Inbreng kinderen bij melden mishandeling wordt onderschat

ROTTERDAM, 5 NOV. Kinderen en jongeren zijn ondergewaardeerd als een bevolkingsgroep die kindermishandeling kan signaleren.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam naar omstanders van mogelijke kindermishandeling.

Tijdens de voorlichtingscampagne Over sommige geheimen moet je praten van vijf jaar geleden, die was gericht op kinderen die zelf worden mishandeld, bestond veertig procent van de bellers naar de informatie- en advieslijn kindermishandeling van de Stichting Korrelatie uit jongeren tot 20 jaar die wilden melden dat hun vriend of vriendin werd mishandeld. Sinds de hulplijn in 1993 werd opgeheven, nemen zij nauwelijks nog contact op met andere hulplijnen.

Onderzoekers C. Hoefnagels en M. Zwikker van de Vrije Universiteit betreuren dit. Kinderen zouden vaak eerder dan volwassenen signaleren dat een ander kind wordt mishandeld. De onderzoekers pleiten daarom voor een nieuwe voorlichtingscampagne voor kinderen, zodat zij weten waar zij terecht kunnen bij vermoedens van mishandeling van leeftijdgenoten.

Ook is het huidige aanbod van verscheidene hulplijnen mogelijk te verwarrend voor kinderen, stellen de onderzoekers.

Nu kunnen kinderen bellen met de kindertelefoon, de vertrouwensarts of een meldpunt kindermishandeling. Hoefnagels ziet een mogelijke oplossing in de oprichting van één Advies-en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) per regio, zoals onlangs voorgesteld door de Werkgroep Meldpunt Kindermishandeling.

Ook volgens de Werkgroep Meldpunt kindermishandeling kunnen kinderen goed worden betrokken bij de aanpak van kindermishandeling. Kinderen zouden bereid zijn iets te doen voor hun mishandelde vriend of vriendin, maar slechts eenvijfde van hen denkt aan het inschakelen van een instantie als de kindertelefoon, aldus de werkgroep.

In tegenstelling tot de VU-onderzoekers vindt de werkgroep niet dat kinderen moeten worden opgeroepen een centraal meldpunt te bellen, omdat men zich daar onvoldoende zou kunnen verplaatsen in de leefwereld van kinderen.

Kinderen zouden beter terecht kunnen bij de kindertelefoon, al zijn zij vooralsnog niet snel geneigd te bellen. Een kwart van de kinderen durft dat volgens de werkgroep niet of wil zich niet met de zaak bemoeien.