kunnen reconstrueren, en zijn ook fysiek in staat te getuigen.

Het Joegoslavië-tribunaal heeft, net als het VN-tribunaal inzake Rwanda, verschillende doeleinden. Het streeft naar het berechten en veroordelen van oorlogsmisdadigers om de slachtoffers hun zielenrust te geven, om de legitieme behoefte aan gerechtigheid van de overlevenden te bevredigen, maar ook om de gemoederen in de etnische gemeenschappen tot rust te brengen. Men wil ook de wereld laten zien dat dergelijke misdrijven niet ongestraft worden gelaten. “De onderzoeksdossiers zullen hoe dan ook altijd beschikbaar zijn om weerwoord te bieden aan welke poging tot geschiedvervalsing dan ook”, aldus een woordvoerder.

Maar in de internationale rechtspraak kunnen deze doelstellingen alleen worden bereikt onder twee voorwaarden. De bij de Verenigde Naties aangesloten landen moeten onvoorwaardelijke steun geven aan de tribunalen, die ze zelf in het leven hebben geroepen, uit een gevoel voor rechtvaardigheid of als compensatie voor hun onvermogen een eind te maken aan de slachtpartijen. En het tribunaal moet zich blijven inspannen voor de verbetering van zijn eigen functioneren.

De eerste jaren van de processen met betrekking tot voormalig Joegoslavië werden vooral gekenmerkt door problemen, onzekerheid en het aftasten van de mogelijkheden. De rechters moesten uit het niets hun eigen regels voor procedures en bewijsvoering opstellen. En de aanklager moest een strategie ontwikkelen. Welke onderzoeken moesten ze instellen? Moesten ze alle verantwoordelijken op elk niveau vervolgen? Aan welke gebeurtenissen moesten ze voorrang geven? En ten koste van welke andere misdrijven?

Soms zijn daarbij vergissingen gemaakt. Enkele onderzoekers hebben van hun meerderen niet de steun gekregen die ze hadden moeten krijgen. Maar alles bij elkaar heeft het Joegoslavië-tribunaal de twijfels toch weggenomen. Er gaan niet veel stemmen meer op die zeggen dat er toch allemaal niets van terecht komt. Inmiddels zijn negentien aanklachten tegen 77 verdachten openbaar gemaakt. En de nieuwe aanklaagster, Louise Arbour, heeft een beleid van niet openbare aanklachten ingezet dat ook zijn vruchten begint af te werpen. Er konden al diverse arrestaties worden verricht.

Maar nu begint zich binnen het tribunaal een nieuw probleem af te tekenen. Dat tien Kroaten zich begin oktober ter beschikking van het tribunaal hebben gesteld, was alleen mogelijk doordat Washington voortdurend druk heeft uitgeoefend op Zagreb, en heeft toegezegd dat hun proces snel zou beginnen. Maar het tribunaal heeft slechts twee kamers van eerste aanleg, één hof van beroep en één rechtszaal. En, afgezien van de beroepszaken, lopen er nu twee processen. De zittingen wisselen elkaar af.

Verscheidene andere aangeklaagden verkeren daardoor in afwachting van hun proces. Daar komt nog bij dat de strafzaken erg lang duren vanwege het gebruik van 'common law', waardoor kruisverhoren tijdens de zitting mogelijk zijn. De berechting van de Serviër TadiEÉc, verantwoordelijk voor kampen met moslimgevangenen, heeft bijna zeven maanden geduurd en het proces van generaal BlaškiEÉc zou zelfs jaren in beslag kunnen nemen. Er dreigt een opstopping te ontstaan.

Hoe kan onder deze omstandigheden sprake zijn van een 'rechtvaardige en billijke procesvoering binnen een redelijke termijn'? Louise Arbour wil nu al dat alle verdachten die onder een bepaalde aanklacht vallen, tegelijk worden voorgeleid. En ze wil de aanklachten vooral richten op misdrijven die kenmerkend zijn voor alle verdachten tezamen.

Sommige rechters pleiten al voor een volledige herziening van de procesregels. Informeel worden allerlei ideeën besproken, zoals het vaststellen van maximumtermijnen, het instellen van een commissie van onderzoek, en het beperken van het aantal getuigen (128 in de zaak TadiEÉc). Als op 27 november de nieuwe rechters worden beëdigd, zullen de discussies waarschijnlijk pas goed beginnen.

Wil het Joegoslavië-tribunaal zijn taak kunnen volbrengen dan spelen de staten zelf een cruciale rol. Die moeten in de eerste plaats optreden als de gewapende arm van de rechterlijke macht door de aangeklaagden te arresteren en aan Den Haag over te dragen. De internationale gemeenschap lijkt daar ook steeds meer van overtuigd te raken, al is het wellicht uit welbegrepen eigenbelang. Vermeden moet in ieder geval worden dat oorlogsmisdadigers, zodra de NAVO-strijdkrachten uit voormalig Joegoslavië zijn vertrokken, het conflict weer aanwakkeren en zo de wereldgemeenschap in een pijnlijke situatie brengen.

Ook kunnen de regeringen zich actief inzetten voor het goed functioneren van het tribunaal door politieke steun en mensen en materiaal te leveren. Alle leden van de Veiligheidsraad zijn, met uitzondering van China, al verder gegaan dan hun gewone inbreng. En sommige landen lopen duidelijk voorop. De Verenigde Staten hebben 450 duizend dollar gestort, computers geschonken, en medewerkers ter beschikking gesteld. Groot-Brittannië heeft toegezegd een half miljoen dollar te betalen en Maleisië heeft 2,2 miljoen dollar gestort. Nederland heeft 580 duizend dollar toegezegd en betaald en zorgt voor het beveiligingspersoneel. En van andere landen hebben verscheidene regeringsvertegenwoordigers nadrukkelijk in Den Haag hun opwachting gemaakt.

Alleen Frankrijk oogt, vergeleken met de anderen, weifelachtig. Het is een van de landen die de grondslag voor het tribunaal hebben gelegd, maar het laat sinds de oprichting niets meer van zich horen, zo is te horen.

Het succes van het Internationaal Tribunaal voor oorlogsmisdaden in het voormalige Joegoslavië zal worden afgemeten aan zijn vermogen het recht zijn loop te doen hebben. Een mislukking zou de hele wereld compromitteren. Door van het strafgerecht een papieren tijger te maken, zou de internationale gemeenschap een volmacht afgeven aan alle etnische zuiveraars in spé.

    • Alain Franco