Huibregtsen krijgt steun van sportbonden

PAPENDAL, 5 NOV. Het bestuur van de overkoepelende sportbond NOC*NSF zal voor het einde van deze maand zijn voorzitter Wouter Huibregtsen voordragen voor het lidmaatschap van het Internationaal Olympisch Comité.

De kandidatuur wordt gesteund door een grote meerderheid van de bij NOC*NSF aangesloten bonden van olympische takken van sport. Deze bonden moesten zich gisteravond uitspreken voor Huibregtsen, oud-schaatser Ard Schenk of eventueel een andere persoon. Ondanks de voordracht van Huibregtsen blijft Schenk, zoals hij eerder al aankondigde, op persoonlijke titel kandidaat voor het IOC.

Voordat NOC*NSF haar kandidaat bij IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch aanmeldt, zal Huibregtsen nog een gesprek voeren met Anton Geesink. De voormalig judoka is momenteel het enige Nederlandse IOC-lid. De invloedrijke Samaranch heeft Huibregtsen in een gesprek op 8 oktober in Lausanne laten weten het op prijs te stellen als Geesink de kandidatuur steunt. “Als Anton dat doet, gaat het allemaal van een leien dakje. Zo niet, dan is het afwachten”, zei Huibregtsen gisteren.

Geesink heeft een voorkeur voor oud-topsporters in het IOC, dus voor iemand als Schenk. Met dat standpunt hoeft Geesink zich niet tegen Huibregtsen uit te spreken. Maar het is geen geheim dat de twee kopstukken uit de Nederlandse sport niet met elkaar overweg kunnen. Geesink, die uit hoofde van zijn IOC-functie lid is van het NOC*NSF-bestuur, zat gisteravond niet achter de tafel tijdens de algemene ledenvergadering op Papendal. Hij verblijft in Japan. Na zijn terugkeer heeft hij een afspraak met Huibregtsen.

Ook zonder de steun van Geesink denkt Huibregtsen een goede kans te maken op het IOC-lidmaatschap. De voorzitter put vooral moed uit het gesprek dat hij met Samaranch had. Bovendien wordt Huibregtsen voorgedragen door de hele Nederlandse sport. Maar of Samaranch zich daar wat van aantrekt, is nog maar de vraag. De Spanjaard laat zich, zo bleek in het verleden vaak, de wet niet voorschrijven. “Maar Samaranch heeft zelf de naam van Huibregtsen genoemd. En onze nominatie is een duidelijke boodschap”, aldus Jan Loorbach, vice-voorzitter van NOC*NSF.

Niet bekend

De keuze van het bestuur van NOC*NSF voor Huibregtsen was gisteravond slechts een mededeling aan het begin van de vergadering. De sportbonden hadden al eerder hun voorkeur kenbaar moeten maken. Loorbach deelde mee dat de steun voor Huibregtsen “meer dan negentig procent” was. De NOC-voorzitter kreeg 28 stemmen, Schenk twee, staatssecretaris Erica Terpstra één en er waren vier onthoudingen. Bij die laatste groep behoort de atletencommissie die zich niet voor een kandidaat wilde uitspreken, maar die de uiteindelijke keuze wel steunt.

Huibregtsen kreeg gisteren de steun die hij wilde. Vooraf had de NOC-voorzitter voor zichzelf de eis gesteld, dat driekwart van de stemgerechtigde bonden hem moest steunen. Zo niet, dan zou hij zijn poging staken om IOC-lid te worden. In tegenstelling tot Schenk had de voorzitter zijn kandidatuur ook niet gehandhaafd als hij de strijd had verloren. “Nee, vanzelfsprekend niet.”

Schenk vond dat hij ten onrechte als een rebel wordt afgeschilderd. “De ambitie om IOC-lid te worden komt vanuit mijn binnenste.” Hij beloofde gisteravond zich ook onverminderd in te blijven zetten als chef de mission. Dat leverde hem applaus op van de aanwezigen. “Ik sta haast alleen, maar toch voel ik me sterk.” Hij zei het met een zelfverzekerde glimlach, want Schenk kan in Lausanne wel op de belangrijke steun rekenen van Geesink. “Anton en ik vormen een prima tandem, hij voorop en ik trap”, aldus Schenk maandagavond voor de NOS-televisie.

Schenk voelde zich geen verliezer. De oud-schaatser sprak na de bekendmaking van het besluit van de sportbonden de vergadering in Papendal toe. “Dat u kiest voor uw voorzitter vind ik een logische zaak”, zei Schenk vanaf het katheder. Buiten de zaal voegde hij daar aan toe dat de voorzitter van NOC*NSF uiteraard een hechte band heeft met de bonden. “En Wouter zeker. Hij heeft veel gedaan voor de Nederlandse sport.”

Schenk deed ook geen negatieve uitlatingen over zijn tegenstrever. Hij hekelde wel de gekozen procedure waarbij de bonden binnen een week hun mening kenbaar moesten maken. “Het had wat meer schoonheid verdiend.” Bij de rondvraag van de vergadering leverden ook drie bondsvoorzitters, W. Cornelis (hockey), K. Letterie (judo) en W. Schenk (schaatsen), kritiek op de manier waarop NOC*NSF tot de keuze van een kandidaat was gekomen. Huibregtsen was niet blij met de opmerkingen. “Ik dank u voor de brede ondersteuning”, besloot de voorzitter de vergadering, “maar die kwam helaas in de rondvraag niet tot uitdrukking.”

Op initiatief van NOC*NSF voeren de fractievoorzitters van de vijf grootste politieke partijen op 19 januari een debat over de sport in Nederland. Journalist Paul Witteman is gevraagd de discussie te leiden. NOC*NSF-voorzitter Huibregtsen noemde de toezegging van de betreffende politici een doorbraak voor de sport. “Hier zijn we jaren voor bezig”, aldus Huibregtsen.

    • Hans Klippus